Studiegids

nl en

BA Eindwerkstuk Geschiedenis

Vak 2015-2016

Toegangseisen

Om af te studeren in een afstudeerrichting moet de student minstens de volgende onderdelen hebben afgelegd op het desbetreffende vakgebied:

  • één tweedejaars werkcollege van 10 EC
  • één (sectiespecifiek) hoorcollege van 5 EC
  • één door de afstudeerrichting erkend hulpvak (dit geldt niet voor studenten die voor september 2013 met hun propedeuse zijn begonnen)
  • één derdejaars seminar van 10 EC
    Sommige afstudeerrichtingen (en tracks) kennen nog enkele aanvullende eisen (zie hiervoor de pagina m.b.t. afstudeerrichtingen en tracks)

Beschrijving

Het BA-eindwerkstuk is gebaseerd op een probleemgestuurd primair bronnenonderzoek en wordt geschreven in de afstudeerrichting of eventueel track (zie afstudeerrichtingen en tracks) waarin het BA Seminar is gevolgd.

Voor het eindwerkstuk staan 15 EC. Het BA-Eindwerkstuk wordt in principe geschreven in het kader van een Scriptie Seminar:
De student meldt zich in uSis aan voor een Scriptie Seminar. Voor de eerste bijeenkomst benadert de student, afhankelijk van het onderwerp van het BA-Eindwerkstuk, zelf een docent binnen het betreffende vakgebied, die hem/haar gaat begeleiden. Als de docent akkoord is, stelt de student via de website van de opleiding een BA-afstudeerplan op. De begeleidende docent helpt bij de identificatie en voorselectie van het bronnenmateriaal en de literatuur, en keurt de onderzoeksopzet goed. Hij/zij leest en becommentarieert één versie van de verschillende hoofdstukken. De rest van de begeleiding is collectief, en vindt plaats via het scriptieseminar.

Het is ook mogelijk het BA-Eindwerkstuk te schrijven vanuit een tweede BA3 Seminar: de student meldt zich in uSis aan voor een tweede BA3 Seminar en meldt de docent dat het eindwerkstuk geschreven wordt in het kader van dit Seminar. Als de docent akkoord is, stelt de student via de website van de opleiding een BA-afstudeerplan op.

In het afstudeerplan geeft de student onder andere het scriptieonderwerp aan en bij wie het eindwerkstuk geschreven wordt, of dit in combinatie met een tweede seminar is of individueel, wat voor vakken/punten verder nog open staan en wanneer het eindwerkstuk wordt ingeleverd en afstuderen mogelijk is. Een versie van het plan wordt naar de betreffende afstudeerbegeleider, de examencommissie en naar het studiecoördinaat gestuurd. Als de student de geplande inleverdatum van het eindwerkstuk niet redt, dient een nieuw afstudeerplan opgesteld te worden.

De omvang van het eindwerkstuk is maximaal 15.000 woorden (ca. 35 pagina’s); overschrijdingen zijn niet toegestaan. Het eindwerkstuk wordt begeleid door een docent die aan de studierichting Geschiedenis verbonden is. De definitieve versie van het eindwerkstuk wordt mede beoordeeld door een tweede lezer, die door de examencommissie wordt aangewezen op grond van het afstudeerplan. De student levert het te beoordelen BA-Eindwerkstuk in papieren versie in bij eerste en tweede lezer en digitaal op het ‘Inleverpunt BA-Eindwerkstukken Geschiedenis’ op Blackboard. Bovendien kan de student door eerste en tweede lezer worden verzocht om een digitale versie van het BA-Eindwerkstuk per e-mail aan te leveren.

Leerdoelen


    1. Een wetenschappelijk onderzoek met een beperkte omvang opzetten en uitvoeren, en daarbij:
      a. relatief grote hoeveelheden informatie organiseren en verwerken;
      b. vakliteratuur zoeken, selecteren en ordenen;
      c. een wetenschappelijk debat analyseren;
      d. het eigen onderzoek in het wetenschappelijk debat plaatsen;
      e. de relatie tussen de bruikbaarheid, materialiteit, ontstaans- en bewaargeschiedenis van primaire bronnen onderkennen.

