Vanwege het Corona virus is het nog onduidelijk hoe het onderwijs precies verzorgd gaat worden. Zie voor de actuele informatie de betreffende vakpagina’s op Blackboard/Brightspace.

Studiegids

nl en

Democratische partijen? De geschiedenis van politieke partijen in Europa, 1848-nu

Vak
2020-2021

Toegangseisen

De BSA-norm is behaald en beide Themacolleges zijn met een voldoende afgerond.

Beschrijving

Partijen zijn een van de belangrijkste instituties in de politiek. Hun ontstaan en ontwikkeling beïnvloedde de manier waarop politieke processen liepen en had impact op de oprichting van zowel democratische als autoritaire regimes. Dit college richt zich op de geschiedenis van politieke partijen in West-Europa. In het kader van het kerncollege ‘De grenzen van de macht’ bespreken we de grote rol van partijen binnen de politiek en onderzoeken we hun bijdrage aan veranderende opvattingen over (democratische) legitimiteit.
Tijdens de cursus zullen we de opkomst van partijen chronologisch bespreken en verschillende academische teksten lezen die die opkomst van partijen als onderwerp hebben. We beginnen met vroege pogingen tot partijvorming in het midden van de negentiende eeuw. Vervolgens gaan we verder richting de eeuwwisseling, toen politieke partijen tot de gevestigde orde begonnen te behoren en ook serieus werden genomen door tijdgenoten, zoals de Sozialdemokratische Partei in Duitsland of de National Liberal Federation in Groot-Brittannië. In de daaropvolgende colleges gaan we in op de ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog. Eerst analyseren we hoe massapartijen functioneerden in hun naoorlogse piekperiode en onder welke omstandigheden ze werden bedreigd door nieuwe partijen, zoals Die Grünen in Duitsland in de jaren tachtig. We zullen de cursus afsluiten met een vrij recent fenomeen uit het begin van deze eeuw, namelijk het verschijnen van nieuwe populistische partijen op het politieke toneel in heel Europa. Met hun kritiek op conventionele vormen van politiek stellen deze partijen de politiek binnen Europese landen voor nieuwe uitdagingen.
Aan de hand van historiografische debatten verkennen we de verschillende onderzoeksperspectieven op partijgeschiedenis. Wat maakt deze partijen nieuw? In hoeverre kunnen hun discours, organisatiestructuur en positie in het politieke systeem worden vergeleken met eerdere vormen van partijorganisatie? Studenten leren continuïteiten en veranderingen binnen de partijgeschiedenis identificeren. Ook leren ze hedendaagse politieke partijen duiden in de grotere historische ontwikkeling van partijvorming.
Het doel is om het fenomeen partijvorming als Europese ontwikkeling te bestuderen. Studenten maken bijgevolg kennis met historische ontwikkelingen in verschillende landen. Studenten lezen zowel casus-specifieke als vergelijkende literatuur. Speciale aandacht gaat naar de veranderende interpretatie van de opkomst en ontwikkeling van partijen door verschillende auteurs en academische disciplines. Naast historische literatuur vormen ook politicologische artikelen een essentieel onderdeel van het cursusmateriaal. De cursus zal gebaseerd zijn op verschillende historische en hedendaagse academische discussies over theorieën over politieke partijen.

Leerdoelen

Algemene leerdoelen

De student kan:

  • 1) een gezamenlijke opdracht succesvol uitvoeren;

  • 2) een onderzoek met een beperkte omvang opzetten en uitvoeren, en daarbij:
    a. vakliteratuur zoeken, selecteren en ordenen;
    b. relatief grote hoeveelheden informatie organiseren en verwerken;
    c. een wetenschappelijk debat analyseren;
    d. het eigen onderzoek in het wetenschappelijk debat plaatsen

  • 3) reflecteren op de primaire bronnen waarop de literatuur is gebaseerd;

  • 4) een probleemgestuurd werkstuk schrijven en een referaat houden naar het format van de eerstejaars Themacolleges, en daarbij;
    a. een realistische planning hanteren;
    b. een probleemstelling en deelvragen formuleren;
    c. een beargumenteerde conclusie formuleren;
    d. feedback geven en ontvangen;
    e. aanwijzingen van de docent verwerken.

  • 5) participeren in de discussies tijdens colleges.

