Studiegids

nl en

Werkcollege BA3 Latijn: De onderwereld in de Latijnse literatuur

Vak 2011-2012

Toegangseisen

Het werkcollege is toegankelijk voor BA studenten GLTC met een afgeronde propedeuse.

Beschrijving

Orpheus en Eurydice, de hellehond Cerberus, Sisyphus en zijn rotsblok, de Elyseïsche velden… Sinds Odysseus’ bezoek aan de onderwereld in boek XI van de Odyssee is de onderwereld niet meer weg te denken uit de klassieke literatuur. In dit college dalen we, in de voetsporen van Aeneas, Hercules en andere helden, af in de onderwereld van de Latijnse literatuur.
Na een inleidend college over de onderwereld in Homerus, zullen we ons richten op een aantal infernale teksten uit de Latijnse literatuur. Vergilius komt natuurlijk uitgebreid aan de orde: Orpheus en Eurydice in Vergilius’ Georgica IV en Aeneas’ bezoek aan de onderwereld in Aeneis VI. Maar we zullen ook veel aandacht besteden aan de onderwereld in postvergiliaanse literatuur, zoals de onderwereld in Ovidius’ Metamorphoses, Hercules’ katabasis in Seneca’s tragedie Hercules Furens, Scipio’s bezoek aan de onderwereld in Silius Italicus’ Punica XIII, etc.
Aan de hand van deze en andere teksten zullen een aantal belangrijke thema’s en motieven van de klassieke onderwereld worden verkend: ontmoetingen met overledenen (of ongeborenen), filosofische en religieuze opvattingen over het hiernamaals, de gruwelen van de Tartarus, de onderwereld in de beeldende kunst, etc.
Tegelijkertijd zal uitgebreid aandacht worden besteed aan de intertekstuele verbanden tussen bovengenoemde teksten en de verschillende literaire technieken van imitatio en aemulatio. In hoeverre is Vergilius’ onderwereld geïnspireerd door Homerus? In welke opzichten wijkt hij juist van zijn model af? Hoe gaat Ovidius in zijn om met Vergilius?
Zodoende geeft het college niet alleen een goed beeld van de rijkdom en veelzijdigheid van de klassieke onderwereld, maar ook een concreet inzicht in de dynamiek van de Latijnse literatuur.

Leerdoelen

Kennis:

  • Verruiming en verdieping van de kennis van Latijnse poëzie uit de Oudheid.
  • Verdieping van de kennis van genreconventies en intertekstualiteit
  • Toepassing theoretische kennis

Vaardigheden:

  • Onderzoeksvaardigheden op gevorderd niveau: materiaal selecteren, analyseren en beoordelen; probleemstelling formuleren; opzetten en uitvoeren van een onderzoek; formuleren van een beargumenteerde conclusie, zorgvuldig gebruik van secundaire literatuur.
  • Vaardigheid in het geven van een mondelinge presentatie (BA eindniveau)
  • Vaardigheid in wetenschappelijk argumenteren en discussiëren: getoetst wordt ook de actieve deelname aan vakinhoudelijke discussies.

Rooster

Rooster GLTC

Onderwijsvorm

Werkcollege, zelfstandige literatuurstudie

Toetsing

  • aanwezigheid en participatie 10%
  • schriftelijk tentamen met gesloten vragen (eind blok III) 20%
  • mondelinge presentatie 30%
  • schriftelijk tentamen (eind blok IV) 40%

Blackboard

Ja

Literatuur

De benodigde primaire en secundaire literatuur zal beschikbaar worden gesteld in de vorm van een reader.

Aanmelding

Via uSis

Informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de docent