Studiegids

nl en

Orthopedagogiek: theorieën en modellen

Vak 2015-2016

Toegangseisen

N.v.t.

Beschrijving

Orthopedagogen zijn gericht op het verbeteren van de mogelijkheden om langs opvoedende en onderwijzende weg, ontwikkelingsbelemmeringen bij kinderen op te lossen en de levenskwaliteit van kinderen en hun opvoeders te verbeteren. Hiertoe moeten pedagogen achterhalen welke hulpbehoefte bestaat bij cliënten. Ze dienen vervolgens na te gaan welke interventies beschikbaar zijn en hoe deze effectief kunnen worden gebruikt. Ook het ontwikkelen en valideren van diagnostiek, interventies en implementatiemodellen of -strategieën horen daarbij. Orthopedagogen dragen direct en indirect bij aan de ontwikkeling van kinderen, tegelijkertijd ondermijnen ze soms ook een onverstoorde ontwikkeling van kinderen of doen te weinig om een verstoorde ontwikkeling te vermijden of bij te sturen.

Autonomie en zelfbeschikking van de cliënt zijn belangrijke uitgangspunten van pedagogisch handelen, maar kunnen niet los worden gezien van vragen rond gezag en risico’s. Het doen gelden van (ortho)pedagogische verantwoordelijkheid kan gemakkelijk botsen met de wijze waarop en de mate waarin deze wordt gereguleerd binnen organisaties als de jeugdzorg. Het kiezen voor pedagogisch handelen conform protocollen en regels van de organisatie brengt het risico van suboptimaal pedagogisch handelen met zich mee. Het alternatief, niet handelen conform de wensen van dergelijke organisaties, brengt ook risico’s met zich mee vanwege de mogelijkheid van het ontvallen van legitimiteit aan het pedagogisch handelen. Kortom, orthopedagogisch handelen is uit de aard der zaak risicovol. Een professional dient zich daarom altijd optimaal te wapenen tegen fouten door te streven naar optimalisatie van zijn competenties en oordeelsvorming. Dit besef staat centraal in deze cursus.

In de cursus komen aan de orde:

  • Het object van de orthopedagogiek;
  • De theorie-praktijk verhouding in verschillende velden van de orthopedagogiek;
  • Orthopedagogisch handelen als institutioneel gereguleerd handelen; de verzakelijkte zorg;
  • Protocollen, routine, en persoonlijke professionaliteit en bevlogenheid;
  • Diagnostische modellen en behandelingsmodellen in de orthopedagogiek;
  • Common sense en wetenschappelijk handelen van de orthopedagoog;
  • De betekenis van wetenschappelijk onderzoek;
  • Negatieve effecten van het handelen van orthopedagogen;
  • De principieel risicovolle aard van het werk van pedagogen;
  • Omgaan met gezag en autonomie van de cliënt;
  • Het optimaliseren van positieve en terugdringen van negatieve effecten van pedagogisch handelen; mogelijkheden en voorwaarden;
  • De ethiek van het orthopedagogisch handelen.

Leerdoelen

In dit studieonderdeel worden verschillende opvattingen, theorieën en modellen van orthopedagogische hulpverlening aan de orde gesteld om de opvoedingssituatie te diagnosticeren en te verbeteren. De studenten moeten hierover kennis ontwikkelen en vaardigheden en kunnen analyseren welke ethische aspecten een rol spelen.

Studenten moeten leren wat de functies, voordelen en risico’s zijn van het werken met protocollen. In de cursus wordt van de studenten een actieve en kritische houding verwacht tegenover in vakliteratuur gepubliceerde inzichten en tegenover het maatschappelijke debat (onder andere in media en vakkringen). Ze moeten criteria begrijpen en gebruiken om de kwaliteit van beschikbare literatuur te beoordelen.

Studenten moeten meer inzicht ontwikkelen in de eigen motivatie om te werken als orthopedagoog en leren analyseren of hun motivatie bescherming biedt of wellicht ook risico’s inhoudt voor de optimalisatie van ontwikkelingsmogelijkheden van cliënten. Reflectie over eigen standpuntbepaling en de aard van de argumentatie spelen hierbij een belangrijke rol.

Eindtermen

1. Vakinhoud

1.1 De bachelor heeft kennis van en inzicht in fundamentele begrippen en theorieën uit de pedagogische en aangrenzende wetenschappen.
1.2 De bachelor heeft kennis van de geschiedenis en ontwikkeling van de pedagogische wetenschappen.
1.3 De bachelor heeft kennis van modellen van diagnostiek, assessment en behandeling en interventie.
1.4 De bachelor heeft kennis van (beleid van en voor) het pedagogisch beroepsveld.

3. Academische Vaardigheden

3.2 Het wetenschappelijk en ethisch kunnen analyseren en beschrijven van praktische en theoretische pedagogische vraagstukken

4. Professioneel Gedrag

4.1 Kan wetenschappelijke kennis en inzichten toepassen op opvoedings- en onderwijsvraagstukken.
4.2 Is in staat om met begeleiding kennis van het vakgebied te verdiepen en verbreden.

Rooster

Onderwijsvorm

Hoorcolleges

Toetsing

MC-tentamen.

Blackboard

Tijdens de cursus wordt gebruik gemaakt van Blackboard.

Literatuur (onder voorbehoud van wijzigingen)

  • Witteman, C., Van der Heijden, P., & Claes, L. (2014). Psychodiagnostiek: het onderzoeksproces in de praktijk. Utrecht: De Tijdstroom.
  • Reader Clinical Child and Adolescent Studies: Concepts, Theories, and Challenges (2015).
  • Aanvullende artikelen (t.z.t. bekend gemaakt via Blackboard).

Aanmelden

Onderwijs

Het is verplicht om je voor ALLE hoorcolleges en werkgroepen apart in te schrijven via uSis. Zonder geldige inschrijving in uSis kan men niet deelnemen aan onderwijs. Op de website over vakinschrijving vind je de inschrijfperiodes en verdere informatie over de procedure.

Tentamens

Het is verplicht om je voor ieder tentamen in uSis apart aan te melden. Dat geldt ook voor deeltentamens van een vak. Dit kan tot uiterlijk 10 kalenderdagen voorafgaand aan het tentamen. Zonder geldige inschrijving in uSis kan men niet deelnemen aan het tentamen. Meer informatie vind je in de Tentamenregeling FSW.

Contact

Coördinator van het vak is Prof.dr. P. Vedder.