Studiegids

nl en

De zangcultuur in de Lage Landen, 1400-1700

Vak
2015-2016

Bij de bestudering van de Nederlandse literatuur wordt van oudsher een scherpe grens gelegd tussen middeleeuwen en Renaissance: beide periodes worden afzonderlijk onderwezen op scholen en universiteiten, er zijn verschillende wetenschappers die zich als specialist op de ene of de andere periode toeleggen en ook de genres en teksten worden afzonderlijk van elkaar bestudeerd. Voor deze collegereeks willen we deze strikte grens doorbreken om de historische ontwikkeling van het lied gedurende drie eeuwen te kunnen volgen. Juist voor dit zo uitzonderlijk populaire literair-muzikale genre lijkt zo’n diachrone benadering bij uitstek relevant. Recente studies benadrukken de continuïteit van het fenomeen: door de tijd heen is het lied in veel opzichten gelijk gebleven. Dat geldt voor strofische vormen, het productieprincipe van de contrafactuur, de talrijke functies die liederen in het dagelijks leven vervullen, en bijv. ook voor de daarmee verbonden ‘performance’ (Grijp/Willaert, De fiere nachtegaal 2008, p. 13).

Bovengenoemd paradigma staat centraal in de collegereeks. Na een algemene introductie waarin we ons afvragen op welke manier liederen zich onderscheiden van andere (literaire) kunstvormen, onderzoeken we een serie liedteksten uit de Nederlandse literatuur, bekijken we de bijbehorende muziek en bestuderen we het gebruik en de opvoering ervan in de periode tussen 1400 en 1700. Uitgangspunt daarbij is het boek Zingend door het leven. Het Nederlandse liedboek in de Gouden Eeuw van Natascha Veldhorst (2009), waarin thema’s aan de orde komen als: de mondelinge en schriftelijke overlevering, rol van zangers, invloed van verzamelaars en uitgevers, de wisselwerking tussen wereldlijke en geestelijke liederen, het verband tussen liederen en de liefde, en liederen en socialisatie van de jeugd. Zijn deze thema’s alleen relevant voor de zeventiende eeuw, of vinden we dezelfde onderwerpen en mechanismen ook eerder, en zo ja, in welke vorm? Of ligt het bij nader inzien toch allemaal veel genuanceerder, en heeft het Middeleeuwse lied wel degelijk andere kenmerken en tradities?

De cursus is verdeeld in twee delen van elk 5 ECTS. Deel 1 is inleidend, en werkt vanuit de thema’s uit het boek Zingend door het leven en wordt afgerond met een zelfstandig onderzoek, in principe gewijd aan één specifieke liedbron. Deel 2 biedt een verdieping van een aantal thema’s, zoals de performatieve situatie, theatermuziek en de relatie toneelmuziek-opera, en de rol en functie van liederen in romans, wordt eveneens afgerond met een zelfstandig onderzoek, in principe gewijd aan een liedthema of genre. Deel 2 kan alleen gevolgd worden door studenten die deel 1 succesvol doorlopen hebben.

Zie voor meer informatie de website van Masterlanguage