Studiegids

nl en

Taalkunde en retorica

Vak 2013-2014

Toegangseisen

Met succes afgerond hebben van Taal-in-gebruik

Beschrijving

Door hun woordkeus kunnen taalgebruikers de gedachten van gesprekspartners of lezers een bepaalde kant op sturen. Het maakt uit of je een beperking van de hypotheekrente-aftrek “verhoging van de woonlasten” noemt of “afschaffing van de villa-subsidie” – bij het eerste denk je eerder aan een overheid die onterecht je geld afpakt, bij het tweede eerder aan het onterecht uitdelen van geld. Beeldspraak kan heel sturend werken: het maakt uit of je een groep mensen voorstelt als één persoon of juist niet (“Nederland is kwaad weggelopen uit de vergadering” of “De Nederlandse vertegenwoordiger is kwaad weggelopen…”). Ook grammaticale keuzes beïnvloeden het sturende karakter van een taaluiting. De journalist die schrijft “Groot aantal demonstranten hinderen treinverkeer” lijkt de demonstranten meer van opzet te beschuldigen dan degene die schrijft “Treinverkeer gehinderd door groot aantal demonstranten”. Veel grammaticale constructies en speciale woorden spelen een aparte rol bij het leggen van verbanden tussen onderdelen van een tekst, en leveren daarmee ook een speciale bijdrage aan de retorische aspecten ervan.
Voortbouwend op verschillende eerdere onderdelen analyseren we in dit vak de relaties tussen taalkundige en retorische dimensies van teksten en gesprekken. In de eerste plaats worden enkele speciale verschijnselen uit woordenschat (o.a. metaforiek en metonymie) en grammatica (o.a. onderschikking, ontkenning, modaliteit, partikels) behandeld; daarbij komt ook het taalspecifieke karakter ervan aan de orde en de problematiek van de vertaalbaarheid. In de tweede plaats worden enkele case studies verricht.
In een apart tutorial bestuderen studenten die dit vak op niveau 400 willen afsluiten, een overzicht van de belangrijkste theoretische benaderingen op dit gebied (Relevantietheorie, Neo-Griceaanse pragmatiek, ‘Frame’-semantiek, Linguïstische argumentativiteitstheorie).

Leerdoelen

Studenten zijn in staat:

  • verbanden te leggen tussen taalkundige eigenschappen van een tekst op woord- en zinsniveau enerzijds en retorische effecten op tekstniveau anderzijds
  • het aangereikte taalkundige begrippenapparaat adequaat te gebruiken om dergelijke verbanden te analyseren en te verklaren
  • een gefundeerd kritisch standpunt in te nemen over taalkundig-retorische aspecten van een tekst
  • voor niveau 400: verschillen en overeenkomsten tussen relevante semantische en pragmatische theorieën te beschrijven, die theorieën toe te passen op nieuw materiaal, op grond van die toepassingen kritisch te bespreken.

Rooster

Zie het rooster van de Opleiding Nederlandse taal en cultuur.

Onderwijsvorm

Keuze uit:

  • Werkcollege
  • Tutorial (voor studenten Nederlands en anderen die het op niveau 400 willen afsluiten)

Toetsing

  • (niveau 300:) schriftelijk tentamen met enkele invulvragen: 40%
  • (niveau 400:) schriftelijk tentamen met enkele essayvragen: 40%
  • werkstuk (uitgewerkte case study): 40%
  • presentatie (20%)

Blackboard

Blackboard wordt gebruikt voor het ter beschikking stellen van studiemateriaal, proeftentamens, samenvattingen, voor discussiefora, het stellen van tussentijdse vragen aan docent of medestudenten etc.

Literatuur

Artikelen en hoofdstukken, beschikbaar via de digitale UB of Blackboard

Aanmelden

Inschrijven voor dit vak via uSis

Aanmelden Studeren à la carte en Contractonderwijs

Aanmelden voor Contractonderwijs

Contact

Prof. dr. A. Verhagen