Leerdoelen, specifiek voor de afstudeerrichting

  • 6) De student heeft kennis opgedaan van de afstudeerrichting(en) waartoe het BA-Werkcollege behoort;

  • bij de afstudeerrichting Algemene Geschiedenis: voor de plaatsing van de Europese geschiedenis van na 1500 in een mondiaal perspectief; in het bijzonder de ontwikkeling en rol van politieke instituties;

  • 7) De student heeft kennis van en inzicht in de kernbegrippen, de onderzoeksmethoden en –technieken van de afstudeerrichting, met speciale aandacht;

  • bij de afstudeerrichting Algemene Geschiedenis: voor de bestudering van primaire bronnen en de relativiteit van nationaal gedefinieerde geschiedenissen;

Leerdoelen, specifiek voor dit college

De student:

  • 8) heeft kennis en begrip van de verschillende periodes van partijontwikkeling in verschillende Europese landen;

  • 9) heeft kennis en begrip van de geschiedschrijving over politieke partijen, van debatten binnen politieke wetenschappen en van conceptualisering over dit onderwerp;

  • 10) leert de online bibliografietool Zotero gebruiken.

Rooster

Zie Rooster BA Geschiedenis

Onderwijsvorm

  • Werkcollege met aanwezigheidsplicht

Dit houdt in dat studenten bij alle werkcolleges aanwezig moeten zijn. Indien een student toch verhinderd is dient hij dit vooraf te melden aan de docent. De docent bepaalt vervolgens of, en zo ja, hoe het gemiste college door een vervangende opdracht kan worden ingehaald. Als er specifieke beperkingen zijn bij een college dan maakt de docent dat aan het begin kenbaar. Indien de student niet voldoet aan voornoemde voorwaarden, wordt deze uitgesloten van deelname.

Toetsing en weging

Toetsing

  • Werkstuk (5.000-6.000 woorden gebaseerd op literatuur; exclusief voorblad, inhoudsopgave, bibliografie, voetnoten)
    *getoetste leerdoelen: 2-4, 6-10

  • Mondelinge presentatie
    *getoetste leerdoelen: 3-4, 6-9

  • Participatie (met individuele en groepsopdrachten)
    *getoetste leerdoelen: 5, 1, 6-9

Weging

  • Werkstuk: 70%

  • Mondelinge presentatie: 10%

  • Participatie (met individuele en groepsopdrachten): 20%

Het eindcijfer komt tot stand op basis van het gewogen gemiddelde op basis van de deelcijfers, met daarbij als aanvullende eis dat het werkstuk voldoende moet zijn.

Deadlines

Voor het inleveren van de opdrachten en het werkstuk geldt de deadline, zoals aangegeven in de corresponderende Brightspace cursus.

Herkansing

Het werkstuk kan worden herkanst. Hiervoor geldt de deadline zoals aangegeven in de corresponderende Brightspace cursus.

Inzage en nabespreking werkstuk

Uiterlijk bij het bekendmaken van de uitslag van het werkstuk wordt aangegeven op welke wijze en op welk tijdstip de inzagen en nabespreking van het werkstuk plaatsvindt.

Literatuurlijst

  • Anheier, Helmut K., Friedhelm Neidhardt, and Wolfgang Vortkamp. “Movement Cycles and the Nazi Party Activities of the Munich NSDAP, 1925-1930.” American Behavioral Scientist 41, no. 9 (June 1, 1998): 1262–81. doi:10.1177/0002764298041009006.

  • Berbuir, Nicole, Marcel Lewandowsky, en Jasmin Siri. “The AfD and its Sympathisers: Finally a Right-Wing Populist Movement in Germany?”. German Politics 0, nr. 0 (2014): 1–25. doi:10.1080/09644008.2014.982546.

  • Black, Lawrence, and Gidon Cohen. “Editorial.” Parliamentary Affairs 62, no. 2 (April 1, 2009): 189–95. doi:10.1093/pa/gsn050.

  • Bonnell, Andrew G. “Oligarchy in Miniature? Robert Michels and the Marburg Branch of the German Social Democratic Party.” German History 29, no. 1 (March 1, 2011): 23–35. doi:10.1093/gerhis/ghq146.

  • Cox, Gary W. “The Development of a Party-Orientated Electorate in England, 1832-1918”. British Journal of Political Science 16, nr. 2 (1 april 1986): 187–216.

