Vanwege de coronamaatregelen kan de onderwijsvorm of tentaminering afwijken. Zie voor actuele informatie de betreffende cursuspagina’s op Brightspace.

Studiegids

nl en

Rechtsfilosofie II

Vak
2015-2016

Let op: alle onderstaande informatie is onder voorbehoud van wijzigingen

Toegangseisen

Geen

Beschrijving

Centraal staat de vraag wat rechtvaardigheid is. Daaraan gerelateerde vragen zijn de vraag naar goed en kwaad in het algemeen, de vraag wat onze rechten en plichten – jegens elkaar én onszelf – zouden moeten zijn, de vraag hoe we tot een rechtvaardig oordeel komen, de vraag naar de rechtvaardige staat, enzovoort.

Leerdoelen

Doel van het vak:
Het vak valt uiteen in een algemeen deel en een bijzonder deel, die afzonderlijke leerdoelen hebben. Bovendien bestaan er twee varianten binnen het algemeen deel van het vak.

Het algemeen deel van Rechtsfilosofie II leidt in variant A de student in tot het centrale leerstuk van de verhouding tussen natuurrecht en positief recht, in het bijzonder het debat tussen aanhangers van de natuurrechtsleer en die van het rechtspositivisme. In het vak Rechtsfilosofie II variant A dient de student de posities van het natuurrecht en het rechtspositivisme te kunnen benoemen en beschrijven. In Rechtsfilosofie II variant A dient de student te kunnen uitleggen hoe de argumenten van aanhangers van de natuurrechtsleer en die van het rechtspositivisme luiden en hoe deze posities doorwerken in visies op het positieve recht, de gelding en de kwaliteit ervan. De student moet een concrete juridische, ethische en/of politieke casus (een zg. ‘hard case’ die niet zonder meer met een beroep op het geldende recht opgelost kan worden) kunnen oplossen aan de hand van één (of meerdere) van de onderliggende visies en wereldbeschouwingen achter de posities op natuurrecht en positief recht.

In variant B leidt het vak de student in tot de argumentatieleer en de retorica. Argumentatieleer legt uit wat de geldigheid van redeneringen bepaalt. Retorica (“welsprekendheid”) legt uit wat sprekers en schrijvers moeten doen om hun publiek mee te krijgen. Beide behoren gericht te zijn op gelijk hebben én krijgen, op de overtuigingskracht van het betere argument. Het algemeen deel in variant B is gericht op: aanleren van argumentatief inzicht en retorische slagvaardigheid, aan de hand van een drieslag: a. herkenning van drogredeneringen, b. analyse er van (argumentatietheorie) en c. doelmatige antwoorden op drogredeneringen (als deel van retorica). Aandacht wordt besteed aan verschillen tussen “logische” argumentatietheorie en “praktische” retorica.

Het bijzonder deel van het vak richt zich op één van de grote, canonieke filosofen en leidt de student in tot het denken van deze denker, zoals bijvoorbeeld Aristoteles, Augustinus, Spinoza, Kant, of Hegel. De student moet in de werkgroepen aan de hand van wekelijkse te schrijven essays in oplopende graad van analyse, toepassing en evaluatie een canonieke wijsgerige tekst doorgronden, daar helder over kunnen schrijven, spreken, debatteren en uiteindelijk kritisch wijsgerig over kunnen nadenken en reflecteren.

Eindkwalificaties (eindtermen van het vak):
Na afronding van het vak heeft u de volgende kwalificaties verworven:

Algemeen deel, variant A:

  • Rechtspositivisme kunnen benoemen en beschrijven.

  • De student moet kunnen uitleggen hoe de argumenten van aanhangers van de natuurrechtsleer en die van het rechtspositivisme luiden en hoe deze posities doorwerken in visies op het positieve recht, de gelding en de kwaliteit ervan.

  • De student moet goed de overeenkomsten en verschillen tussen deze posities begrijpen en deze in een goed beargumenteerd betoog kunnen neerleggen.

  • De student moet een concrete juridische, ethische en/of politieke casus (een zg. ‘hard case’ die niet zonder meer met een beroep op het geldende recht opgelost kan worden) kunnen oplossen aan de hand van één (of meerdere) van de onderliggende visies op het natuurrecht en het positieve recht.

Algemeen deel, variant B:

  • De student moet hoofdlijnen van argumentatietheorie en retorica beheersen, inclusief elementaire logica en de toepassing er van.

  • De student moet kunnen uitleggen wat de betekenis is van deze vakken voor specifiek juridische argumentatie, met name als het gaat om bewijsrecht en bewijs.

  • De student moet kunnen uitleggen wat de betekenis is van deze vakken voor beleidsargumentatie en voor argumentatie of eigenlijk de samenleving in het algemeen.

  • De student moet concrete juridische, ethische en/of politieke casus (“hard cases” die niet zonder meer kan worden opgelost met een beroep op het geldende recht) kunnen uitleggen aan de hand van kernbegrippen van argumentatietheorie en retorica.

Bijzonder deel

  • De student moet in de werkgroepen aan de hand van wekelijkse te schrijven essays in oplopende graad van analyse, toepassing en evaluatie een canonieke wijsgerige tekst doorgronden, daar helder over kunnen schrijven, spreken, debatteren en uiteindelijk kritisch wijsgerig over kunnen nadenken en reflecteren.

