Studiegids

nl en

Na de Val: Italië en de erfenis van Rome, 476-774 n.C.

Vak 2015-2016

Toegangseisen

Voor Geschiedenisstudenten: beide BA-Werkcolleges zijn met een voldoende afgerond,waarvan één in dezelfde afstudeerrichting als het BA-Seminar.

Voor GLTC-studenten: propedeusecollege Oude Geschiedenis en Methodenblok behaald.

Voor OCMW-studenten: propedeusecollege Oude Geschiedenis en Seminar OCMW (1e jaar) behaald.

Beschrijving

Aan het einde van de Romeinse oudheid verschijnen er in het westelijke gedeelte van het Romeinse Rijk verschillende koninkrijken die min of meer zelfstandige territoriale staten vormen. Deze koninkrijken spelen een centrale rol in het debat over de transformatie van de Romeinse wereld. Waar ze voorheen vooral beschouwd werden als het product van binnengevallen volkeren die surrogaat-staten creëerden binnen een voormalig wereldrijk in verval, worden ze nu eerder op hun eigen merites beschouwd en geplaatst binnen de context van een laat-antieke wereld in verandering. Feit blijft echter ook dat ze zich allemaal schatplichtig voelden aan Rome, en zich in Romeinse tradities plaatsten. Hoe moet dat (politiek, etnisch, sociaal, cultureel) worden geduid? Post-Romeins Italië neemt een sleutelpositie in deze debatten in, omdat het Romeinse/Byzantijnse gezag er prominent aanwezig bleef, terwijl tegelijkertijd twee ‘barbaarse’ koninkrijken op Italiaanse bodem werden gevestigd (achtereenvolgens dat van de Ostrogoten en dat van de Langobarden). Hierdoor kregen processen van assimilatie en acculturatie in Italië veel scherper vorm dan daarbuiten. Een belangrijk bijproduct van de relatieve bloei van beide koninkrijken is de bijzonder goede documentatie. Wetgeving, bouwwerken, bestuurlijke correspondentie, geschiedschrijving in de klassieke traditie, contracten, zelfs enkele teksten in de allochtone volkstalen stellen ons in staat een gedetaileerd beeld te krijgen van de post-Romeinse Italiaanse samenleving.

Het college wordt verzorgd door een oud-historicus en een mediëvist, waardoor zowel het Romeinse klassieke erfgoed als het vroegmiddeleeuwse perspectief goed tot hun recht komen.

Leerdoelen

Algemene leerdoelen


    1. een wetenschappelijk onderzoek met een beperkte omvang opzetten en uitvoeren, en daarbij:
      a. relatief grote hoeveelheden informatie organiseren en verwerken;
      b. vakliteratuur zoeken, selecteren en ordenen;
      c. een wetenschappelijk debat analyseren;
      d. het eigen onderzoek in het wetenschappelijk debat plaatsen.

    1. een probleemgestuurd werkstuk schrijven en een referaat houden naar het format van syllabus Themacolleges, en daarbij:
      a. een realistische planning hanteren;
      b. een probleemstelling en deelvragen formuleren;
      c. een beargumenteerde conclusie formuleren;
      d. feedback geven en ontvangen;
      e. aanwijzingen van de docent verwerken.

    1. reflecteren op de primaire bronnen waarop de literatuur is gebaseerd.

    1. bronnen selecteren en gebruiken voor eigen onderzoek.

    1. bronnen analyseren, in een historische context plaatsen en interpreteren.

    1. participeren in de discussies tijdens colleges.

Leerdoelen, specifiek voor de afstudeerrichting


    1. De student heeft kennis opgedaan van de afstudeerrichting(en) waartoe het BA-Seminar behoort, meer specifiek:
    • bij de afstudeerrichting Oude Geschiedenis van de Griekse-Romeinse oudheid, met nadruk op de periode 400 v.C.-400 n.C; sociaaleconomische structuren; de antieke stad; mentaliteitsgeschiedenis; antieke religie; cultuurcontact.
      -bij de afstudeerrichting Middeleeuwse Geschiedenis van de periode van de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van de politieke, sociaal-economische en cultureel-religieuze geschiedenis van de zogeheten ‘Transformation of the Roman World’ en de vestiging van ‘barbaarse’ koninkrijken in het post-Romeinse Westen.