  • Harman, Chris. “Party and Class (Winter 1968/69).” International Socialism 35 (Winter /69 1968): 24–32. (available via https://www.marxists.org/archive/harman/1968/xx/partyclass.htm)

  • Hunt, Karen. “Rethinking Activism: Lessons from the History of Women’s Politics.” Parliamentary Affairs 62, no. 2 (April 1, 2009): 211–26. doi:10.1093/pa/gsn052.

  • Ignazi, P. “The Crisis of Parties and the Rise of New Political Parties.” Party Politics 2, no. 4 (October 1, 1996): 549–66. doi:10.1177/1354068896002004007.

  • Katz, Richard S., en Peter Mair. “Changing Models of Party Organization and Party Democracy”. Party Politics 1, nr. 1 (1 januari 1995): 5–28. doi:10.1177/1354068895001001001.

  • Kupfer, Torsten. “Generation und Radikalisierung. Die Mitglieder der NSDAP im Kreis Bernburg 1921-1945. Ein Resümee.” Historical Social Research / Historische Sozialforschung 31, no. 2 (116) (2006): 180–222.

  • Langewiesche, Dieter. “Die Anfänge der deutschen Parteien. Partei, Fraktion und Verein in der Revolution von 1848/49”. Geschichte und Gesellschaft 4, nr. 3 (1 januari 1978): 324–61.

  • Lindgren, Simon, and Jessica Linde. “The Subpolitics of Online Piracy: A Swedish Case Study.” Convergence: The International Journal of Research into New Media Technologies 18, no. 2 (May 1, 2012): 143–64. doi:10.1177/1354856511433681.

  • Mair, Peter. “The Green Challenge and Political Competition: How Typical is the German Experience?”. German Politics 10, nr. 2 (1 augustus 2001): 99–116. doi:10.1080/772713265.

  • Mergel, Thomas. “Americanization, European Styles or National Codes? The Culture of Election Campaigning in Western Europe, 1945–1990.” East Central Europe 36, no. 2 (September 1, 2009): 254–80. doi:10.1163/187633009X411520.

  • Michels, Robert, Eden Paul, and Cedar Paul. Political Parties; a Sociological Study of the Oligarchical Tendencies of Modern Democracy. New York, Hearst’s International Library Co., 1915. Pp.21-40. http://archive.org/details/politicalparties00mich.

  • Morgan, P. “‘The Trash Who Are Obstacles in Our Way’: The Italian Fascist Party at the Point of Totalitarian Lift Off, 1930-31”. *The English Historical Review8 CXXVII, nr. 525 (1 april 2012): 303–44. doi:10.1093/ehr/ces020.

  • Ostrogorski, M. “The Introduction of the Caucus into England.” Political Science Quarterly 8, no. 2 (June 1, 1893): 287–316.

  • Rydgren, Jens. “Is Extreme Right-Wing Populism Contagious? Explaining the Emergence of a New Party Family”. European Journal of Political Research 44, nr. 3 (2005): 413–37. doi:10.1111/j.1475-6765.2005.00233.x.

  • Scarrow, Susan E. “Parties without Members? Party Organizations in a Changing Electoral Environment.” In Parties Without Partisans Political Change in Advanced Industrial Democracies, 1st paperback. Vol. 5. Comparative Politics. Oxford: Oxford University Press, 2002: 77-100.

  • Tholfsen, Trygve R. “The Origins of the Birmingham Caucus”. The Historical Journal 2, nr. 2 (1 januari 1959): 161–84.

  • Velde, Henk te. “Het Wij-Gevoel van Een Morele Gemeenschap. Een Politiek-Culturele Benadering van Partijgeschiedenis.” In Jaarboek Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen 2004, edited by Gerrit Voerman, 106–23. Jaarboek Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Groningen: DNPP, 2005. http://irs.ub.rug.nl/ppn/299126080.
    Whiteley, Paul. “Where Have All the Members Gone? The Dynamics of Party Membership in Britain.” Parliamentary Affairs 62, no. 2 (April 1, 2009): 242–57. doi:10.1093/pa/gsn054.

Inschrijven

Inschrijven via uSis is verplicht.

Algemene informatie over uSis vind je op de website.

Aanmelden Studeren à la carte en Contractonderwijs

niet van toepassing

Contact

Dr. Anne Heyer

Opmerkingen

geen