Vanwege de coronamaatregelen kan de onderwijsvorm of tentaminering afwijken. Zie voor actuele informatie de betreffende cursuspagina’s op Brightspace.

Studiegids

nl en

Inleiding Burgerlijk Recht

Vak
2020-2021

Toegangseisen

Geen.

NB: Dit vak is geen keuzevak. Bijvakstudenten of gaststudenten mogen niet aan dit vak deelnemen.

Beschrijving

Iedereen heeft dagelijks met burgerlijk recht te maken. Of u nu een iPhone of een boek koopt, een kamer of een huis huurt, een hypothecaire lening sluit of failliet gaat, muziek downloadt of een cd ript, of besluit te gaan trouwen dan wel juist te gaan scheiden: het burgerlijk recht is van belang. Bij het vak Inleiding Burgerlijk Recht maakt u kennis met de regels die voor deze en andere handelingen gelden. U leert dat het recht een eigen taal kent: dat er verschil is tussen goederen en zaken, bezit en eigendom, kopen en leveren, overdracht en overeenkomst, nietigheid en vernietigbaarheid, ontbinden en vernietigen, voorrang en voorrecht.

Het burgerlijk recht beslaat aldus verschillende onderdelen, waarvan een aantal in het vak Inleiding Burgerlij Recht aan bod komt. Zo behandelt het vak kernleerstukken op het gebied van verbintenissen en goederenrecht, tezamen ook wel het vermogensrecht genoemd, zoals de rechtshandeling en de overeenkomst, de onrechtmatige daad en schadevergoeding, toebehoren en overdracht. Ook wordt aandacht besteed aan het personen-, familie-, huwelijksgoederen- en erfrecht en daarnaast ook aan de intellectuele eigendom. Daarbij wordt u getraind in verschillende (elementaire) juridische vaardigheden, zoals het zorgvuldig lezen van (wets)teksten en het oplossen van casusposities. Inleiding Burgerlijk Recht legt hiermee een stevige basis voor de civielrechtelijke vakken later in uw studie, bijvoorbeeld voor de vakken Verbintenissenrecht en Goederenrecht en andere meer notarieelrechtelijk geörienteerde vakken.

Leerdoelen

Doel van het vak

  • Het verkrijgen van kennis en inzicht in een aantal kernleerstukken van vermogensrecht, zoals de rechtshandeling en de overeenkomst, de onrechtmatige daad en schadevergoeding, toebehoren en overdracht.

  • Het verkrijgen van kennis en inzicht in het overig burgerlijk recht, te weten het personen-, familie-, huwelijksgoederen- en erfrecht en intellectuele eigendom.

  • Het ontwikkelen van de vaardigheid, casusposities en vraagstukken van vermogensrecht, personen-, familie-, huwelijksgoederen- en erfrecht en intellectuele eigendom te analyseren en (goed beargumenteerd) op te lossen, dit mede aan de hand van (eenvoudige) casus en opdrachten.

Na afronding van het vak heeft u de volgende kwalificaties verworven:

  • U kunt een aantal kernleerstukken uit het vermogensrecht, zoals de rechtshandeling en de overeenkomst, de onrechtmatige daad en schadevergoeding, toebehoren en overdracht benoemen, herkennen en plaatsen binnen het systeem van het vermogensrecht.

  • U kunt een aantal kernleerstukken uit het personen-, familie-, huwelijksgoederen- en erfrecht, en betreffende de intellectuele eigendom benoemen, herkennen en plaatsen binnen het systeem van het burgerlijk recht.

  • U kunt de verworven kennis en het inzicht toepassen op concrete casusposities en vraagstukken van burgerlijk recht, te weten vermogensrecht, personen-, familie-, huwelijksgoederen- en erfrecht, en intellectuele eigendom.

  • U kunt de onderliggende rechtsvraag uit een casus destilleren en formuleren.

  • U kunt de casus of het vraagstuk in het juiste juridisch kader plaatsen; de desbetreffende wetsartikelen en jurisprudentie erbij betrekken en de criteria die daaruit voortkomen blootleggen.

  • U kunt het juridisch kader systematisch en stapsgewijs toepassen op de specifieke casus en aan de hand van het juridisch kader een goed beargumenteerd en naar geldend recht juiste oplossing geven en zo tot een afgewogen en onderbouwde conclusie komen.

Rooster

Zie de opleidingspagina van de website.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges

  • Aantal à 2 uur: 12

  • Namen docenten: Prof.mr. H.B. Krans, prof.mr. C.G. Breedveld-de Voogd, prof.mr. T.J. Mellema-Kranenburg, prof.mr. D.J.G. Visser e.a.

