Studiegids

nl en

Hoe werkt literatuur? – Basisapparaat

Vak 2017-2018

Toegangseisen

Voor deze cursus gelden geen toegangseisen.

Beschrijving

Stel een willekeurige neerlandicus de vraag wat literatuur is en hij zal direct enkele auteurs noemen: Hadewijch, Vondel, Couperus, Hermans, Mulisch, Reve, Grunberg.
Door deze vraag te stellen gaat men ervan uit dat literatuur een vaststaand verschijnsel is. Dat is echter niet het geval. In iedere tijd en op iedere plaats bestaan er verschillende opvattingen over wat we literatuur kunnen noemen. Bovendien kunnen literaire teksten vele verschillende functies vervullen. Ze kunnen bijvoorbeeld onderwijzen, troost bieden, tot politieke activiteit aanzetten, verwarren, uiting geven aan de gevoelens van de kunstenaar of de schoonheid bezingen.
In het eerste blok van dit college – tot aan de breekweek in oktober – verdiepen we ons in vraag hoe de literatuurwetenschap het verschijnsel 'literatuur' bestudeert. Wat kunnen we zeggen over de definitie van literatuur, en over de functie van literatuur door de eeuwen heen? Wat is eigenlijk de wetenschappelijke status van interpretaties? En waarom geeft een wetenschapper geen oordeel over de romans die ze bestudeert? Dit eerste blok wordt gegeven in de vorm van hoor- en werkcolleges en sluit af met een schriftelijk tentamen in de breekweek.

In het tweede blok – na de breekweek in oktober – word je bekend gemaakt met het ‘Basisapparaat’ van de neerlandistiek (Taalkunde, Letterkunde, Taalbeheersing). Er zijn excursies voorzien naar de Leidse Universiteitsbibliotheek, de afdeling Bijzondere Collecties (UB Leiden), de Koninklijke Bibliotheek en het Letterkundig Museum (beide Den Haag). Daarnaast leer je de mogelijkheden van de voornaamste bibliografische hulpmiddelen (bibliografieën, handboeken, catalogi, vaktijdschriften) van de neerlandistiek kennen en gebruiken. Via oefeningen train je je vaardigheden in het zoeken en vinden van relevante informatie in zowel digitale als gedrukte bronnen. Tevens wordt geleerd om de gevonden informatie volgens vastgestelde regels te beschrijven, en om verwijzingen te maken. Dit tweede blok wordt gegeven in de vorm van werkcolleges en sluit af met een schriftelijk werkstuk, waarin je aan de hand van de stof uit het eerste blok laat zien dat je de kennis uit het tweede blok goed kunnen toepassen.

Leerdoelen

  • Je kent en begrijpt de grondslagen van de literatuurwetenschap en van het wetenschappelijke onderzoek naar de Nederlandse letterkunde.
  • Je kunt verschillende functies van literaire teksten onderscheiden en begrijpt het dynamische karakter daarvan. Je hebt inzicht in de historische relatie tussen literatuur, maatschappij, auteur en lezer en kent het bijbehorende begrippenapparaat.
  • Je kan zelfstandig literatuurstudie verrichten, uiteenlopende soorten bronnen onderscheiden en bent op de hoogte van de belangrijkste digitale en gedrukte hulpmiddelen op het terrein van de neerlandistiek voor het doen van systematisch-bibliografisch onderzoek.
  • Je weet waar je terecht kunt voor verschillende soorten documenten en informatie in de universiteitsbibliotheek, de Koninklijke Bibliotheek en het Literatuurmuseum.
  • Je leert hoe je moet citeren uit diverse bronnen, wat noten zijn en waar en waarom ze gebruikt worden, en krijgt inzicht in de wetenschappelijke noodzakelijkheid van een deugdelijke verantwoording van de gebruikte bronnen, ook in verband met plagiaat en de maatschappelijke discussie die daaromtrent bestaat.

