Studiegids

nl en

Woord en Zin

Vak 2013-2014

Toegangseisen

Beschrijving

In dit college behandelen we de vorm(ing) en betekenis van woorden en zinnen vanuit de gedachte dat er geen strikte scheiding bestaat tussen woorden (lexicon) en zinnen (grammatica): in beide gevallen houden we ons bezig met systematische verbindingen van een bepaalde vorm met een bepaalde betekenis.

In het deel ‘Woord’ stellen we ons de vraag hoe de Nederlandse woordenschat in elkaar zit: welke systematische (studeerbaarheid, poldermodel) en minder systematische (macha, emo-tv) types woordvorming zijn er? Ook bekijken we hoe betekenisverandering plaatsvindt, bijvoorbeeld de overgang van de handeling ‘selecteren’ (aan een strenge selectie onderwerpen) naar ‘de geselecteerde groep’ (de nationale selectie). Welke bijdrage leveren leenwoorden aan de woordenschat? Blijven ze vreemd (flats in plaats van flatten), of passen ze zich aan het Nederlands aan (veryupping)?

In het deel ‘Zin’ gaan we kijken naar grotere eenheden dan woorden, d.w.z. min of meer vaste combinaties van woorden en/of grammaticale patronen die samen een zin kunnen vormen. Het gaat dan om specifieke, min of meer idiomatische constructies zoals die in Hij baant zich een weg door het oerwoud of Hoe komt de zee zo zout?, maar ook om meer abstracte, grammaticale constructies zoals woordvolgordepatronen en bijvoorbeeld de ‘ditransitieve constructie’ (NP-V-NP-NP: Ze weigerden ons de vergunning, Hij beloofde haar salarisverhoging). Wat zijn de verbanden tussen zogeheten alternerende constructies (meewerkend voorwerp met en zonder aan, actieve en passieve zinnen)? Ook kijken we naar de relatie tussen constructies en de functie van woorden: met alleen een lijdend voorwerp (Hij kreeg een waardig afscheid) is krijgen een zelfstandig werkwoord, maar in andere gevallen (We kregen weinig te zien, Ze kreeg een mooie baan aangeboden) lijkt het op een hulpwerkwoord. Wat is hier de systematiek, en hoe komen dat soort overgangen historisch tot stand?

Leerdoelen

Studenten verwerven kennis over de verschillende mogelijkheden die het Nederlands kent om door combinatie van taalelementen nieuwe gedachten te verwoorden en nieuwe zaken te benoemen (“grammatica” in de brede zin van het woord). Het gaat daarbij om de grammaticale systematiek op alle niveaus van de taal, van dat van abstracte patronen voor de bouw van zinnen, via meer en minder vaste combinaties van woorden (collocaties en idiomen), tot het maken van nieuwe woorden door bijvoorbeeld betekenisuitbreiding, afleiding of samenstelling. Studenten verwerven inzicht in de vraag hoe de kennis van deze systematiek is georganiseerd en verworven wordt.

Rooster

Zie het rooster van de opleiding Nederlandse taal en cultuur

Onderwijsvorm

Hoor-/werkcollege.

Toetsing

Schriftelijk tentamen met open vragen.

Blackboard

Alle cursusinformatie (programma, leesstof en opdrachten) is na te lezen op Blackboard. Aanmelding voor de cursus op Blackboard is noodzakelijk.

Literatuur

Indien een boek wordt gebruikt, wordt dat tijdig opgegeven. De collegestof bestaat in elk geval ook uit artikelen die aan het begin van het college worden opgegeven, en voor de studenten ter inzage worden gelegd, waar mogelijk via Blackboard.

Aanmelden

Via uSis.

Niet beschikbaar voor A la carte- of Contractonderwijs.

Contact

Prof. dr. A. Verhagen