Studiegids

nl en

Analyse Literaire teksten - Taalvaardigheid II

Vak
2011-2012

Toegangseisen

Voldoende voor Lezen/ Woordenschat 2 – Taalverwerving I.

Beschrijving

Aan de hand van een serie korte verhalen van moderne Nederlandse auteurs wordt de verteltechniek in literaire teksten behandeld. Daarbij komen verschillende vragen aan de orde, zoals: wat is het effect van het gekozen perspectief, hoe bouwt een auteur spanning op, hoe krijgen de personages gestalte? Buiten de teksten wordt aandacht besteed aan algemene theoretische vragen, bijvoorbeeld over de relatie tussen literatuur en werkelijkheid.
In de eerste vijf colleges wordt de basistheorie van de literaire analyse behandeld en worden verschillende verteltechnieken besproken: perspectief, personages, tijd, spanning, thema en motieven. Daarnaast wordt telkens één kort verhaal besproken. In het tweede deel van de collegereeks (college zes t/m dertien) bespreken studenten zelf verhalen voor de groep, alleen of in groepjes van twee of drie. Deze bespreking dient als basis voor het werkstuk dat studenten één week na het referaat moeten inleveren.
Dit college sluit aan bij Nederlandse letterkunde voor 1800 en na 1800.

Leerdoelen

In de eerste plaats maken studenten kennis met bekende auteurs uit de moderne Nederlandse literatuur. Daarnaast krijgen ze inzicht in de basistheorie van de literaire analyse, en leren ze de theorie zelfstandig toe te passen. Bovendien doen ze enige ervaring op met onderzoeksvaardigheden op het gebied van de Nederlandse letterkunde. Ten slotte kunnen de studenten hun presentatievaardigheden alsook hun schrijfvaardigheid in het Nederlands verbeteren. De verbreiding van de Nederlandse woordenschat is ook een doel van dit college: iedere week leren studenten een lijst nieuwe woorden, afkomstig uit de behandelde verhalen.
Er wordt toegewerkt naar niveau B1/B2 van het Europees Referentiekader

Rooster

Zie het rooster

Onderwijsvorm

Werkcollege: aanwezigheid verplicht

Toetsing

De toetsing omvat een referaat, een werkstuk en een tentamen
Werkstuk
• het werkstuk heeft een omvang van ongeveer 1000 woorden.
• het werkstuk wordt één week na het referaat ingeleverd.

Tentamen
• open vragen naar aanleiding van een verhaal (bij dit deel van het tentamen is het gebruik van woordenboeken toegestaan)
• een woordenschattentamen.
Het eindcijfer wordt bepaald door het referaat (15%), het werkstuk (15%) en het tentamen (70%).

De deelcijfers zijn geldig alleen in het studiejaar waarin ze zijn toegekend. Als het eindcijfer onvoldoende is, moet de student in het daaropvolgende jaar alle onderdelen opnieuw halen.

Blackboard

Bij dit college wordt gebruik gemaakt van Blackboard, voor het ter beschikking stellen van het studiemateriaal.

Literatuur

Syllabus Literaire teksten; overig materiaal wordt tijdens het eerste college bekend gemaakt.

Aanmelden

Aanmelden als student via uSis

Aanmelding voor A la carte en contractonderwijs

Aanmelden Contractonderwijs.

Dit college is niet beschikbaar voor A la carte onderwijs.

Contact

Informatie bij de docent: Prof. dr. O.J.Praamstra.

Opmerkingen

Doelgroep: Buitenlandse studenten met gevorderde kennis van het Nederlands en belangstelling voor de Nederlandse letterkunde.