Vanwege de coronamaatregelen kan de onderwijsvorm of tentaminering afwijken. Zie voor actuele informatie de betreffende cursuspagina’s op Brightspace.

Studiegids

nl en

Van mens tot cel

Vak
2015-2016

Beschrijving

Voor een arts is kennis van de bouw van het menselijk lichaam essentieel. Ziekten beïnvloeden veelal de bouw van het lichaam en omgekeerd kunnen veranderingen in de bouw leiden tot ziekten. In dit blok maakt u kennis met de algemene lichaamsbouw en bestudeert u de anatomie op verschillende niveaus. We beginnen met de ligging en algemene kenmerken van de organen en orgaanstelsels (systematische anatomie) en zullen gedurende het blok steeds inzoomen op de weefsels en de cellen waaruit deze organen zijn opgebouwd. Centraal staat de relatie tussen normale en afwijkende bouw en de betekenis hiervan voor het (dis)functioneren van organen en orgaansystemen. Het blok start met een inleidend thema waarbij, naast aandacht voor de medisch anatomische vaktaal en medisch beeldvormende technieken, enkele algemene bouwprincipes van het menselijk lichaam worden behandeld en hoe dit driedimensionale bouwplan vanuit de embryonale ontwikkeling valt te verklaren. In klinisch geïntegreerde thema’s komen achtereenvolgens de bouw en functie van de huid en het bewegingsstelsel aan bod. Daarna zal worden ingegaan op de onderlinge ligging van structuren (topografische/regionale anatomie) in borst, buik en bekken, en het hoofd-halsgebied. In klinische illustraties/patiëntdemonstraties, kleinschalig longitudinaal werkgroeponderwijs, practica en COO kunt u al uw opgedane kennis klinisch toepassen.

Leerdoelen

  • De student verklaart de bouw en functie van een aantal weefsels en organen vanuit de embryonale ontwikkelingsprocessen en relateert een beperkt aantal ziektebeelden aan de onderliggende abnormale embryonale ontwikkeling en kritische periode voor prenataal verworven aandoeningen. De student laat aan de hand van enkele voorbeelden zien hoe een gezonde embryonale ontwikkeling kan worden bevorderd; zowel op individueel niveau als op populatieniveau.

  • De student herkent alle organen en orgaansystemen, m.b.v. de medisch anatomische vaktaal benoemen, aanwijzen in de thorax, het abdomen, het bekken en het hoofd-halsgebied, en begrenzen in beeld en in vivo.

    *De student weet hoe de ligging van de interne organen zich projecteert op de lichaamswand en geeft bij een beperkt aantal symptomen aan welke organen mogelijk betrokken zijn bij het ontstaan van deze symptomen. - De student kent de functies van epitheel, steun-, spier- en zenuwweefsel, en verklaart deze vanuit de bouw.

  • De student verklaart het (dis)functioneren van cellen en weefsels m.b.v. kennis over celdifferentiatie en vernieuwing van weefsels en duidt bij morfologische (weefsel) verandering de functionele verstoring.

  • De student maakt bij een eenvoudig beschreven patiëntprobleem een keuze voor een afbeeldingtechniek en heeft kennis van de biologische effecten op (de ontwikkeling van) organen en weefsels van deze technieken en de historische context.

  • De student leidt m.b.v. een aantal epidemiologische begrippen als specificiteit, sensitiviteit, post-test likelihood zin en onzin af van een aantal beeldvormende screeningstechnieken.

  • De student legt bouw, functie en de consequenties van disfunctie van relevante orgaansystemen, organen en weefsel- en/of celtypen uit en beschrijft observaties.

Onderwijsvorm

Hoor- en responsiecolleges, werkcolleges, werkgroepen en practica, computerondersteund onderwijs (COO) en studieopdrachten.

Toetsing

Toetsing (summatief)

  • Tussentoets (deeltoets 1) met 16 gesloten (meerkeuze) vragen over de eerste 3 thema’s: nadruk op anatomische/embryologische en histologische kennis o.a. aan de hand van afbeeldingen.

  • Eindtoets (deeltoets 2) met 64 gesloten (meerkeuze) vragen over alle thema’s: zowel kennis als inzicht en toepassen o.a. aan de hand van afbeeldingen.

De tussentoets en eindtoets worden beschouwd als één toets van 80 vragen (max. 80 punten) die in delen wordt afgenomen.
Blokcijfer: tussentoets (max. 16 punten) + eindtoets (max. 64 punten).
Herkansing: toets met 80 gesloten (meerkeuze) vragen (max. 80 punten) over dezelfde onderwerpen als tussentoets en eindtoets.

Toetsing (formatief)

  • E-learning: gesloten vragen.

  • Werkgroepparticipatie: organisatie (op tijd komen + op tijd e-learning lessen) en beroepsvorming (participeren in discussies).

  • Practicumverslag: moet voldoende zijn.

  • Bezoek Museum Boerhaave.

  • Reflectieverslag (in e-portfolio) van feedback van medestudenten over eerste ervaring lichamelijk onderzoek.
    Geen cijfer: inspanningsverplichting.

Literatuur

  • Alberts, Bray, Hopkin, Johnson, Lewis, Raff, Roberts, Walter: Essential Cell Biology, 4th ed, 2014. Uitgever: Garland Science | Taylor & Francis Group. ISBN 9780815344551

  • Moore, Dalley, Agur: Clinically Oriented Anatomy, 7th ed, 2014. Uitgever: Wolters Kluwer | Lippincott Williams & Wilkins. ISBN 9781451184471

  • Moore, Persaud, Torchia: The Developing Human. Clinically Oriented Embryology, 10th ed, 2016. Uitgever: Elsevier. ISBN 9780323313384

  • Ross, Pawlina: Histology. A Text and Atlas, 7th ed, 2016. Uitgever: Wolters Kluwer. ISBN 9781469889313

Contact

Dr. R.G.E. Notenboom
Afdeling Anatomie & Embryologie
Sectie Klinische Anatomie
LUMC
Kamer: T-01-034 (Ozk)
Tel: 071 526 9352