Studiegids

nl en

Bachelor Project Politicologie 2021-2022

Vak
2021-2022

Ingangseisen

Deelname aan het Bachelorproject is slechts toegestaan wanneer de propedeuse is behaald en ten minste 40 EC van het tweede jaar zijn behaald met inbegrip van het studieonderdeel Methoden en Technieken van Politicologisch Onderzoek. Het succesvol afronden van de cursus Academische Vaardigheden: Onderzoeksonderwerp is vanaf 2019-2020 een ingangseis voor het Bachelorproject.

Bachelor Project Informatiebijeenkomsten Leiden (online)

Semester I: De informatie over de Bachelor Projecten in semester I wordt digitaal verspreid in Mei.
Semester II: De informatie over de Bachelor Projecten in semester II wordt digitaal verspreid in November.

Inschrijving Bachelor Project

Semester I: De informatie over de Bachelor Projecten in semester I wordt digitaal verspreid in Mei.
Semester II: De informatie over de Bachelor Projecten in semester II wordt digitaal verspreid in November.

Taal

De scriptie voor de afstudeerrichting Politicologie wordt in principe in het Nederlands geschreven, tenzij anders aangegeven.

Literatuur

Halperin, S. & Heath, O. (2017) 'Political research: Methods and practical skills' - Oxford University Press, wordt bekend verondersteld. De overige literatuur wordt vermeld op de Brightspace pagina van elk Bachelor Project.

Omschrijving

Doel 1: Het leren toepassen van concepten, theorieën en methoden in een onderzoek binnen een van te voren door de docenten geformuleerd kader;
Doel 2: Het uitvoeren van en rapporteren over een beperkt empirisch of literatuur onderzoek
Inhoud: Het bachelorproject is een cursus die inhoudelijke instructie biedt, gevolgd door een onderzoeksdeel waarbinnen studenten een individueel onderzoek uitvoeren. Verschillende projecten worden aangeboden, gestructureerd rond verschillende thema's. Studenten volgen eerst een aantal weken inhoudelijk onderwijs waarbij ze hun kennis over een bepaald onderwerp binnen een deelgebied van de politicologie verdiepen. Daarna leren studenten een onderzoeksvraag te formuleren, onderzoek te ontwerpen om die vraag te beantwoorden, eigen onderzoek uit te voeren en correct en duidelijk over dat onderzoek te rapporteren.

Het eindrapport - de bachelorscriptie - rondt de bachelor Politieke wetenschappen af. De scriptie is een individuele eindwerkstuk gebaseerd op althans deels eigen onderzoek.

Toetsing

Studenten slagen of zakken voor het gehele Bachelorproject (16 weken). Studenten dienen voor beide delen van het Bachelorproject een voldoende resultaat te behalen om de 20 studiepunten of EC te kunnen ontvangen.

  • De opdrachten die tijdens het eerste, inhoudelijke deel van het Bachelorproject worden gemaakt (week 1-6) leveren gezamenlijk een eerste deelcijfer op. Dit deelcijfer telt voor 40% mee in de bepaling van het eindcijfer. Afronding vindt plaats op 1 decimaal en dit onderdeel is behaald vanaf een 5,5.

  • De volledige thesis die tijdens het tweede, onderzoeksdeel van het bachelorproject wordt geschreven (week 7-16) levert een tweede deelcijfer op. Dit deelcijfer telt voor 60% mee in de bepaling van het eindcijfer. Afronding vindt plaats op halve punten en dit onderdeel is behaald vanaf een 6,0.

Eindprodukt:

Een scriptie van 7.000-8.000 woorden. Dit is de daadwerkelijk vereiste lengte van de thesis. Dus niet 7.000-8.000 woorden plus/min 10%. Wat betreft het woordenaantal: Alles van de inleiding tot de conclusie telt (zoals geregistreerd door MS Word). De volgende elementen tellen niet mee: voorpagina, abstract, inhoudsopgave en referentielijst. Wat betreft de abstract en inhoudsopgave: deze zijn optioneel.

Deadlines:

BAP semester 1: Vrijdag 24 december 2021, 17:00 uur.
BAP semester 2: Maandag 30 mei, 2022, 17:00 uur.

