Vanwege het Corona virus is het nog onduidelijk hoe het onderwijs precies verzorgd gaat worden. Zie voor de actuele informatie de betreffende vakpagina’s op Blackboard/Brightspace.

Studiegids

nl en

Thema Effecten van geneesmiddelen 1

Vak
2013-2014

Thema Effecten van geneesmiddelen 1 is het eerste deel van het vak thema Effecten van geneesmiddelen en wordt gegeven in het eerste studiejaar. Thema Effecten van geneesmiddelen 2 en 3 worden in het tweede studiejaar gegeven. De drie onderdelen van het thema Effecten van geneesmiddelen betreffen het basis-onderwijs in de Farmacologie en Toxicologie. In het kader van de blokken Farmacologie en Toxicologie, later in de studie, komen capita selecta en specialistische onderwerpen alsnog aan de orde!

De vakken Fysiologie en Pathologie worden deels voorafgaand, deels geintegreerd met Thema Effecten gegeven.

Coordinator

Dr. E.H.J. Danen

Doelgroep

BFW1

Literatuur

*Rang and Dale’s Pharmacology (7e editie). Uitgever: Churchill Livingstone. ISBN: 9780702034718. *Rowland and Tozer Clinical Pharmacokinetics (4e editie). Uitgever: LWW. ISBN: 9780781750097. *Klaassen, Curtis D. Casarett & Doull’s Toxicology (7e editie). Uitgever: McGraw-Hill. ISBN: 9780071470513.

Doelstelling

Eindtermen (deel 1 en 2):
1. De studenten hebben adequate kennis van ADME: Absorption, Distribution, Metabolism, Excretion van farmaca
2. De studenten hebben adequate vaardigheden betreffend de farmaco-/toxicokinetiek. Het gaat om zowel “mathematische vaardigheden” (het kunnen uitrekenen) als om de interpretatie in het kader van gewenste en ongewenste effecten.
3. De studenten hebben adequate kennis van biotransformatie en de gevolgen daarvan voor werkzaamheid en toxiciteit van een middel.
4. De studenten zijn op de hoogte van fundamentele werkingsmechanismen van farmaca in termen van receptoren, signaaltransductie, diverse typen antagonismen etc.
5. De studenten hebben inzicht in de relatie tussen farmacokinetiek en farmacodynamie (incl. dosis-werkingsrelaties) van farmaca in vivo.
6. De studenten hebben inzicht in oorzaken van speciesverschillen en interindividuele verschillen bij de mens in effecten van farmaca.
7. De studenten hebben een overzicht van enkele belangrijke klassen geneesmiddelen/therapeutische groepen. Ze weten op welke rationele overwegingen een therapie wordt gekozen. Deze kennis is beslist niet encyclopedisch, maar methodologisch van opzet (dus: niet de volledige farmacotherapie).
8. De studenten zijn op de hoogte van de belangrijkste toxiciteitsverschijnselen van farmaca (opnieuw: niet encyclopedisch). Ze kennen de principes en aanpak van het veiligheidsonderzoek van farmaca.
9. De studenten zijn op de hoogte van overwegingen bij het vaststellen van een efficacy / safety balans van een geneesmiddel.