  • De student kan in deze essays toegankelijk, helder en overtuigend uitleggen hoe de gedachtegang en filosofische argumentatie luidt van de denker in kwestie.

  • De student is in staat om dit gedachtegoed toe te passen op actuele juridische, ethische en/of politieke hard cases en daar in een goed beargumenteerd betoog een filosofisch verdedigbare oplossing voor te schetsen.

  • De student is in staat om het denken van deze filosoof in de context van zijn tijd kritisch te evalueren en er de relevantie van voor onze huidige tijd te kunnen beoordelen en te demonstreren in een goed beargumenteerd betoog.

Rooster

Kies voor bachelor en master.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges

  • Aantal à 2 uur: 6

  • Namen docenten: Prof. Dr. A.A.M. Kinneging (variant A), Dr. H.J.R. Kaptein (variant B)

  • Vereiste voorbereiding door studenten: Bestudering opgegeven literatuur, te vinden op Blackboard.

Werkgroepen

  • Aantal à 2 uur: 6

  • Namen docenten: mr. dr. B.C. Labuschagne, dr. T.J.M. Slootweg, mr. G.H.A. Versluis, e.a.

  • Vereiste voorbereiding door studenten: Bestudering van opgegeven literatuur en schrijven van essays. NB: reeds op de eerste bijeenkomst dient een schriftelijk essay ingeleverd te worden. Zie de Blackboard-omgeving.

  • Indien u zich inschrijft voor het werkgroeponderwijs, dan bent u verplicht aan alle bijeenkomsten daarvan deel te nemen. Bent u meer dan twee keer afwezig, dan kan u vervolgens niet meer deelnemen aan het werkgroeponderwijs van het vak, kan u geen essays meer indienen (en moet u het werkgroepherkansingstentamen afleggen, zie hierna).

Toetsing

  • Tentamen: 3 uur

  • Nabespreking: individueel of in kleine groepen

Toetsing

Toetsvorm(en)

  • Schriftelijk tentamen over de hoorcollegestof.

  • Essays over de werkgroepstof.

  • Schriftelijk tentamen over de hoorcollegestof, hetgeen voor 50% het eindcijfer bepaalt. De herkansing voor dit deel bestaat uit een schriftelijk hertentamen over de hoorcollegestof.

  • Essays over de werkgroepstof, wekelijks in te leveren. Daarvan worden die van week 1 en 3 in ieder geval nagekeken, alsmede twee papers uit de overige weken. Het gemiddelde van deze vier cijfers bepaalt het werkgroepcijfer. Het werkgroepcijfer bepaalt voor 50% het eindcijfer. De herkansing van het werkgroepgedeelte vindt plaats door middel van een (apart) werkgroep-hertentamen, zowel voor diegenen die voor het werkgroepcijfer lager dan 5,5 hebben gehaald als voor diegenen die te veel werkgroepbijeenkomsten hebben gemist.

  • Voor ieder onderdeel (tentamen algemeen deel, papers) geldt dat men er tenminste een 5,5 voor dient te halen om te kunnen slagen voor het vak als geheel.

  • Het deelcijfer voor elk van beide onderdelen blijft geldig tot en met de herkansing, maar vervalt met ingang van het volgend academisch jaar. Aanvragen voor verlenging van de geldigheidsduur moeten bij de Examencommissie ingediend worden.

Inleverprocedures
Meer specifieke informatie verschijnt op Blackboard.

Examenstof
Tot de examenstof behoort de verplichte literatuur en hetgeen behandeld is tijdens hoorcollege en werkgroep.

Blackboard

Bij dit vak wordt gebruik gemaakt van Blackboard.

Literatuur

Verplicht studiemateriaal
Literatuur:
Hoorcollege: zie de Blackboard–omgeving van Rechtsfilosofie voor nadere opgave van literatuur.

Werkgroepen: zie de Blackboard-omgeving.

Werkboek:
Geen.

Reader:
Geen.

Aanmelden

De aanmelding verloopt via uSis

Aangezien er verschillende werkgroepen worden aangeboden, met (een) eigen denker(s) en thema’s, worden op de Blackboard-omgeving van Rechtsfilosofie ongeveer één maand voorafgaand aan de inschrijving werkgroepbeschrijvingen aangeboden, zodat de student een beredeneerde keuze voor een werkgroep kan maken.

De inschrijving sluit één week voorafgaand aan het onderwijs.

Contact

Instituut/afdeling

  • Instituut: Metajuridica

  • Afdeling: Rechtsfilosofie

  • Kamernummer secretariaat: A 319

  • Openingstijden: maandag tot en met vrijdag van 09.00-16.30 uur

  • Telefoon secretariaat: 071 527 75 48

  • E-mail: rechtsfilosofie@law.leidenuniv.nl

Contractonderwijs

Belangstellenden die deze cursus in het kader van contractonderwijs willen volgen (met tentamen), kunnen meer informatie vinden over kosten, inschrijving, voorwaarden, etc. op de website van Juridisch PAO.