  • Vereiste voorbereiding door studenten: bestudering van de in het Werkboek Inleiding Burgerlijk Recht 2020-2021 opgegeven literatuur en jurisprudentie en het voorbereiden van de in het Werkboek opgenomen casus.

Gedurende twaalf weken (onderwijsweken I t/m XII, week 37-42 en 45-50) worden colleges van twee uren gegeven. Deze colleges worden op dinsdag gegeven. Tijdens deze colleges behandelt een hoogleraar een aantal hoogtepunten van de die week op het programma staande onderwerpen. De deelnemers dienen de studiestof – die in het Werkboek wordt gespecificeerd – vóór het college te hebben bestudeerd. Hetgeen tijdens de colleges wordt behandeld, behoort tot de tentamenstof.

Werkgroepen

  • Aantal à 2 uur: 12

  • Namen docenten: worden nader bekendgemaakt.

  • Vereiste voorbereiding door studenten: bestudering van de in het Werkboek Inleiding Burgerlijk Recht 2020-2021 opgegeven literatuur en jurisprudentie en het (schriftelijk) voorbereiden van de in het Werkboek opgenomen casus.

Gedurende de eerste acht onderwijsweken (onderwijsweken I t/m VIII, week 37-42 en 45-46) worden werkgroepen van twee uren gegeven, waarin aan de hand van casusposities en meerkeuzevragen (mc-vragen) belangrijke thema’s van het vermogensrecht aan de orde worden gesteld en worden getoetst. De werkgroepen worden gegeven op woensdag, donderdag en vrijdag. Indeling in werkgroepen geschiedt volgens het tutorgroepensysteem.
Deelneming aan de werkgroepen is verplicht. Deze verplichting houdt mede in een gedegen (schriftelijke) voorbereiding van de voorgeschreven studiestof en een actieve inzet tijdens de werkgroepen (zie voor verdere informatie het Werkboek Inleiding Burgerlijk Recht 2020-2021, onder nrs. 2-2.47).

Bovenstaande verplichting geldt niet voor deeltijders en herkansers.

In de onderwijsweken IX, X, XI en XII (week 47-50) wordt op vrijdag, in plaats van 'gewone' werkgroepen, een onlinewerkgroep aangeboden. De onlinewerkgroepen kunnen van huis uit worden gevolgd. Voor een beperkt aantal studenten is het mogelijk de werkgroepen persoonlijk bij te wonen. Deelneming aan deze werkgroepen is op vrijwillige basis en zal geschieden door middel van aanmelding (vol is vol). Over de wijze van aanmelden zult u tijdig worden geïnformeerd. De onlinewerkgroepen zullen worden opgenomen en op Brightspace worden geplaatst.

Responsiecolleges

  • Aantal à 2 uur: 2

  • Namen docenten: worden nader bekend gemaakt.

  • Vereiste voorbereiding door studenten: bestudering van de in het Werkboek Inleiding Burgerlijk Recht 2020-2021 opgegeven literatuur en jurisprudentie en het voorbereiden van de in het Werkboek opgenomen (responsie)casus.

In onderwijsweek XIII (week 51) zal, bij wijze van tentamentraining, een responsiecollege van twee uren worden gegeven, waarin aan de hand van casusposities uit het Werkboek thema’s van vermogensrecht (nog eens) aan de orde worden gesteld.

Het college zal op dinsdag worden gegeven, op dezelfde tijdstippen als de overige colleges.

In dezelfde week (week 51) zal een tweede responsiecollege worden gegeven, waarin een proeftentamen zal worden afgenomen.

Dit college zal op een nader te bepalen dag (hoogstwaarschijnlijk op donderdag) worden gegeven, zo veel mogelijk op dezelfde tijdstippen als de overige colleges.

Virtueel inloopspreekuur

  • Aantal à 2 uur: 9 (na afloop van het onderwijs)

  • Namen docenten: werkgroepdocenten

  • Vereiste voorbereiding: geen, het betreft een mogelijkheid om, ter voorbereiding op de eindtoets, op individuele basis via Brightspace vragen voor te leggen aan de docenten over onderdelen van de stof die de student niet goed begrijpt.