    1. Een probleemgestuurd werkstuk schrijven en een referaat houden naar het format van syllabus Themacolleges, en daarbij:
      a. een realistische planning hanteren;
      b. een probleemstelling en deelvragen formuleren;
      c. een beargumenteerde conclusie formuleren;
      d. feedback geven en ontvangen;
      e. aanwijzingen van de docent verwerken.

    1. reflecteren op de primaire bronnen waarop de literatuur is gebaseerd.

    1. bronnen selecteren en gebruiken voor eigen onderzoek.

    1. bronnen analyseren, in een historische context plaatsen en interpreteren.

Leerdoelen, specifiek voor de afstudeerrichting


    1. De student heeft kennis opgedaan van de afstudeerrichting(en) waartoe het BA-Seminar behoort, meer specifiek:
    • bij de afstudeerrichting Oude Geschiedenis van de Griekse-Romeinse oudheid, met nadruk op de periode 400 v.C.400 n.C; sociaaleconomische structuren; de antieke stad; mentaliteitsgeschiedenis; antieke religie; cultuurcontact;
      bij de afstudeerrichting Middeleeuwse Geschiedenis van de middeleeuwse grondslagen van de Europese geschiedenis; in het bijzonder van etniciteit, staatsvorming, internationale handel en scheepvaart en contacten met de buiten-Europese wereld;
    • bij de afstudeerrichting Algemene Geschiedenis voor de plaatsing van de Europese geschiedenis van na 1500 in een mondiaal perspectief; in het bijzonder de ontwikkeling en rol van politieke instituties; in het bijzonder bij de track Amerikaanse Geschiedenis voor Amerikaans exceptionalisme; de VS als multiculturele samenleving en de uitwerking daarvan in de historiografie; de intellectuele wisselwerking tussen de VS en Europa; en in het bijzonder bij de track Geschiedenis van de Europese Expansie en globalisering voor het ontstaan van wereldomvattende netwerken die een steeds intensievere circulatie van mensen, dieren, gewassen, goederen en ideeën bewerkstelligen, en de centrale rol van de Europese expansie daarin vanaf circa 1500;
    • bij de afstudeerrichting Economische Geschiedenis van de mondiale interactie van handelsnetwerken in de vroegmoderne tijd, de negentiende-eeuwse industrialisatie van Nederland in wereldhistorisch perspectief, en de political economy van de globaliserende economie in de twintigste eeuw;
    • bij de afstudeerrichting Sociale Geschiedenis voor de verklaring van verschillen tussen groepen vanuit een vergelijkend perspectief (lokaal, regionaal of internationaal; klasse, gender, etniciteit en religie) en de rol van individuen, groepen, bedrijven en (internationale) organisatie (inclusief kerken) in processen van insluiting en uitsluiting vanaf ca. 1500 tot nu; en in het bijzonder bij de track Minderheden- en migratiegeschiedenis voor minderheidsvorming (en de factoren die daar invloed op hebben) en migraties (en de factoren die omvang en richting daarvan bepalen);
    • bij de afstudeerrichting Vaderlandse Geschiedenis voor staatsvorming, identiteit, en politieke cultuur van Nederland en de Nederlandse overzeese gebieden vanaf de zestiende eeuw, en in het bijzonder voor de track Zeegeschiedenis de relatie van de mens tot de oceanen, zeeën en rivieren;

