Studiegids

nl en

Introductiecoschap

Vak 2018-2019

Beschrijving

Het Introductiecoschap is het allereerste coschap van de Masterfase. Het vormt een brug tussen de Bachelor (in het bijzonder de Lijn Beroepsvorming) en de verdere coschappen. De kennis en vaardigheden die zijn opgedaan in de Bachelorfase worden deels herhaald, maar ook verbreed en verdiept.

De overgang van leven als medisch student naar het leven als coassistent is een keerpunt in je medische carrière en persoonlijk leven. Het doel van het Introductiecoschap is om de coassistenten goed voor te bereiden op de start in het ziekenhuis, om zich daar verder te gaan ontwikkelen van coassistent naar beginnend arts, en bij te dragen aan patiëntenzorg. Aan het eind van het coschap dient de coassistent te tonen dat hij of zij op een professionele manier een algemeen medisch consult kan verrichten, en te voldoen aan de andere eindtermen zoals genoemd bij de leerdoelen in dit boek.

Gedurende 2 weken wordt de coassistent onder begeleiding van een tutor ingewijd in de Nederlandse gezondheidszorg. Tevens heeft elke groep een monitor, dat wil zeggen een psycholoog die meerdere werkgroepen over communicatie begeleid en de communicatievaardigheden in de praktijk observeert.
Het focus ligt op de anamnese, het lichamelijk onderzoek, de verslaglegging, communicatie en professioneel gedrag. Daarnaast geven diverse gastdocenten (van verschillende afdelingen van het LUMC en daarbuiten) onderwijs dat aansluit op de leerdoelen.

Gedurende deze fase van de opleiding verwachten we van de coassistenten voldoende algemene kennis, zelfvertrouwen en motivatie om het onderwijsprogramma op een volwassen en collegiale manier te volgen. Hierbij draagt de coassistent niet alleen zorg voor zijn/haar eigen leerproces, maar draagt ook bij aan het leerproces van collegae. De vaste begeleiders zullen zorgen voor een optimale en veilige leeromgeving.

Leerdoelen

Aan het eind van het Introductiecoschap:
1. Voert de coassistent een consult op een professionele manier uit en is zich bewust van zijn of haar positie als coassistent.
2. Werkt de coassistent verder aan de competenties ‘medisch deskundige’, ‘communicator’ en ‘samenwerker’ in een gesimuleerde situatie.
3. Laat de coassistent zien dat hij/zij de stappen van het geneeskundig proces zodanig beheerst, dat hij/zij gereed is om het eerste coschap in te gaan.
4. Communiceert de coassistent adequaat met simulatiepatiënten, collega-coassistenten, docenten, begeleiders, opleiders, verpleegkundigen en andere betrokken bij het dagelijks functioneren.
5. Voldoet de coassistent aan de algemeen geldende norm betreffende professioneel gedrag.
6. Verricht de coassistent zelfstandig en adequaat een medisch consult met een simulatiepatiënt. De coassistent neemt een gestructureerde en hypothesegerichte anamnese af, rekening houdend met zowel verschillende leeftijdsgroepen als andere belangrijke intermenselijke verschillen.
a. De coassistent verricht adequaat en zelfstandig een algemeen lichamelijk onderzoek (met uitzondering van KNO, oogheelkundig, dermatologisch, orthopedisch, neurologisch of urogenitaal onderzoek).
b. De coassistent stelt een reële differentiaal diagnose op voor de meest prevalente medische aandoeningen die hij of zij zal tegenkomen gedurende de eerstvolgende 2 coschappen.
c. De coassistent vraagt in de testsituatie algemeen aanvullend onderzoek aan ter ondersteuning van het diagnostisch proces, en beoordeelt dit op basis van klinisch redeneren.
d. De coassistent stelt een beleidsplan op en legt dit vast.
e. De coassistent bezit toegepaste kennis ten behoeve van het voorschrijven van medicatie.
7. Heeft de coassistent theoretische kennis van de procedures rondom venapunctie en heeft deze kennis toegepast door venapuncties te verrichten op een kunstarm. (Tijdens het Introductiecoschap begint ook het programma van venapuncties verrichten op patiënten, en dit wordt afgerond in Coschap Beschouwend.)
8. Is de coassistent in staat te reflecteren en persoonlijke leerdoelen op te stellen.

Toetsing

De coassistent moet in staat zijn op een professionele manier een consult te verrichten. Gedurende twee weken wordt daarom toegewerkt naar de consulttoets die op de laatste dag van het coschap plaatsvindt en wordt afgenomen door een onafhankelijk arts-docent. De eindbeoordeling zal bestaan uit meerdere onderdelen, zowel summatief als formatief van aard. Deze combinatie maakt het mogelijk om de belangrijkste eindtermen (zie leerdoelen Introductiecoschap) te beoordelen. Naast de schriftelijke eindbeoordeling zal de coassistent een gesprek hebben met zijn/haar vaste begeleider/tutor en zal het portfolio worden ingevuld.
Om de objectiviteit van de beoordelingen te borgen zijn de volgende maatregelen getroffen:
• Het toetsconsult wordt opgenomen
• Het toetsconsult wordt niet beoordeeld door de eigen tutor
• Bij een onvoldoende toetsconsult worden het toetsconsult en de toetsstatus herbeoordeeld door een andere beoordelaar

• Het eindgesprek door de tutor wordt na een eerste onvoldoende oordeel ook door een tweede persoon gevoerd
De eindbeoordeling dient voldoende te zijn: alle onderdelen van de algemene introductie dienen met een voldoende te zijn afgesloten. Het oordeel wordt uitgedrukt in ’voldaan’ of ‘niet voldaan’. Van belang is dat de coassistent alle activiteiten in de introductie volgt: 100% aanwezigheid en het afleggen van alle toetsmomenten. Indien dit niet het geval is dan kan dit gevolgen hebben voor de voortgang. Afhankelijk van hoeveel er gemist is, vindt er zo nodig overleg plaats met de Examencommissie.

Literatuur

Anamnese en Lichamelijk onderzoek, onder redactie van J. van der Meer en J.W.M. van der Meer, zesde druk, Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen.
Ayers S., Visser de R. Psychology for Medicine.
Lloyd M., Bor R. Communication Skills for Medicine.
Grundmeijer H.G.L.M., Reenders K., Rutten G.E.H.M. Het geneeskundig proces.

Contact

Naam: drs. A.D. Pieterse, dr. M. Scharloo
Contactgegevens: ico@lumc.nl