    1. De student heeft kennis van en inzicht in de kernbegrippen, de onderzoeksmethoden en –technieken van de afstudeerrichting. Met speciale aandacht:
    • bij de afstudeerrichting Oude Geschiedenis voor antieke teksten en archeologische bronnen; bronnenkritiek en contextualisering; acculturatietheorie.
      -bij de aftudeerrichting Middeleeuwse Geschiedenis voor vroegmiddeleeuwen teksten (in moderne vertaling) en archeologische bronnen; bronnenkritiek en contextualisering; acculturatietheorie.

Leerdoelen, specifiek voor dit college
De student verwerft:


    1. specieke kennis van de geschiedenis van het laatantieke en vroegmiddeleeuwse Italië

    1. algemene kennis van de transformatieprocessen van de late oudheid en vroege middeleeuwen

Rooster

Zie Rooster Geschiedenis

Onderwijsvorm

*Werkcollege

Studielast

Totale studielast 10 EC x 28 uur = 280 uur.

  • College: 2 uur p.w. x 13 weken = 26 uur
  • Gezamenlijk te lezen literatuur: 500 pagina’s: 70 uur
  • Opdracht 1: 10 uur
  • Opdracht 2: 10 uur
  • Opdracht 3: 10 uur
  • Opdracht 4 (referaat): 10 uur
  • Becommentariëren elkaars werk op blackboard: 4 uur
  • Voor werkstuk te lezen specifieke literatuur 700 pagina’s: 100 uur
  • Schrijven werkstuk: 40 uur

Toetsing

Toetsing
Bij het college hoort een viertal opdrachten die in direct verband staan met het werkstuk. Precieze details van de opdrachten worden tijdens het college uitgelegd.

Toetsing

  • Werkstuk (ca. 7200 woorden, inclusief noten en bibliografie; probleemgestuurd werkstuk op basis van primair bronnenonderzoek)
    Getoetste leerdoelen: 1-5, 7-10
  • Participatie (naast de gebruikelijke vereisten met name ook het geven van gestructureerde en gefundeerde feedback op andermans werk meegewogen)
    Getoetste leerdoelen: 6
  • Opdracht 1 (gezamenlijk te maken bibliografie per groter thema op basis van heuristiek van Themacolleges en op college uitgelegde methode)
    Getoetste leerdoelen: 1
  • Opdracht 2 : (inleiding werkstuk met uitgewerkte vraagstelling en specifieke bibliografie)
    Getoetste leerdoelen: 1-3, 7-10
  • Opdracht 3 (verzameling relevante antieke bronnen in vertaling)
    Getoetste leerdoelen: 3-5
  • Opdracht 4 (referaat: mondelinge presentatie van een van te voren gecirculeerd hoofdstuk van het werkstuk)
    Getoetste leerdoelen: 1-2, 6

Weging
Werkstuk: 60%
Opdracht 1: 5%
Opdracht 2: 10%
Opdracht 3: 10%
Opdracht 4 (Referaat): 10%
Participatie: 5%

Het eindcijfer komt tot stand op basis van het gewogen gemiddelde op basis van de deelcijfers, met daarbij als aanvullende eis dat het werkstuk voldoende moet zijn. Werkstukken beoordeeld met een 5 mogen worden herschreven op basis van het commentaar van de docent, werkstukken met een 4 of lager moeten over een nieuw werkstukonderwerp worden gemaakt.

Deadlines
Voor het inleveren van het werkstuk geldt de aangegeven deadline

Herkansing
Het werkstuk kan worden herkanst. Hiervoor geldt de aangegeven deadline

Blackboard

Blackboard wordt gebruikt voor het bekendmaken van literatuur, het geven van verdere informatie over de opzet van het college; het forum wordt gebruikt voor het becommentariëren van elkaars werk.

Literatuur

Voor het college worden losse artikelen en delen van boeken gebruikt; de lijst zal op Blackboard bekend worden gemaakt. Er hoeft geen literatuur te worden aangeschaft.

Aanmelden

Via uSis

Aanmelden Studeren à la carte en Contractonderwijs

Niet van toepassing

Contact

dhr. Dr. L.E. Tacoma

Opmerkingen

Dit college kan zowel als BA-Sem Oude Geschiedenis als BA-Sem Middeleeuwse Geschiedenis worden gevolgd. Ook studenten GLTC en OCMW hebben toegang tot het college.