*7. De student heeft kennis van en inzicht in de kernbegrippen, de onderzoeksmethoden en –technieken van de afstudeerrichting. eventueel aan te vullen met een nadere specificatie van de begrippen, methoden en technieken.
Met speciale aandacht: – bij de afstudeerrichting Oude Geschiedenis voor antieke teksten en archeologische bronnen; bronnenkritiek en contextualisering; acculturatietheorie; – bij de afstudeerrichting Middeleeuwse Geschiedenis voor het gebruik van laatmiddeleeuwse administratieve bronnen en geschiedschrijving met betrekking tot de Nederlanden in brede zin; paleografie; bronnenkunde; – bij de afstudeerrichting Algemene Geschiedenis voor de bestudering van primaire bronnen en de relativiteit van nationaal gedefinieerde geschiedenissen; in het bijzonder bij de track Amerikaanse Geschiedenis voor exceptionalisme; analyseren van historiografische en intellectuele debatten; en in het bijzonder bij de track Geschiedenis van de Europese Expansie en globalisering voor het combineren van historiografische debatten met empirisch onderzoek in primaire bronnen en/of het verbinden van gescheiden historiografische tradities door middel van innovatieve vraagstelling; – bij de afstudeerrichting Economische Geschiedenis voor de toepassing van economische concepten in de geschiedschrijving, en inzicht in de interactie tussen beleid en economie; gebruik van zowel kwalitatieve als kwantitatieve bronnen; – bij de afstudeerrichting Sociale Geschiedenis voor de toepassing van sociaalwetenschappelijke concepten en het verwerven van inzicht in de interactie in sociale processen op basis van onderzoek in zowel kwalitatieve als kwantitatieve primaire bronnen, en in het bijzonder bij de track Minderheden- en migratiegeschiedenis voor het combineren van verschillende primaire bronnen van diverse aard (mondelinge bronnen, romans, beeldmateriaal, schoolboeken, kranten, volkstellingen en statistieken), en uit diverse archieven (overheden, bedrijven en organisaties); – bij de afstudeerrichting Vaderlandse Geschiedenis voor primaire bronnen en diachrone nationale geschiedenis, en in het bijzonder bij de track Zeegeschiedenis het gebruik van museale objecten voor historisch onderzoek.

Rooster

  • h3. Onderwijsvorm

  • (scriptie)seminar en individuele begeleiding

Studielast

Totaal: 15 EC x 28 uur = 420 uur.

  • Zoeken literatuur en bronnen: 10 uur.
  • Inlezen literatuur: 90 uur.
  • Bronnenonderzoek: 160 uur.
  • Schrijven eindwerkstuk: 160 uur.

Toetsing

Alle leerdoelen worden getoetst met het BA-Eindwerkstuk.

  • BA-Eindwerkstuk: 100 %

De beoordeling vindt plaats door de begeleider en een door de examencommissie aangewezen tweede lezer. De criteria waar een BA-eindwerkstuk minimaal aan moeten voldoen zijn:

  • Helder geformuleerde historische vraagstelling
  • Inbedding in historiografische en/of wetenschappelijke discussie
  • Verantwoording van de onderzoeksmethode
  • Gebaseerd op kritisch onderzoek in primaire bronnen
  • Voldoende brede literatuurstudie
  • Goed gestructureerd betoog
  • Wetenschappelijke onderbouwde conclusie
  • Correct taalgebruik

Als docent en tweede lezer aangeven dat zij de scriptie een 6 of 6,5 waard vinden, vragen ze de Examencommissie om een derde lezer aan te wijzen. De derde lezer legt de scriptie nogmaals naast de bovengenoemde ‘knock out’ criteria en geeft zijn of haar oordeel.
Blackboard

In het geval de scriptie onvoldoende wordt bevonden, dan krijgt de student eerst de gelegenheid om aan de hand van het beoordelingsformulier en de instructies van de docenten het werkstuk zelfstandig te herkansen. Wie het bij de deze poging niet lukt of het niet zelf kan, mag zich in het daaropvolgende semester inschrijven voor een apart herkansingsseminar, en krijgt daarin aan het begin van het volgende semester 6 weken begeleiding. Opnieuw herkanste werkstukken kunnen dan tot 1 december, respectievelijk 1 juni worden ingeleverd bij de docent van de herkansingsklas, die het werkstuk samen met de oorspronkelijke begeleider opnieuw beoordeelt.