Rooster

Zie Rooster BA Nederlands

Onderwijsvorm

  • Hoorcollege (week 1 t/m 6: 1 uur per week)
  • Werkcollege (week 1 t/m 5: 1 uur per week; week 7 t/m 9 en 11 t/m 13: 2 uur per week)
  • Excursies (10 uur)

Studielast

De totale studielast voor deze cursus bedraagt 140 uur. Die uren zijn als volgt verdeeld:

  • 6 uur hoorcollege, 17 uur werkcollege en 9 uur excursie, samen 32 uur;
  • 27 uur voor het bestuderen van primaire en secundaire literatuur (‘Hoe werkt literatuur?’);
  • 54 uur voor kennisname en verwerking (via kleine opdrachten) van het bibliografisch apparaat en bijbehorende hulpmiddelen (waarvan ongeveer 25 uur na week 13);
  • Tentamen 2 uur;
  • Schriftelijk werkstuk 25 uur.

Toetsing

Toetsing

De stof van het onderdeel ‘Hoe werkt literatuur?’ wordt getoetst met een schriftelijk tentamen met essayvragen (50% van het eindcijfer). Het onderdeel ‘Basisapparaat’ wordt getoetst met een schriftelijk werkstuk (50% van het eindcijfer). Ze bepalen ieder voor de helft het eindcijfer, waarbij een deelcijfer niet lager mag zijn dan een 5,5. Als het eindcijfer van de cursus na de herkansing nog altijd onvoldoende is, moet het college in het daaropvolgende jaar opnieuw worden gevolgd.

Herkansing:

Beide onderdelen kunnen worden herkanst.

Aan het behalen van een voldoende eindcijfer voor de cursus zijn bovendien de volgende voorwaarden verbonden:

  • Aanwezigheid tijdens de werkcolleges en excursies is verplicht. Studenten mogen maximaal 2 van de 13 keer missen.
  • Studenten hebben deelgenomen aan de drie hieronder genoemde aanvullende mentoraatscursussen over academische vaardigheden: ‘Studeren’, ‘Geheugentechnieken’ en ‘Leesstrategie’. Ook voor deze cursussen geldt dat aanwezigheid tijdens de cursusbijeenkomsten verplicht is (met een maximale afwezigheid van één van de drie bijeenkomsten). Voor zij-instromers zijn deze mentoraatscursussen facultatief.

Weging

Zie hierboven

Nabespreking tentamen en werkstuk

Uiterlijk bij het bekendmaken van de uitslag van het tentamen c.q. werkstuk wordt aangegeven op welke wijze en op welk tijdstip de nabespreking van het tentamen c.q. werkstuk plaatsvindt. Er wordt in ieder geval een nabespreking georganiseerd indien een student hiertoe verzoekt binnen 30 dagen na bekendmaking van de uitslag.

Blackboard

Studenten worden via Blackboard op de hoogte gehouden van lopende zaken en ontvangen specifieke informatie over onderdelen van de cursus.

Literatuur

  • Digitale syllabus ‘Hoe werkt literatuur? & Basisapparaat’ (digitaal via Blackboard).
  • Thomas Vaessens & Paul Bijl, ‘Grondslagen’, in: Jan Rock, Gaston Franssen en Femke Essink (red.), Literatuur in de wereld. Handboek moderne letterkunde. Nijmegen, 2013, pp. 13-94. Begin met het ‘Vooraf’ in dit boek (pp. 7-10).
  • Frans Kellendonk, Mystiek Lichaam. Amsterdam, 1986. Probeer de roman voor aanvang van het college gelezen te hebben.
  • De overige primaire en secundaire literatuur wordt nader bekend gemaakt via Blackboard aan het begin van het college.

Aanmelden

Eerstejaars studenten worden aan het begin van het jaar in werkgroepen ingedeeld.

Voor reguliere hogerejaars bachelor- en masterstudenten geldt dat zij verplicht zijn zich tijdig in te schrijven via uSis voor de hoorcolleges en de werkgroepen.
Algemene informatie over uSis is te vinden op Nederlands en English

Voor alle andere studenten geldt dat de inschrijving verloopt via de studiecoördinator

Aanmelden Studeren à la carte en Contractonderwijs

Niet van toepassing

Contact

Voor inhoudelijke vragen omtrent deze cursus kun je contact opnemen met Dr. Esther Op de Beek

Voor praktische vragen kun je je wenden tot het secretariaat van de Opleiding Nederlandse taal en cultuur/neerlandistiek. Dit valt onder de Onderwijsadministratie P.N. van Eyckhof 4, kamer 101A. Tel. 071-527 2144. mail: osz-oa-eyckhof@hum.leidenuniv.nl.