Inhoud/omschrijving
In dit blok staat het psychosociale functioneren met betrekking tot gezondheid en ziekte van mensen centraal. De verschillende levensfasen in het menselijk bestaan (het jonge kind, de adolescent, de volwassene en de oudere) komen in relatie tot gezondheid en ziekte aan de orde. De student leert hoe gezondheid en ziekte niet alleen bepaald worden door somatische factoren, maar ook door psychologische en maatschappelijke factoren.
Doel
De student is na het deelnemen aan het blok in staat het normale psychosociale functioneren van individuen te bespreken in het kader van moderne theorieën over gezondheidsgedrag en ziektegedrag. De student kan een exposé geven over de psychosociale aspecten van gezondheid en ziekte in de verschillende levensfasen: het (jonge) kind, de adolescent, de volwassene, en de oudere.
De student is na het blok in staat het biopsychosociale model uit te leggen en kan de belangrijkste gedragspatronen die zijn geassocieerd met gezond blijven, lichamelijk ziek worden en het herstelproces c.q. chroniciteit in dit model inpassen.
De student kan uitleggen hoe gezondheidsgedrag, ziektegedrag, stress en ‘coping’ in dat biopsychosociale model een plaats hebben. Na het blok kan de student in praktijk brengen hoe gezondheidsgedrag, ziektegedrag, stress en coping bij lichamelijk zieke mensen worden gemeten, mede door die metingen te hebben uitgevoerd bij collega-studenten.