Prospectus

nl en

Lijn Klinisch Onderwijs

Course
2008-2009

Organisatie

Het lijnonderwijs in jaar 2 bestaat uit 10 pati?demonstratiecolleges en 10 werkgroepen die elke 3 weken op dinsdag plaats vinden. De pati?demonstratiecolleges worden door de afdeling Algemene Interne Geneeskunde verzorgd, soms samen met een huisarts. Daarnaast kunnen de studenten in werkgroepverband oefenen in het oplossen van medische problemen aan de hand van een papieren pati?. Het betreft hierbij een klacht waarmee de pati? bij de huisarts komt.

Samenvatting inhoud

De belangrijkste opdracht van een arts is dat hij/zij in staat moet zijn medische problemen op te lossen. Wanneer een pati? met een klacht bij hem/haar komt, moet hij/zij de juiste diagnose kunnen stellen om het verdere diagnostische en therapeutische beleid te bepalen. Het oplossen van een pati?probleem moet op een gerichte en systematische wijze geschieden. De arts stemt daarbij zijn handelwijze af op de aard van de klacht en op de persoon van de pati? .

Het kunnen oplossen van een medisch probleem wordt ook wel beschouwd als een vaardigheid in het medisch denken. Dit is een cognitieve vaardigheid waarbij het gaat om het toepassen van de – in de lijn aangeleerde – oplosstrategie?

Echter, het oplossen van pati?enproblemen staat niet op zichzelf. De arts kan medische problemen niet oplossen zonder kennis over ziektebeelden en hun oorzaken, en evenmin zonder kennis over diagnostische hulpmiddelen en behandelingsmogelijkheden. Hierbij is het volgen van de vorderingen in het medisch onderzoek onontbeerlijk. Tenslotte moet hij/zij beschikken over goede communicatieve vaardigheden, die niet alleen van groot belang zijn voor het stellen van de juiste diagnose, maar vooral ook voor een goede arts-pati? relatie.

Zoals gezegd, het aanleren van een systematische manier van het oplossen van medische problemen vindt plaats in de lijn Klinisch Onderwijs. Elders worden soms andere termen gehanteerd, zoals Clinical Reasoning of Klinisch redeneren. In het LUMC kozen wij voor de term Medisch Probleem Oplossen.

Het onderwijs in de lijn Klinisch Onderwijs maakt – hoe kan het ook anders- gebruik van de kennis die in de onderwijsblokken wordt verworven en de klinische vaardigheden die ook in het lijnonderwijs worden aangeleerd.

Objectives/aim

De studenten leren welke vragen moeten worden gesteld en welk lichamelijk onderzoek moet worden verricht bij een aantal veel voorkomende ziektebeelden. Tevens leert de student welke vragen en welk lichamelijk onderzoek relevant zijn bij veel voorkomende klachten in de huisartspraktijk. De student is op de hoogte van de belangrijkste kenmerken en presentatiewijzen van de aan de orde komende ziektebeelden.

Content

Organisatie

Het lijnonderwijs in jaar 2 bestaat uit 10 patiëntdemonstratiecolleges en 10 werkgroepen die elke 3 weken op dinsdag plaats vinden. De patiëntdemonstratiecolleges worden door de afdeling Algemene Interne Geneeskunde verzorgd, soms samen met een huisarts. Daarnaast kunnen de studenten in werkgroepverband oefenen in het oplossen van medische problemen aan de hand van een papieren patiënt. Het betreft hierbij een klacht waarmee de patiënt bij de huisarts komt.

Samenvatting inhoud

De belangrijkste opdracht van een arts is dat hij/zij in staat moet zijn medische problemen op te lossen. Wanneer een patiënt met een klacht bij hem/haar komt, moet hij/zij de juiste diagnose kunnen stellen om het verdere diagnostische en therapeutische beleid te bepalen. Het oplossen van een patiëntprobleem moet op een gerichte en systematische wijze geschieden. De arts stemt daarbij zijn handelwijze af op de aard van de klacht en op de persoon van de patiënt .

Het kunnen oplossen van een medisch probleem wordt ook wel beschouwd als een vaardigheid in het medisch denken. Dit is een cognitieve vaardigheid waarbij het gaat om het toepassen van de – in de lijn aangeleerde – oplosstrategieën.

Echter, het oplossen van patiëntenproblemen staat niet op zichzelf. De arts kan medische problemen niet oplossen zonder kennis over ziektebeelden en hun oorzaken, en evenmin zonder kennis over diagnostische hulpmiddelen en behandelingsmogelijkheden. Hierbij is het volgen van de vorderingen in het medisch onderzoek onontbeerlijk. Tenslotte moet hij/zij beschikken over goede communicatieve vaardigheden, die niet alleen van groot belang zijn voor het stellen van de juiste diagnose, maar vooral ook voor een goede arts-patiënt relatie.

Zoals gezegd, het aanleren van een systematische manier van het oplossen van medische problemen vindt plaats in de lijn Klinisch Onderwijs. Elders worden soms andere termen gehanteerd, zoals Clinical Reasoning of Klinisch redeneren. In het LUMC kozen wij voor de term Medisch Probleem Oplossen.

Het onderwijs in de lijn Klinisch Onderwijs maakt – hoe kan het ook anders- gebruik van de kennis die in de onderwijsblokken wordt verworven en de klinische vaardigheden die ook in het lijnonderwijs worden aangeleerd.