Studiegids

nl en

Effect en affect: van Constantijntje tot Tonio

Vak 2015-2016

Toegangseisen

Bachelordiploma in een geesteswetenschappelijke opleiding. Het college is toegankelijk voor MA-studenten Neerlandistiek en voor studenten uit andere opleidingen (Duits, Engels, Frans, Italiaans, (Kunst)geschiedenis, Religieuze Wetenschappen, Wijsbegeerte, etc.). Studenten met een BA-diploma Dutch Studies worden met nadruk uitgenodigd aan het college deel te nemen.

Beschrijving

Wat is de reden dat auteurs sinds eeuwen zoveel schrijven over dode kinderen en welk effect heeft dergelijke literatuur op de lezers? Van oudsher wordt aan literatuur een genezend effect toegeschreven. Al in de vroegmoderne tijd wist Joost van den Vondel zijn publiek diep te raken met het gedicht over zijn overleden zoontje Constantijntje. Ook in de negentiende eeuw uitten vele dichters het verdriet om hun gestorven kinderen in hun werk, zoals Willem Bilderdijk, Elias Annes Borger en François HaverSchmidt. Recentelijk is er een ware hausse aan ‘dodekindliteratuur’. Denk maar eens aan Schaduwkind van P.F. Thomése, Contrapunt van Anna Enquist en Tonio van A.F.Th. van der Heijden. Ook in de jeugdliteratuur komt het thema voor.

Met dit college sluiten we aan bij de huidige internationale wetenschappelijke belangstelling voor representations of childhood death in kunst en literatuur. Voortbouwend op de inzichten op dit gebied onderzoeken we in dit college the Dutch dynamic, met andere woorden: hoe de Nederlandse literatuur zich verhoudt tot internationale ontwikkelingen. Uiteraard is het dodekindmotief niet iets wat is voorbehouden aan de literatuur. Het speelt ook een belangrijke rol in de schilderkunst en de film. Daarom zullen we in enkele gastcolleges door specialisten ook aan deze kunstuitingen aandacht besteden, evenals aan de psychologische effecten van het dode kind.

Leerdoelen

  • Kennis: Studenten vergroten hun kennis van de Nederlandse literatuur van ca. 1600-heden door het bestuderen van uiteenlopende teksten waarin het dodekindmotief voorkomt, aan de hand van nationale en internationale secundaire literatuur over representations of childhood death.
  • Inzicht: Studenten verwerven inzicht in theoretische concepten uit de literatuur- en cultuur-wetenschap en de toepasbaarheid daarvan op de Nederlandse literatuur van ca. 1600-heden.
  • Vaardigheden: Deelnemers leren teksten uit diverse genres te analyseren aan de hand van een theoretisch model dat we tijdens het college zullen opstellen. Zij verrichten individueel onderzoek en presenteren hun resultaten in wekelijkse leesverslagen en in gedegen en enthousiastmerende (poster)presentaties. Het college wordt afgesloten met een individuele werkgroepsnota.

Rooster

Zie het rooster van de opleiding MA Neerlandistiek / Dutch Studies

Onderwijsvorm

Werkcollege en excursie naar het Rijksmuseum

Studielast

Totale studielast 280 uur, waarvan

  • College-uren: 26
  • Excursie: 2 uur
  • Voorbereiden referaten en posterpresentatie: 32 uur
  • Bestuderen primaire en secundaire literatuur en voorbereiding colleges: 134 uur
  • Afsluitende nota 86 uur

Toetsing

  • Leesverslagen, deelname aan de discussie, wekelijkse presentaties (15%)
  • (Poster)presentatie (15%)
  • Werkstuk (70%)
  • Het eindcijfer komt tot stand door de bepaling van het gewogen gemiddelde op basis van de drie deelcijfers, waarbij het cijfer voor het werkstuk niet lager mag zijn dan een 5,5.

Herkansing

  • Wie voor het werkstuk een onvoldoende haalt, krijgt een eenmalige mogelijkheid tot herschrijven. Aan het herschrijven gaat een gesprek met de docent vooraf.

Blackboard

Er is een blackboardcursus aanwezig. Via Blackboard worden studenten op de hoogte gehouden van lopende zaken en ontvangen ze specifieke informatie over onderdelen van de cursus.
Zie Blackboard

Literatuur

Studenten lezen onder andere:

Secundaire literatuur (selectie)

  • Aristoteles, Poetica. Ed. N. van der Ben & J.M. Bremer. Amsterdam 1999 of latere druk.
  • Roland Barthes, ‘Het werkelijkheidseffect’, in: Het werkelijkheidseffect. Groningen 2004.
  • Gillian Avery and Kimberley Reynolds (ed), Representations of Childhood Death. Londen [etc.], 2000. [Aanwezig in de UB Leiden. Dit werk wordt beschikbaar gesteld.]
  • Gaston Franssen en Esther Op de Beek, ‘Effect’, in: Literatuur in de wereld. Nijmegen, 2013, 224-249.
  • Lut Missine, Oprecht gelogen. Autobiografische romans en autofictie in de Nederlandse literatuur na 1985. Nijmegen 2013.
  • Sonja Witstein, Funeraire poëzie in de Nederlandse renaissance. Enkele funeraire gedichten van Heinsius, Hooft, Huygens en Vondel, bezien tegen de achtergrond van de theorie betreffende het genre. Assen 1969. (dbnl)

Primaire literatuur (selectie)

  • Joost van den Vondel, ‘Kinder-lyck’ (dbnl) en ‘Vitvaert van mijn Dochterken’ (dbnl)
  • Tesselschade Roemers, ‘Aen mijn Heer Hooft’ (dbnl)
  • Willem Bilderdijk, Ter nagedachtenis van Julius Willem Bilderdijk, op zijnen zeetocht overleden den XXVIn van oogstmaand MDCCCXIIX. Leiden 1819.
  • Elias Annes Borger, Dichterlijke nalatenschap. Leiden 1836.
  • François HaverSchmidt, ‘Mijn broertje’ (in: Familie en kennissen) en ‘De geschiedenis van de kleine Bob’ (in: Winteravondvertellingen).
  • Gedichten van Hendrik Tollens, E.J. Potgieter, Nicolaas Beets, e.a.
  • Frederik van Eeden, Paul’s ontwaken. Amsterdam 1913.
  • Jan Wolkers, Een roos van vlees. Amsterdam 1963.
  • Boudewijn Büch, De kleine blonde dood. Amsterdam 1982.
  • P.F. Thomése, Schaduwkind. Amsterdam 2002.
  • Anna Enquist, Contrapunt. Amsterdam 2008.
  • A.F.TH. van der Heijden, Tonio. Een requiemroman. Amsterdam 2011.
  • Wytske Versteeg, Boy. Amsterdam 2013.

Aanmelden

Aanmelden als student via uSis

Aanmelden Studeren à la carte en Contractonderwijs

Aanmelden voor Studeren à la carte
Aanmelden voor Contractonderwijs

Contact

Voor inhoudelijk vragen omtrent deze cursus kunnen studenten contact opnemen met
dr. Rick Honings
dr. Olga van Marion

Voor praktische vragen kun je je wenden tot het secretariaat van de Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur/Neerlandistiek. Dit valt onder de Onderwijsadministratie P.N. van Eyckhof 4, kamer 101A. Tel. 071 5272 2604. Het e-mail adres is: osz-oa-eyckhof@hum.leidenuniv.nl.

Opmerkingen

N.v.t.