Studiegids

nl en

Cognitief-intellectuele ontwikkeling – Van theorie naar praktijk

Vak 2010-2011

Toegangseisen

Propedeuse en de B2-cursus Ontwikkelingspsychopathologie (Developmental Psychopathology) met een voldoende afgerond.

Beschrijving

Verschillende aspecten van de cognitief-intellectuele ontwikkeling zullen worden uitgediept, waarbij de nadruk zal liggen op de ontwikkeling van strategieën om problemen op te lossen, de daarbij optredende ontwikkelingsmechanismen, de ontwikkeling van de hersenen en individuele verschillen.

Concrete onderwerpen van de cognitief-intellectuele ontwikkeling die aan bod komen zijn onder andere:

  • taalontwikkeling en conceptvorming
  • de ontwikkeling van metacognitie
  • geheugen- en perceptuele ontwikkeling
  • de ontwikkeling van het denken
  • redeneren en beginnend probleemoplossen
  • de intellectuele ontwikkelingen en de ontwikkeling van schoolse vaardigheden (lezen, rekenen, schrijven)
  • de ontwikkeling en plasticiteit van de hersenen
  • dat wil zeggen de “learning mind” van het kind, etc.

Ook aandachtspunten binnen intelligentie-onderzoek als het Flynn-effect en dynamisch versus statisch intelligentie-onderzoek staan op het programma. Steeds wordt ook de normale ontwikkeling gerelateerd aan de atypische of afwijkende ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld taalontwikkelingsstoornissen, intellectuele stoornissen en leerstoornissen, waarbij ook technieken om de ontwikkeling en deze stoornissen te detecteren aan bod komen.

Leerdoelen

  • Doel van deze cursus is een verdieping te bieden van onderwerpen die in het eerste jaar slechts kort aan bod zijn gekomen op het gebied van de cognitief-intellectuele ontwikkeling.
  • De student dient zich tevens, door middel van zelfstudie, het beantwoorden van open vragen en het schrijven van een werkstuk, te verdiepen in een aspect van de cognitieve of intellectuele ontwikkeling.
  • De student dient derhalve, naast bestudering van verplichte literatuur, een literatuursearch te verrichten en zijn/haar wetenschappelijke schrijfvaardigheden te oefenen: het eindproduct dient een wetenschappelijk paper te zijn, met een vraagstelling, inhoudelijk deel en eigen conclusies.

Rooster

Cognitief-intellectuele ontwikkeling – Van theorie naar praktijk (2010-2011):

Onderwijsvorm

Het programma bestaat uit verschillende onderdelen:
13 hoorcolleges en tentamen, een werkgroepsbijeenkomst gevolgd door individuele afspraken en een bijeenkomst met een werkgroepbegeleider en het schrijven van een paper.
In de colleges zal een aantal thema’s uit de cognitieve ontwikkeling (en de verstoorde ontwikkeling) nader worden toegelicht. Steeds zal de normale ontwikkeling worden besproken, gevolgd door de deviante ontwikkeling of individuele verschillen in ontwikkeling, waarna een link met de praktijk zal worden gelegd, bijvoorbeeld door gebruik van videomateriaal. De atypische ontwikkeling binnen specifieke groepen, zoals hoogbegaafde of mentaal geretardeerde kinderen, kinderen met veel of weinig metacognitieve vaardigheden neemt een belangrijke plaats in in de colleges. Daarbij staat de relatie met en de invloed op de cognitief-intellectuele ontwikkeling van het kind centraal.

Naast de colleges is er een werkopdracht, waarbij een paper geschreven dient te worden. Hierbij zal in de werkgroep nadere begeleiding worden gegeven. De paperonderwerpen zijn gerelateerd aan de colleges en aan de expertise van de begeleidende docenten. Bij inschrijving voor de werkgroepen (zie uSis) wordt gekozen voor een door de docent vastgesteld onderwerp, bijvoorbeeld ‘de ontwikkeling van metacognitie’ of ‘leerpotentieel meting of IQ?’

Er zijn diverse bijeenkomsten:

  • bij aanvang van de cursus (uitleg over hoe en waarom)
  • 14 dagen later (student levert vraagstelling en te behandelen literatuur in)
  • in week 10 van de cursus (voor inschrijving en tijden: zie uSis en Blackboard).
    Het aantal werkgroepbijeenkomsten is afhankelijk van de werkwijze van de docent.

Toetsing

  • De literatuur (boeken + artikelen) plus de inhoud van de colleges vormen tezamen de stof waarover schriftelijk getentamineerd wordt. Het tentamen bestaat uit 6-8 open vragen.
  • De paper dient voor 1 februari 2011 als voldoende beoordeeld te zijn. De papers worden uiterlijk tweemaal van commentaar voorzien door de docent.
  • Zowel tentamen als paper dienen voldoende beoordeeld te zijn. De paper telt voor 1/3 mee in het eindcijfer.
  • De werkgroepen en het schrijven van de paper zijn verplicht.

De Faculteit Sociale Wetenschappen heeft per 1 januari 2006 het systeem Ephorus ingevoerd dat docenten kunnen gebruiken om werkstukken van studenten systematisch op plagiaat te controleren. Zie ook fraude .

Blackboard

Collegesheets en eventueel ander materiaal komt op Blackboard te staan.

Literatuur

Stof voor het tentamen:

  • Siegler, R.S. & Alibali, M.W. (2004). Children’s thinking (4e editie, 448 pags.). Pearson, Prentice Hall. [ISBN 0131293338].
  • Resing, W.C.M. & Drenth, P.J.D. (2007). Intelligentie: weten en meten. (NB: uitsluitend nieuwe editie) Amsterdam: Nieuwezijds. [ISBN: 978 90 5712 260 6].
  • Artikelen (zie Blackboard).
  • Alle collegestof maakt deel uit van de tentamenstof.

Stof voor het schrijven van een paper:
In het artikel ‘hoe schrijf ik een paper’ (pdf, zie Blackboard) zijn aanwijzingen opgenomen voor het schrijven van een wetenschappelijke paper. Ook wordt gebruik gemaakt van een website waarop is aangegeven hoe een dergelijke paper (in APA stijl) dient te worden vormgegeven. In het boek van Siegler (zie boven) is door de uitgever een toegangscode voor deze website opgenomen. De student kan 2 jaar gebruik maken van de informatie op deze site. In het 1e college wordt nadere uitleg gegeven over deze site. (NB: gebruik deze informatie dus voor volgende werkstukken). Verdere informatie: zie Blackboard.
Voor elke paper dient de student, in overleg met werkgroepbegeleider, tenminste 5 recente artikelen te gebruiken, in combinatie met de tentamenstof. Minimaal 4 van deze artikelen dienen Engelstalig te zijn.

Aanmelden

Studenten dienen zich voor studieactiviteiten in te schrijven via uSis. Voor de vakken van het eerste semester kan dit vanaf 7 juli tot 30 augustus. Inschrijving voor de studieactiviteiten van het tweede semester vindt plaats in januari 2011.

NB: Inschrijving voor het tentamen en hertentamen gaat niet automatisch. Inschrijven voor het (her)tentamen doe je uiterlijk 1 week van te voren via uSis. Wie zich niet inschrijft, kan niet meedoen aan het (her)tentamen.

Contact

Mw. prof. dr. W.C.M. Resing
Sectie Ontwikkelings & Ontwikkelingspsychologie
Voor vragen: mail of bel mw. Z.W. van Ree,
Kamer 3B48
Tel. 071-5273644
E-mail: secrdevpsy@fsw.leidenuniv.nl