Studiegids

nl en

Experimenteel en Correlationeel Onderzoek

Vak 2010-2011

Toegangseisen

Een student kan zich alleen voor het tentamen inschrijven als hij/zij de toets wiskunde met een voldoende heeft afgelegd of hier een vrijstelling voor heeft. Het vak sluit aan op de vakken Inleiding Methoden en Technieken en Toetsende Statistiek, en veronderstelt deze voorkennis en vaardigheden.

Beschrijving

Deze cursus behandelt (1) de ins en outs van het opzetten van psychologische experimenten, en (2) de basismethoden die worden gebruikt bij de analyse van gegevens verkregen uit correlationeel en (quasi-)experimenteel onderzoek: (multipele) regressie-analyse en variantie-analyse. Op Blackboard staat een gedetailleerde lijst van onderwerpen die in de cursus aan de orde komen. De rode draad van de cursus is de wens om met behulp van onderzoek zo goed mogelijk uitspraken te kunnen doen over causale relaties.

Leerdoelen

  • Inzicht krijgen in de sterke en zwakke punten van verschillende soorten onderzoeksopzetten die in (experimenteel) psychologisch onderzoek gebruikt worden.
  • Leren kennen en kunnen toepassen van de criteria om onderzoeksopzetten met elkaar te vergelijken.
  • Kennis maken en praktische vaardigheden verwerven met de statistische methoden voor het analyseren van (quasi-)experimentele gegevens, in het bijzonder regressie-analyse en variantie-analyse.

Rooster

Experimenteel en Correlationeel Onderzoek (2010-2011):

Onderwijsvorm

Het onderwijs voor het vak Experimenteel en Correlationeel Onderzoek is georganiseerd in zeven opeenvolgende weken. Er zijn colleges, werkgroepen en computerpractica. Het college vormt steeds de start van een onderwijsweek. Op een van de dagen volgend op het college is de werkgroepbijeenkomst, gevolgd door het computerpracticum.

In de colleges wordt de stof geïntroduceerd en toegelicht. De student dient het college voor te bereiden door het bestuderen van de stof die voor iedere bijeenkomst op het weekprogramma staat. Tijdens het computerpracticum wordt dit met vijf kennisvragen getoetst. Het totaalcijfer voor deze toetsen telt mee bij de bepaling van het eindcijfer.

In de werkgroepbijeenkomsten behandelen docenten de opdrachten uit het werkboek. Bij het volgen van de werkgroepbijeenkomsten dient men het werkboek en het boek bij zich te hebben.

In het computerpracticum wordt geoefend met het programma SPSS, een software-pakket voor data-analyse. De practica worden begeleid door studentassistenten en zijn, omdat het vaardigheidsonderwijs is, verplicht. Nogmaals: tijdens het computerpracticum wordt de wekelijkse collegestof met vijf kennisvragen getoetst. Het totaalcijfer voor deze toetsen telt mee bij de bepaling van het eindcijfer.

Voor het computerpracticum dient men te beschikken over een opslagmedium (memory stick). Tevens dient men mee te nemen het werkboek, met daarin de opdrachten voor het practicum, de SPSS handleiding en een schrift om de resultaten in bij te houden en de vragen te beantwoorden.

Toetsing

  • Tentamen bestaande uit 40 meerkeuzevragen met elk vier alternatieven.
  • Kennistoetsen aan het begin van iedere practicumbijeenkomst.
  • Tijdens de laatste practicumbijeenkomst wordt een vaardigheidstoets afgenomen, die zowel de verschillende facetten van het werken met SPSS, als ook het lezen en interpreteren van de analyse uitvoer betreft. De studiepunten voor de cursus worden alleen toegekend indien het resultaat van deze toets voldoende is.

Het eindcijfer is een combinatie van het tentamencijfer en het cijfer voor de kennistoetsen bij de computerpractica. De precieze berekeningswijze van het eindcijfer wordt in het Voorwoord van het werkboek toegelicht.

Binnen 30 dagen na bekendmaking van de uitslag van het tentamen, kan een afspraak gemaakt worden met de eigen werkgroepdocent om het tentamen individueel na te bespreken.

De Faculteit Sociale Wetenschappen heeft per 1 januari 2006 het systeem Ephorus ingevoerd dat docenten kunnen gebruiken om werkstukken van studenten systematisch op plagiaat te controleren. Zie ook fraude .

Blackboard

Experimenteel en Correlationeel Onderzoek maakt gebruik van de algemene digitale leeromgeving Blackboard.

Blackboard wordt gebruikt voor het ter beschikking stellen van studiemateriaal (college sheets, vertaalde termen etc.) en oefenvragen en voor het stellen van tussentijdse vragen aan docent of medestudenten.

Literatuur

  • Vocht, A de. (2009). Basishandboek SPSS 17. Utrecht, Bijleveld Press.
  • Leary, M.R. (2008). Introduction to behavioral research methods (5th edition). Boston, MA: Allyn and Bacon. Hoofdstukken worden nader bekend gemaakt.
  • Moore, D.S., McCabe, G.P. & Craig, B.A. (2009). Introduction to the practice of statistics (6th edition). New York: W.H. Freeman. Hoofdstukken worden nader bekend gemaakt.
  • Werkboek Experimenteel en Correlationeel Onderzoek. Verkrijgbaar bij de servicedesk.

De boeken zijn goedkoop verkrijgbaar via de boekenbalie van de studievereniging Labyrint op vertoon van je lidmaatschapspasje van Labyrint. Of anders bij de academische boekwinkels.

Aanmelden

Eerstejaars studenten zijn automatisch ingeschreven voor de cursus. Ouderejaars dienen zich voor de werkgroepen in te schrijven via uSis. Voor de vakken van het eerste semester kan dit vanaf juli tot augustus. Inschrijving voor de werkgroepen van het tweede semester vindt plaats in januari 2011.

NB: Inschrijving voor het tentamen en hertentamen gaat niet automatisch. Inschrijven voor het (her)tentamen doe je uiterlijk 1 week van te voren via uSis. Wie zich niet inschrijft, kan niet meedoen aan het (her)tentamen.

Contact

(Coördinator)
Dr. M. van der Leeden
Sectie Methoden en Technieken, kamer 3B21
Telefoon: 071 – 527 3763
E-mail: vanderleeden@fsw.leidenuniv.nl