Studiegids

nl en

Anatomie

Vak 2018-2019

Beschrijving

Het blok richt zich vooral op de bouw en functie van de belangrijke grote organen en orgaanstelsels bij de mens: longen (ademhaling), hart en grote vaten (circulatie), maag-darmkanaal (spijsvertering), en nieren en urinewegen (uitscheiding). In het deel embryologie wordt duidelijk gemaakt hoe een embryo zich ontwikkelt uit drie kiembladen (ectoderm, endoderm en mesoderm), die weer de basis vormen voor de genoemde orgaanstelsels. Tevens zal aandacht worden besteed aan de moeder-embryo relatie via de placenta. In het deel neuroanatomie wordt ten slotte ingegaan op de bouw van het zenuwstelsel en op een aantal elementaire functionele systemen van het centraal zenuwstelsel, zoals motoriek en sensibiliteit.

Aan de hand van geplastineerde preparaten, prosectie demonstraties, CT-scans en MRI-beelden wordt in werkcolleges en practica een ruimtelijk beeld verkregen van de bouw van de genoemde organen en hun ligging in het lichaam. Een systematische dissectie van de rat maakt als geïntegreerd onderdeel van de opleiding deel uit van de practica.

Coordinator

Dr. R.G.E. Notenboom
Afdeling Anatomie & Embryologie
Sectie Klinische Anatomie
LUMC
Kamer: T-01-034 (Ozk)
Tel: 071 526 9352

Doelgroep

BFW2

Toegangseisen

Niet van toepassing.

Onderwijsvorm

Hoor- en responsiecolleges, werkcolleges en practica, computerondersteund onderwijs en studieopdrachten

Literatuur

  • Moore, Agur, Dalley: Essential Clinical Anatomy, 5th ed, 2015. Uitgever: Wolters Kluwer | Lippincott Williams & Wilkins. ISBN 9781469832012 < verplicht >
  • Moore, Persaud, Torchia: The Developing Human. Clinically Oriented Embryology, 10th ed, 2015. Uitgever: Elsevier Saunders. ISBN 9780323313384 < aanbevolen >

Leerdoelen

  • De student relateert de functie van organen aan de bouw van het menselijk lichaam en gebruikt anatomische indelingen van het menselijk lichaam bij het beschrijven van de lichaamsbouw.
  • De student verklaart de bouw en functie van een aantal weefsels en organen vanuit de embryonale ontwikkelingsprocessen.
  • De student herkent alle organen en orgaanstelsels en de meest belangrijke structuren van het menselijk brein; met behulp van de anatomische vaktaal benoemen, aanwijzen en begrenzen in afbeeldingen en medische beeldvorming (röntgenfoto, CT, MRI), en aangeven in welke richting anatomische doorsneden zijn gemaakt.
  • De student weet hoe de ligging van de borst- en buikorganen projecteert op de lichaamswand.
  • De student kent de onderverdeling en de omringende structuren (vaten, vliezen) van het centraal zenuwstelsel, en beschrijft de liquorcirculatie en de perfusie arealen van de drie grote cerebrale arteriën.
  • De student benoemt de meest belangrijke functionele arealen van de cerebrale cortex en legt de functionele consequentie(s) van beschadiging van deze gebieden uit.
  • De student herkent de meest belangrijke organen en orgaanstelsels van de rat; met behulp van de anatomische vaktaal benoemen, aanwijzen en begrenzen in afbeeldingen en tekeningen.
  • De student benoemt de belangrijkste verschillen in anatomie van de mens en de rat, en heeft kennis van en inzicht in de ethische en maatschappelijke aspecten van dierproeven en van het gebruik van humane preparaten voor de wetenschap.
  • De student beschrijft anatomische observaties in een practicumverslag.

Toetsing

Toetsing (Summatief)

  • Tentamen met 55 meerkeuze vragen (8 embryologie, 15 thorax, 15 abdomen, 15 neuroanatomie, 2 vergelijkende anatomie); gesloten boek.
  • Hertentamen: gelijkwaardige toets met 55 meerkeuze vragen over dezelfde onderwerpen.
    NB Studenten die reeds een voldoende hebben behaald bij een eerdere tentamengelegenheid mogen het (her)tentamen niet opnieuw maken.

Toetsing (Formatief)

  • E-learning met gesloten vragen; geen cijfer (inspanningsverplichting).
  • Actieve deelname werkcolleges en practica.