Studiegids

nl en

Westerse missiebewegingen, 1780-1980

Vak 2015-2016

Toegangseisen

De BSA-norm is behaald en beide Themacolleges zijn met een voldoende afgerond.

Beschrijving

Een cruciaal aspect van de Europese expansie was de verspreiding van het christendom in Amerika, Afrika, Azië en Australië/Oceanië. De consequenties waren ingrijpend. In de twintigste eeuw begonnen niet-Westerse christenen hun Westerse geloofsgenoten voor het eerst numeriek naar de kroon te steken; het geografische zwaartepunt van deze godsdienst is aan het verschuiven. Dit college bespreekt een belangrijke oorzakelijke factor: de moderne Westerse missiebewegingen.

Tussen ongeveer 1780 en 1980 trokken talloze Westerse zendelingen en missionarissen op particulier initiatief de wereld in om hun geloof te verkondigen. Zij stootten op tegenstand, maar boekten ook successen, alhoewel het christendom dat vervolgens ontstond niet altijd aan hun verwachtingen voldeed. Missionarissen werden in het Westen lange tijd bewonderd om hun opofferingsgezindheid, geloofsijver en beschavingswerk; gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw kwam missie echter in een kwade reuk te staan van religieuze onverdraagzaamheid, imperialisme en kolonialisme.

Dit college problematiseert Westerse beeldvorming en biedt een analyse van de moderne missiebewegingen. Het bestudeert hoe belangrijke thema’s zijn behandeld in de historiografie, bijvoorbeeld motivatie, verhouding met koloniale expansie, impact van modernisering in het Westen, toe-eigening van christelijk geloof door niet-Westerse groepen, impact van dekolonisatie, relatie met ontwikkelingswerk en weerslag op het Westerse en mondiale christendom. Studenten onderzoeken deze deelthema’s op basis van literatuur en gaan in een gezamenlijke opdracht ook na hoe primair bronnenmateriaal in de archieven van Nederlandse missie- en zendingsorganisaties is aangewend door historici.
Het vak is gekoppeld aan KC ‘Global Connections’ (sem. II).

Leerdoelen

Algemene leerdoelen
De student kan:


    1. een gezamenlijke opdracht succesvol uitvoeren;

    1. een onderzoek met een beperkte omvang opzetten en uitvoeren, en daarbij:
      a. vakliteratuur zoeken, selecteren en ordenen;
      b. relatief grote hoeveelheden informatie organiseren en verwerken;
      c. een wetenschappelijk debat analyseren;
      d. het eigen onderzoek in het wetenschappelijk debat plaatsen

    1. reflecteren op de primaire bronnen waarop de literatuur is gebaseerd;

    1. een probleemgestuurd werkstuk schrijven en een referaat houden naar het format van syllabus Themacolleges, en daarbij;
      a. een realistische planning hanteren;
      b. een probleemstelling en deelvragen formuleren;
      c. een beargumenteerde conclusie formuleren;
      d. feedback geven en ontvangen;
      e. aanwijzingen van de docent verwerken.

    1. participeren in de discussies tijdens colleges.

Leerdoelen, specifiek voor de afstudeerrichting


    1. De student heeft kennis opgedaan van de afstudeerrichting(en) waartoe het BA-Werkcollege behoort, meer specifiek:
    • bij de afstudeerrichting Algemene Geschiedenis voor de plaatsing van de Europese geschiedenis van na 1500 in een mondiaal perspectief; in het bijzonder de ontwikkeling en rol van politieke instituties; en in het bijzonder bij de track Geschiedenis van de Europese Expansie en globalisering voor het ontstaan van wereldomvattende netwerken die een steeds intensievere circulatie van mensen, dieren, gewassen, goederen en ideeën bewerkstelligen, en de centrale rol van de Europese expansie daarin vanaf circa 1500;

    1. De student heeft kennis van en inzicht in de kernbegrippen, de onderzoeksmethoden en –technieken van de afstudeerrichting.
      Met speciale aandacht:
    • bij de afstudeerrichting Algemene Geschiedenis voor de bestudering van primaire bronnen en de relativiteit van nationaal gedefinieerde geschiedenissen; en in het bijzonder bij de track Geschiedenis van de Europese Expansie en globalisering voor het combineren van historiografische debatten met empirisch onderzoek in primaire bronnen en/of het verbinden van gescheiden historiografische tradities door middel van innovatieve vraagstelling;

Leerdoelen, specifiek voor dit college
De student:


    1. heeft kennis van en inzicht in de geschiedenis en historiografie van de moderne Westerse missiebewegingen;

    1. heeft kennis van en inzicht in de mondiale geschiedenis van het christendom sinds 1780;

    1. heeft kennis van en inzicht in de veranderende beeldvorming ten aanzien van missie en de impact daarvan op de missiebeweging;

    1. heeft inzicht in hoe het Nederlandse primaire bronnenmateriaal ten aanzien van missie door historici is gebruikt.

Rooster

Zie Rooster Geschiedenis

Onderwijsvorm

  • Werkcollege

Studielast

Totale studielast: 10 EC x 28 uur = 280 uur

  • Contacturen (college en studiebegeleiding): 28 uur
  • Literatuurstudie: 100 uur
  • Voorbereiding referaat: 15 uur
  • Voorbereiding gezamenlijke bronnenopdracht: 25
  • Onderzoek en schrijven werkstuk: 112

Toetsing

Toetsing

  • Werkstuk (6000 woorden, gebaseerd op literatuur, inclusief noten en bibliografie)
    Getoetste leerdoelen: 2-4, 6-10
  • Mondelinge presentatie
    Getoetste leerdoelen: 3-4, 6-10
  • Participatie
    Getoetste leerdoelen: 5
  • Gezamenlijke bronnenopdracht
    Getoetste leerdoelen: 1, 1

Weging
Werkstuk: 65 %
Referaat: 15 %
Participatie: 5 %
Gezamenlijke bronnenopdracht: 15 %

Het eindcijfer komt tot stand op basis van het gewogen gemiddelde op basis van de deelcijfers, met daarbij als aanvullende eisen dat het werkstuk voldoende moet zijn en de mondelinge en schriftelijke opdrachten (d.w.z. referaat en bronnenopdracht) voltooid moeten zijn.

Deadlines
Voor het inleveren van de werkstukken geldt de aangegeven deadline.

Herkansing
Het werkstuk kan worden herkanst. Hiervoor geldt de aangegeven deadline.

Blackboard

Blackboard wordt gebruikt voor communicatie en voor de literatuurlijst.

Literatuur

Volgt z.s.m.

Aanmelden

Via uSis

Aanmelden Studeren à la carte en Contractonderwijs

Niet van toepassing

Contact

Dr. B.J. Heffernan

Opmerkingen

Geen