Studenten die een onvoldoende halen voor hun thesis – en dus het volledige bachelor project niet met goed gevolg afsluiten – hebben het recht om hun thesis te verbeteren en opnieuw in te dienen. Dit doen zij op basis van de feedback die zij van hun thesisbegeleider ontvangen tijdens een speciaal daarvoor geplande bijeenkomst. Studenten hebben geen recht op verdere begeleiding. De deadlines voor het herindienen van de thesis zijn:

BAP semester 1: Vrijdag 11 februari, 2022, 17:00 uur.
BAP semester 2: Dinsdag 12 juli, 2022, 17:00 uur.

Hier zijn twee belangrijke voorwaarden aan verbonden:

  • Studenten hebben niet het recht om een thesis voor de tweede maal in te dienen als hun eerste poging een voldoende heeft opgeleverd.

  • Studenten hebben niet het recht om een thesis voor de tweede maal in te dienen als zij geen volledige versie van hun thesis hebben ingediend tijdens hun eerste poging (Zie Regels en Richtlijnen Examencommissie, art. 4.8.2).

Leids scriptie-repositorium

Goedgekeurde scripties worden bewaard in het Leids bachelor-scriptierepositorium na de afronding van uw Bachelorproject. U dient daarvoor een verklaring te ondertekenen.

Bachelorproject thema’s:

Semester I

01: Parliaments and Parliamentary Decision-making - (T. Mickler)
Parlementen spelen een centrale rol binnen politieke systemen (het “linken” van burgers en controleren van de regering, het vormen en beïnvloeden van beleid). Er is een grote variatie in de wijze waarop parlementen zich organiseren en hoe actoren (partijen, individuele leden) zich binnen parlementen gedragen om hun functies efficiënt en verantwoordelijk uit te oefenen. In dit bachelordeelproject staat deze interne organisatie van parlementen centraal. De focus zal liggen op de manier hoe individuele parlementsleden zich organiseren en gedragen en hoe door parlementsleden binnen parlementen beleid gecontroleerd en gevormd wordt.

De focus van scripties zal liggen op individuele kamerleden, e.g. de manier hoe individuele parlementsleden zich organiseren en gedragen en hoe door parlementsleden binnen parlementen beleid gecontroleerd en gevormd wordt. Leidende onderzoeksthema’s zijn daarbij:

  • Verdeling van rechten of plichten binnen fracties (“office allocation in legislatures”)

  • Stemgedrag van parlementsleden

  • Gebruik van parlementaire controlemechanismen, e.g. kamervragen

  • Parlementaire loopbanen (“legislative careers”)

  • De verhouding tussen parlementsleden en hun kiesdistricten

  • De externe communicatie van parlementsleden (e.g. via Twitter)

Studenten kunnen binnen het brede thema hun eigen focus bepalen. In het BAP worden student geacht om een (beperkt) empirisch onderzoek uit te voeren. De basis voor de scriptie is een verklarende onderzoeksvraag.

Vergelijkend onderzoek of single case studies zijn mogelijk. Er mag gebruik gemaakt worden van zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden, e.g. inhoudsanalyse van speeches, partijprogramma’s, interviews, minutes (verslagen); enquêtes. Deze data worden geanalyseerd met (beperkte) statistische methoden. Interviews met parlementsleden zijn mogelijk (onder duidelijke voorwaardes).
Scripties kunnen in het Engels of in het Nederlands geschreven worden.

