Coordinator
Drs. A.W.M. Duijx.
Doel en inhoud
Doel
- Het verwerven van inzicht in het beroep van pedagoog of onderwijs- of opleidingskundige binnen een vooraf gekozen beroepsveld (eindterm 1.3).
- Een kritisch standpunt bepalen ten aanzien van het eigen toekomstige beroepsmatig functioneren (eindterm 1.3).
- Het geven van een aanzet tot integratie van theorie en praktijk (eindtermen 2.1 en 2.2).
Inhoud
Beginnende studenten die direct van het VWO komen, kunnen maar een beperkte notie hebben van het beroep, waarvoor zij opgeleid worden. Zij krijgen in de praktijkoriëntatie een algemeen beroepsbeeld, waarin zoveel mogelijk beroepsaspecten verwerkt zijn, zoals de verhouding tussen beleid en daadwerkelijke begeleiding van kinderen; tussen onderzoek en toepassing; tussen individueel werk en teamwerk; tussen praten en schrijven enz. Tijdens de ‘snuffelstage’ komen de studenten zowel in aanraking met activiteiten van medewerkers op HBO- als op WO-niveau.
Onderwijsvormen
Voor dit studieonderdeel zijn 4 ECTS beschikbaar. Deze worden als volgt ingevuld:
- Introductiebijeenkomst door de coördinator van de praktijkoriëntatie aangevuld met excursies naar instellingen (deelname aan de introductie én twee excursies is verplicht). Van de excursies dient een verslag gemaakt te worden.
- Concrete oriëntatie in een pedagogisch of onderwijskundig veld. Studenten doen (10-14 dagdelen) praktische ervaring op in het veld (kindertehuizen, inrichtingen, bestuursorganen, vormings- en opleidingsinstellingen, voorlichtingsbureaus, scholen, privé-praktijken etc.). Naast deze dagdelen wordt ook een interview afgenomen bij een pedagoog of onderwijs-/opleidingskundige én een interview bij een andere medewerker met een functie waarvoor een HBO-opleiding vereist is. Tijdens de concrete oriëntatie zal de student begeleid worden door een medewerker van de oriëntatie biedende instelling. De concrete oriëntatie wordt ook wel ‘snuffelstage’ genoemd. Er zijn twee mogelijkheden: 14 dagdelen of 10 dagdelen en een aanvullende opdracht.
- Verslag. Aan de hand van de richtlijnen (zie Blackboard) moet een verslag van de praktijkoriëntatie worden gemaakt. De instelling bekijkt of het verslag geen fouten of privacygevoelige informatie bevat en geeft een ‘voor gezien en akkoord-verklaring’ af. De uiteindelijke ‘voldaan’ beoordeling wordt gegeven door de coördinator van het studieonderdeel.
Tijdens de introductie zal een toelichting worden gegeven. Daarnaast is de coördinator in het eerste semester regelmatig beschikbaar voor individuele gesprekken met de studenten. Via e-mail kunnen ook afspraken gemaakt worden voor een gesprek.
Literatuur
Voor dit onderdeel hoeft geen specifieke literatuur te worden bestudeerd. Het is echter wel mogelijk dat men in het kader van de ‘snuffelstage’ enkele artikelen die betrekking hebben op de activiteiten tijdens de stage, moet bestuderen. In het verslag dient wel bij de beschrijving van bijgewoonde activiteiten expliciet verwezen te worden naar al bestudeerde wetenschappelijke literatuur uit de propedeuse.