Vanwege het Corona virus is het nog onduidelijk hoe het onderwijs precies verzorgd gaat worden. Zie voor de actuele informatie de betreffende vakpagina’s op Blackboard/Brightspace.

Studiegids

nl en

Westerse Beeldende Kunst en Architectuur - 2000 deel I

Vak
2018-2019

Toegangseisen

Gelijk aan toegangseisen BA Kunstgeschiedenis

Beschrijving

In deze cursus staat de westerse architectuur- en kunstgeschiedenis tot en met de vroege twintigste eeuw centraal. De colleges zijn gecentreerd rond de thema’s kerk, stad en hof. De cursus valt uiteen in drie delen, die door drie verschillende docenten worden gegeven.
1. Van prehistorie tot 1300
2. Stad en hof van de veertiende tot en met de zeventiende eeuw
3. Stad, hof en kerk van de zeventiende eeuw tot ca. 2000.
Leiden is als universiteitsstad rijk aan collecties. Korte excursies brengen je dicht bij de eigenlijke kunstvoorwerpen en gebouwen.

Deel I valt onder de verantwoordelijkheid van dr. Elizabeth den Hartog en bestrijkt om te beginnen wat vooraf ging aan de westerse cultuur, aangezien deze uiteraard niet in een vacuüm ontstond. Je maakt kennis met de oude culturen en de invloed daarvan op het Oude Testament, met Griekse en Romeinse tempels en beeldende kunst. Met de komst van het Christendom begint de westerse cultuur. Het leeuwendeel van dit blok is dan ook gewijd aan de vroegchristelijke, Karolingische en middeleeuwse kunst en cultuur. Het thema kerk staat centraal. Je leert hoe de architectuur en kunst zich gedurende de periode 400 tot 1300 ontwikkelden, hoe de kerk organisatorisch in elkaar steekt, hoe een kerk werd ingericht, hoe manuscripten werden gemaakt, hoe kerken werden gebouwd en wat daar allemaal bij kwam kijken.

Deel 2 valt onder de verantwoordelijkheid van dr. Edward Grasman en betreft stad en hof van de veertiende tot en met de zeventiende eeuw. Het accent in deze colleges ligt op de schilderkunst en beeldhouwkunst in Italië, de Nederlanden en Frankrijk, al worden ook uitstapjes gemaakt naar andere regionen in Europa en naar andere kunstvormen. Aan de orde komen in elk geval kunstenaars als Giotto, Jan van Eyck, Leonardo, Bernini en Rembrandt, en artistieke centra als Florence, Brugge, Fontainebleau, Rome en Amsterdam.

Deel 3 valt onder de verantwoordelijkheid van dr. Juliette Roding. In deze colleges wordt allereerst de invloed van Versailles op de hoven in Europa onder de loep genomen. Wat de steden betreft, wordt aandacht besteed aan nieuwe gebouwtypen, zowel profaan als religieus. Vervolgens wordt gekeken naar de kunst en cultuur van de Napoleontische tijd, waarna enkele belangrijke ontwikkelingen uit de 19de en 20ste eeuw worden behandeld.

De gehele cursus omvat 28 colleges van telkens 2 uur en 4 dagexcursies : 2 in het eerste en 2 in het tweede semester.

Leerdoelen

  • Studenten doen ervaring op in het kijken naar en het begrijpen van kunstwerken van de vroegchristelijke periode tot circa 1900

  • Studenten leren de belangrijkste kunstwerken die in deze periode tot stand kwamen te herkennen en te dateren.

  • Studenten leren de literatuur over kunstwerken uit deze periode te gebruiken.

  • Studenten verwerven inzicht in de functie van kunst en de relatie tot kunstwerken en opdrachtgevers, onder meer op basis van visuele analyse.

  • Studenten leren de belangrijkste wetenschappelijke benaderingen kennen die de kunstgeschiedenis kent voor de interpretatie van kunstwerken uit dit tijdvak.

  • Studenten ontwikkelen een kritische instelling ten aanzien van de kunsthistorische literatuur voor wat betreft de behandelde periode.

Rooster

Zie het rooster van de opleiding Kunstgeschiedenis

Onderwijsvorm

  • Hoorcollege

  • Discussies m.b.t. gelezen literatuur tijdens de colleges en de excursies

  • Excursies

Studielast

Totale studielast: 280 uur

  • Bijwonen colleges: 28 x 2 = 56 uur

  • 4 dagexcursies: 7 x 4 = 28 uur

  • Voorbereiding colleges: 28 x 2 = 56 uur

  • Toetsing en literatuuropdrachten: 140 uur

Toetsing

De cursus valt in twee semesters. In de loop van beide semesters vinden er tussentoetsen plaats, telkens bestaand uit literatuuropdrachten. Aan het eind van elke reeks volgt een toets over de collegestof die bij de desbetreffende docent aan bod is gekomen. Dit tentamen bestaat uit het beantwoorden van open vragen over de collegestof, de literatuur en de tijdens de excursies bezichtigde kunstwerken.

  • Literatuuropdrachten: 30%

  • Schriftelijk tentamen: 70%

Compensatie: Het gewogen gemiddelde van de (deel-) toetsen moet minimaal een 6,0 (= voldoende) zijn.
Daarnaast moet het schriftelijk tentamen in elk geval worden afgesloten met minimaal een 6,0 (= voldoende). De literatuuropdrachten dienen eveneens te worden afgesloten met een 6 (= voldoende), maar hierbij is het mogelijk om voor één literatuurtoets een 5 (maar niet lager dan 5) te compenseren met een andere, gelijkwaardige, toets.

Herkansing: Alle toetsen waarvoor een onvoldoende is behaald, kunnen worden herkanst. Alle herkansingen zullen – voor zover van toepassing - op hetzelfde moment plaats vinden, na de laatste (deel-)toets.

Blackboard

Blackboard wordt gebruikt voor het ter beschikking stellen van studiemateriaal (zoals rooster, tentamen stof, PowerPoint presentaties van de colleges) en mededelingen van de docenten.

Literatuur

  • Fred S. Kleiner, Gardner’s Art Through the Ages. A Global History, (15th edition, International Edition). Belmont: Wadsworth Cengage Learning , 2016. [ISBN-13:9781285754994? ISBN-10: 1285754999]

  • Aanvullende literatuur, die t.z.t. op Blackboard wordt geplaatst.

Aanmelden

Inschrijven via uSis is verplicht.

Algemene informatie over uSis vind je op de website

Aanmelden Studeren à la carte en Contractonderwijs

Informatie voor belangstellenden die deze cursus in het kader van Studeren à la carte willen volgen (zonder tentamen), oa. over kosten, inschrijving en voorwaarden.

Informatie voor belangstellenden die deze cursus in het kader van Contractonderwijs willen volgen (met tentamen), oa. over kosten, inschrijving en voorwaarden.

Contact

Dr. E. (Elizabeth) den Hartog Dr. E. (Edward) Grasman Dr. J.G (Juliette) Roding

Opmerkingen