Semester II

02: Democratietheorie - (H. Oversloot)
Wat wij democratie noemen is, volgens een klassiek-Griekse opvatting, op zijn best een gemengde staatsvorm met enige democratische elementen. De rechtsstaat: men kan eraan gehecht zijn, maar de rechtsstaat kan ook worden gezien als een beperking van de democratie. (De (opkomende) democratie is in de negentiende eeuw ook wel gezien als een bedreiging van de rechtsstaat. Zonder rechtsstatelijke beperking en machtenscheiding rest een illiberal democracy, de tirannie van of namens de meerderheid, zeggen sommigen thans.
Is het bereik van de wet door hogere principes beperkt, ook als de wet op de meest democratische wijze tot stand komt? Welke zijn die hogere principes dan? ‘Hoeveel’ democratie is nodig om van een ‘echte’ democratie te kunnen spreken? Hoe plooibaar is het begrip? Als men het houden van verkiezingen voor het vervullende van staatsambten niet als een oligarchisch element in de staatsorganisatie beschouwt, maar, in tegendeel, als de manier waarop democratie in ‘de moderne tijd’ gestalte wordt gegeven, welke staatsambten moeten dan verkiesbaar zijn om van een democratie te kunnen spreken? En als democratie samengaat met – en uitdrukking moet geven aan – de politieke gelijkheid van (volwassen) leden van de politieke gemeenschap, hoe ongelijk mag het ‘feitelijke gewicht’ van de individuele stemmen dan zijn? Hoe ongelijk mag de feitelijke politieke invloed van individuen zijn? Is democratie wel mogelijk in een staat met een zeer grote vermogens- en inkomensongelijkheid? Veronderstelt democratie een gedeelde cultuur? De moderne democratie heeft gestalte gekregen binnen statelijk verband. Is democratie ook voorstelbaar in een ‘bovenstatelijke’ orde als de EU? Zijn daarvoor institutionele en/of andere veranderingen nodig? Welke? Als de EU te groot en (nog) te politiek en cultureel divers is om een democratie te kunnen vormen: kan een politieke gemeenschap ook te klein zijn voor een democratische rechtsstaat? Waarom is in sommige landen de postcommunistische overgang naar een democratische rechtsstaat wel succesvol verlopen en in andere niet? Is die overgang naar een democratische rechtsstaat voor eeuwig, of is een ‘terugslag’ denkbaar?
Voor uw poging om een antwoord te geven op een van deze of ‘soortgelijke’ vragen, sommige van politiek-filosofische, andere van meer empirische aard, is ruimte in dit Bachelor-project.

In het Bachelor-programma is er slechts een beperkt aanbod van cursussen geweest op het terrein van de politieke filosofie/theorie. U dient in elk geval de tweedejaarscursus “Geschiedenis van de Politieke Filosofie” met succes te hebben afgerond.

Onderwijsvormen

Werkgroep bijeenkomsten, inloopspreekuur, individuele afspraken, zelfstudie.

Verplichte literatuur eerste blok

J.-J. Rousseau, Du contrat social. Verschillende uitgaven, ook in Engelse en Nederlandse vertaling.
Amy Gutmann & Dennis Thompson, Why Deliberative Democracy?, Princeton U.P. Princeton (N.J.) 2004.
J.S. Mill, On Liberty. Verschillende uitgaven.
J.S. Mill, Considerations on Representative Government.
Hanna Pitkin, The Concept of Representation, University of California Press, Berkeley 1967). ISBN 9780520021563

Literatuur verder ter oriëntatie op tweede blok

Robert A. Dahl & Bruce Stinebrickner, Modern Political Analysis, Prentice-Hall, Englewood Cliffs, 6th rev. ed. 2003 (1963).
Philip Pettit, Republicanism. A Theory of Freedom and Government, Clarendon Press, Oxford etc. 1997.
Lage drempels, hoge dijken. De democratie en rechtsstaat in balans. Eindrapport van de staatscommissie parlementair stelsel, Boom, Amsterdam 2018.

Een selectie van onderwerpen van Bachelor scripties – niet de precieze titels – die de afgelopen jaren in de het Bachelor project “Democratietheorie” in scriptie-vorm zijn behandeld vindt u hieronder. Ze brengen u misschien op een idee:

  • Voor of tegen het behoud van een al dan niet verbeterde Eerste Kamer

  • Niet-electorale politieke vertegenwoordiging

  • De ideeën van Friedrich Hayek over politieke orde en de plaats daarin voor democratie