Toetsing

  • Tussentoets: 2 uur (20%)
  • Nabespreking tussentoets: 2 uur
  • Eindtoets: 3 uur (80%)
  • Nabespreking eindtoets: 2 uur

Toetsing

Het tentamen bestaat uit twee onderdelen (afgenomen op twee afzonderlijke dagen): een tussentoets van twee uur (bestaande uit open vragen, vergelijkbaar met de casus die wekelijks in de werkgroepen worden behandeld) en een eindtoets van drie uur (bestaande uit meerkeuzevragen); beide toetsen worden schriftelijk afgenomen. Zie voor meer informatie over de tussentoets art. 4.1.5.2 van de OER, dat o.a. bepaalt: ‘Deelname aan de tussentoets is verplicht voor propedeusevakken met deze toets (voltijders én deeltijders) – deelname aan de tussentoets is voor deze studenten een voorwaarde voor toelating tot de eindtoets’.

Voor de tussentoets en eindtoets tezamen krijgt u één cijfer; daarbij geldt dat de tussentoets voor 20% meetelt en de eindtoets voor 80%. Het cijfer wordt afgerond overeenkomstig de Regels en Richtlijnen Tentamens en Examens bacheloropleidingen FdR (zie art. 4.10 Regels en Richtlijnen).

Herkansing
Bij het herkansingstentamen zullen de meerkeuzevragen en de open vragen niet afzonderlijk worden getoetst, maar in één tentamen van drie uur worden afgenomen. De berekening van het cijfer is overeenkomstig hetgeen hierboven is vermeld.
Bij de tentamens zal het taalgebruik bij de beoordeling worden meegewogen.

Voor meer informatie over regelingen omtrent de tentamens, verwijzen we naar de syllabus die bij aanvang van het vak beschikbaar wordt gesteld.

E-toetsen
Naast de colleges en de werkgroepen zal u gedurende de (eerste) twaalf onderwijsweken de mogelijkheid worden geboden te controleren of u de stof van de voorbije week in voldoende mate heeft begrepen. Daartoe wordt van woensdagmiddag tot en met zondagavond een vijftal meerkeuzevragen via elektronische weg (op Brightspace) aangeboden. De vragen dienen binnen een half uur te worden beantwoord op een door uzelf te kiezen tijdstip. Na een half uur sluit de site vanzelf en krijgt u automatisch feedback op de door u beantwoorde vragen. Na zondagavond is het, mede vanwege het leereffect, niet meer mogelijk om aan de e-toetsing van de voorafgaande week deel te nemen.

Examenstof
De tentamenstof voor de tussentoets bestaat uit de literatuur en de jurisprudentie die tijdens de onderwijsweken I tot en met VI bestudeerd dienen te worden, alsmede uit de collegestof.
De tentamenstof voor de eindtoets en voor het herkansingstentamen bestaat uit de literatuur en de jurisprudentie die tijdens de onderwijsweken I tot en met XIII bestudeerd dienen te worden, alsmede uit de collegestof.

Literatuur

Verplicht studiemateriaal

Literatuur:

  • J.H. Nieuwenhuis, Hoofdstukken vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer, twaalfde druk, 2019.

  • Jac. Hijma & M.M. Olthof, Compendium vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer, veertiende druk, 2020.

  • D.J.G. Visser, Hoofdstukken Intellectuele Eigendom, Amsterdam: deLex 2019, tweede druk, 2019.

  • T.J. Mellema en E.J.M. Cornelissen, Hoofdstukken personen-, familie- en erfrecht, Deventer: Kluwer, meest recente druk, verwacht in november 2020.

  • Jurisprudentie en aanvullende literatuur (zie ook hieronder het kopje 'Werkboek').

  • Meest recente (niet-becommentarieerde) tekst van het Burgerlijk Wetboek.

Werkboek:

  • Werkboek Inleiding Burgerlijk Recht 2020-2021. Het Werkboek bevat ook eventuele aanvullende literatuur.

Aanmelden

De aanmelding verloopt via uSis. Voltijd eerstejaars studenten die zijn ingedeeld in een tutorgroep door het Onderwijs Informatie Centrum (OIC), worden door het OIC aangemeld.

Contact

  • Vakcoördinator: via secretariaat

  • Werkadres: Steenschuur 25, kamer B2.43 (secretariaat)

  • Bereikbaarheid: na afspraak met het secretariaat

  • Telefoon: 071 527 7400

  • E-mail: burgerlijkrecht@law.leidenuniv.nl

Instituut/afdeling

  • Instituut: Instituut voor Privaatrecht

  • Afdeling: Civiel recht

  • Sectie: Burgerlijk recht

  • Kamernummer secretariaat: B2.43

  • Openingstijden balie: maandag t/m vrijdag van 09.00-17.00 uur

  • Telefoon secretariaat: 071 527 7400

  • E-mail: burgerlijkrecht@law.leidenuniv.nl