Studiegids

nl en

Samenleving en Cultuur Seminar

Vak
2013-2014

Toegangseisen

Hoofdvakstudenten Japanstudies. Toelating tot de BA3 seminar op basis van plaatsing.

Beschrijving

In dit seminar behandelen we aan de hand van stellingen en daaraan gerelateerde recente literatuur, diverse cliché‘s en misverstanden met betrekking tot de hedendaagse Japanse samenleving. Het doel is om kritisch te kijken naar vooronderstellingen en zo het analytisch denken, het formuleren van onderzoeksvragen, en schrijven van onderzoeksverslagen in antwoord op die vragen verder te ontwikkelen. Studenten kunnen hierop voortbouwen in de thesis klassen van het tweede semester, waarin gewerkt wordt aan het schrijven van de BA scriptie. Diverse aspecten van de moderne Japanse samenleving, zoals religie, ritueel en culten, moderne populaire cultuur, en sociale verschillen komen hierbij aan de orde. De voorlopige lijst van stellingen zijn:

  1. In Japan is er geen religie zoals in het westen, doctrinair gestuurd, met geloof, en met zonde/straf/beloning als belangrijke criteria.
    1. Nihonjinron, de ideologie dat Japanners uniek en superieur zijn, houdt nog steeds veel Japanners bezig. Dit is te zien in allerlei vormen van discussies op internet, tv, etc. Een van de grote tekortkomingen is hierbij dat grote verschillen tussen Japanners, in sociaal, gender, regionaal, afkomst etc. opzicht, onderbelicht of totaal genegeerd worden.
    2. Claims op lange ononderbroken tradities blijken meer door zoeken naar eigen identiteit ingegeven dan gebaseerd op historische werkelijkheid. Dit geldt voor bijvoorbeeld Shinto-rituelen of ‘traditionele’ dorps- of stadsrituelen.
    3. Japanners zijn evenmin als Westerlingen slaven van hun traditie, zoals het Orientalisme verondersteld. Cultuur is overal een dynamisch proces: nieuwe of vernieuwde tradities en rituelen zijn nodig en noodzakelijk in nieuwe omstandigheden, zoals na de tsunami van 2011.
    4. De Tokugawa periode speelt een belangrijke rol in identiteitsvorming van moderne Japanners, maar vaak kloppen vooronderstellingen – door Japanners zowel als Westerlingen – daarover niet.
    5. Zen wordt met name in het Westen gezien als maatstaf voor Japans Boeddhisme, dit komt niet overeen met de werkelijkheid en ervaring van Japanners zelf.
    6. Japanners zijn niet per se ‘gehoorzamer’ dan allerlei Westerse naties. Je al dan niet aan de wet houden is niet zozeer cultureel bepaald, maar heeft te maken met praktische overwegingen.
    7. Jongeren zijn ‘ontaard’ en hebben hun ‘roots’ met de traditionele Japanse maatschappij en maatschappelijke waarden verloren.
    8. Japanse jongeren die westerse culturen overnemen, zoals hip-hop, zijn niet authentiek.
    9. In massamedia zijn ‘idols’ een eigen fenomeen, waarbij zowel de karakteristieken als de ondergang intens beleefd wordt en een bron voor discussies over wel en wee van de eigen hedenddaagse samenleving vormt.
    10. Japanners hebben een aparte band met de natuur, die verbonden is met een diep geworteld animisme dat weer vooral beleefd wordt via Shinto.

Leerdoelen

Ability to articulate a research question based on original research
• Ability to search for and locate primary and secondary materials for research paper
• Ability to review existing literature on a given topic, identify main authors and arguments, and structure a literature review.
• Ability to develop an argument and structure a paper based on individual research.
• Ability to identify and follow disciplinary conventions in citation, analysis, use of sources, and structure of a research paper
• Ability to critically assess research papers of other students and offer constructive feedback
• Ability to structure a presentation, and effectively present orally on academic topics

Rooster

Zie rooster.

Onderwijsvorm

Werkcollege.

Studielast

  • Totale studielast is 140 uur – besteed aan volgen college (eg 2 uur per week x 11 weken =) 22 uur
    tijd voor het bestuderen van de lesstof en het maken van tussentijdse opdrachten 44 uur
    -afsluitend werkstuk, met voorbereidingen daarvoor 74 uur

Toetsing

  • Participatie (aanwezigheid, webpostings, presentatie): 50%
    • afsluitend werkstuk (2,500-3,000 woorden): 50%

Het eindcijfer voor het onderdeel is het gewogen gemiddelde van de uitslagen voor de deeltoetsen, met dien verstande dat het onderdeel alleen voldoende kan zijn wanneer de student voor alle deeltoetsen een voldoende heeft behaald. Indien een of meer van de deeltoetsen onvoldoende zijn, ontvangt de student een onvoldoende (onv.) als uitslag voor het gehele onderdeel.

Blackboard

Blackboard wordt gebruikt voor cursusinformatie en om postings en werkstukken te plaatsen.

Literatuur

wordt bekend gemaakt en indien niet via open access
beschikbaar op Blackboard geplaatst

Aanmelden

Via USIS.

Aanmelden Studeren à la carte en Contractonderwijs

Niet van toepassing.

Contact

“vdveere” “winkel”

Opmerkingen

Deze cursus moet in samenhang met het corresponderende tekst seminar van het cluster Society & Culture worden gevolgd.