  • Belangengroepen-activisme in de Europese Unie als vorm van democratie

  • De (on)wenselijkheid van referenda

  • Het Johnson Amendement en de financiering van verkiezingen in de USA

  • Procedurele multiculturele democratie

  • De gekozen burgemeester

  • Over intergemeentelijke samenwerking en lokale democratie

  • Democratische controle en Zelfstandige Bestuurs Organen

03: Nederlandse Politiek: Verkiezingen en Kiesgedrag - (M. Nagtzaam)
Het verleden is niet meer. In dat verleden – zeg: de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog - was het relatief eenvoudig om het electorale gedrag (in het bijzonder bij Tweede Kamerverkiezingen) van Nederlandse kiesgerechtigde burgers te voorspellen of verklaren. Bij de aanwezigheid van een opkomstplicht was de keuze om de gang naar het stemlokaal te maken vooraf en extern bepaald, en daarmee nauwelijks een individuele keuze. En in dat stemlokaal gaf het overgrote deel van het electoraat uitdrukking aan de eigen groepsidentiteit. De verzuiling die op tal van wijzen vorm gaf aan Nederland als land van minderheden betekende dat bij verkiezingen de partijkeuze voor velen evenmin een echte keuze was, maar feitelijk vooral een manifestatie was van een door primair religie en secundair sociaaleconomische positie getekende, min of meer stabiele maatschappelijke (en politieke) segmentatie. Zoals gezegd: die tijd is voorbij, en o voorgoed voorbij. In de laatste decennia van de 20e en zo mogelijk meer nog in de eerste decennia van de 21e eeuw is de Nederlandse kiesgerechtigde daadwerkelijk gaan kiezen. Om, na afschaffing van de opkomstplicht, al dan niet te gaan stemmen. En om vervolgens in het stemlokaal daadwerkelijk te kiezen, vaak op een laat moment, uit het in Nederland ruime aanbod van politieke partijen of kandidatenlijsten.

De aanzienlijk toegenomen beweeglijkheid of volatiliteit van de Nederlandse kiezer maakt het even lastig als boeiend om zijn of haar electorale gedrag en uiteindelijke partijkeuze te proberen te begrijpen en verklaren. Spelen lange-termijn factoren (toch nog) een rol, zoals sociaal-demografische positie, ideologie en religie, en zo ja, hoe werkt dat dan bij wie en hoe groot is die rol? Of moeten we voor het betere begrip voor het gedrag van de eigentijdse kiezer veeleer korte-termijnfactoren in de verklaring opnemen, zoals campagne-effecten, de beoordeling van gevoerd (economisch) beleid, de evaluatie en waardering van de individuele politicus als persoon, of strategische overwegingen die minder de samenstelling van de te kiezen volksvertegenwoordiging maar eigenlijk van een volgend kabinet in ogenschouw nemen? In het bachelorproject ‘Nederlandse Politiek: Verkiezingen en kiesgedrag’ gaan we op zoek naar antwoorden op deze en verwante vragen met betrekking tot verkiezingen, kiezers en electoraal gedrag in Nederland.

Onderwijsvormen

Plenaire bijeenkomsten, (individuele) spreekuur- of inloopbijeenkomsten, bibliotheekinstructie, en (bovenal!) zelfstudie en zelfwerkzaamheid.

Bibliotheek instructie

Informatie over de digitale module Bibliotheekinstructie zal beschikbaar worden gesteld via Brightspace.

Studiematerialen

Met het bachelorproject wordt de driejarige bacheloropleiding Politicologie afgerond. Dat houdt in, dat in eerdere jaren en reeds gevolgde vakken opgedane kennis bekend wordt verondersteld (of althans op eenvoudige wijze door zelfstudie kan worden ‘opgefrist’). Voor dit bachelorproject gaat het dan in het bijzonder om de kennis die is verworven in de inleidende vakken Nationale Politiek, Methoden en Technieken van Onderzoek, Statistiek en Politieke Psychologie.
Specifiek ter voorbereiding van het bachelorproject dient het volgende rapport te zijn bestudeerd: Sipma, T., Lubbers, M., Van der Meer, T., Spierings, N., Jacobs, K. (Eds.) (2021). Versplinterde Vertegenwoordiging. Stichting KiezersOnderzoek Nederland (SKON).

Rooster

Rooster