Due to the Corona virus education methods or examination can deviate. For the latest news please check the course page in Brightspace.

Prospectus

nl en

Child Protection and Youth Care

Course
2015-2016

Toegangseisen

Studenten die in de bachelor geen inleidend vak jeugdrecht hebben gevolgd, wordt dringend aangeraden van te voren een studieboek over dit onderwerp door te nemen, met name op het gebied van de hieronder beschreven thema’s, zoals de hoofdstukken over maatregelen van kinderbescherming en jeugdzorg uit Bruning/LiefaardVlaardingerbroek, Jeugdrecht en jeugdhulp, Reed Business Education (2014) of uit Vlaardingerbroek e.a., Het hedendaagse personen- en familierecht, Kluwer (2014).

Beschrijving

Alle kinderen en jongeren hebben recht op zorg als dit noodzakelijk is voor hun problemen. Dat zal zolang dat mogelijk is op vrijwillige basis worden aangeboden als een minderjarige of zijn of haar ouders met gezag of voogd een hulpvraag heeft. Maar als ouders of voogd zelf onvoldoende in staat zijn om een kind voldoende bescherming of hulp te bieden en vrijwillige hulp niet (meer) toereikend is, dan heeft de Staat de verplichting om kinderen te beschermen door gezinsbemoeienis in gedwongen kader. Dan kan een jeugdbeschermingsmaatregel worden opgelegd, ook als de minderjarige en zijn of haar ouders of voogd dit niet willen. Bij de uitvoering van een jeugdbeschermingsmaatregel kunnen vervolgens ook vormen van zorg worden ingezet.
In het kader van jeugdbescherming kunnen ingrijpende beslissingen worden genomen. Beslissingen die, wanneer zij niet zorgvuldig tot stand komen, schendingen van fundamentele mensen- en kinderrechten kunnen opleveren, zoals het recht op (ongestoord) gezinsleven of – bij niet-ingrijpen – het recht op bescherming tegen onmenselijke en vernederende behandeling. In het vak Jeugdbescherming en Jeugdhulp komen deze spanningen tussen wel of niet gedwongen ingrijpen in het gezinsleven en andere ethische vraagstukken aan bod en worden alle betrokken actoren, de organisatie van en de wet- en regelgeving omtrent de jeugdhulp en (internationale) jeugdbescherming inclusief het procesrecht behandeld, waarbij ook aandacht is voor rechtshistorische aspecten.
In de eerste week wordt dit thema belicht vanuit internationaal mensenrechtelijk perspectief. Aan bod komt de driehoeksverhouding tussen de minderjarige, zijn of haar ouders en de Staat aan de hand van de bepalingen uit het IVRK en het EVRM. Ook worden de actoren omtrent de jeugdhulp in Nederland inzichtelijk gemaakt (zoals de Raad voor de Kinderbescherming, Gecertificeerde Instellingen, jeugdhulpaanbieders) en worden hun bevoegdheden besproken. Week 2 en 3 van dit vak zullen in het kader staan van (de organisatie van) jeugdhulp zoals geregeld in de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet. Hierbij is onder meer aandacht voor de taken en bevoegdheden van het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK: Veilig Thuis). Verder komen jeugdhulp, bezwaar en beroep tegen jeugdhulpbeslissingen, het toezicht op het jeugdhulpstelsel en het klachtrecht aan bod en zal worden ingegaan op de wisselwerking tussen de Jeugdwet en het jeugdbeschermingsstelsel. In week 4 staat het jeugdbeschermingsstelsel (de gedwongen hulpverlening) centraal. Hierbij worden de maatregelen van kinderbescherming zoals een ondertoezichtstelling met of zonder uithuisplaatsing uitvoerig behandeld en wordt ingegaan op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de regeling zoals die tot 1 januari 2015 gold, die zijn doorgevoerd Week 5 van dit vak bouwt voort op week 4 door specifiek in te gaan op de positie van uit huis geplaatste kinderen zoals kinderen in de pleegzorg, kinderen in een residentiële instelling en kinderen die verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg en de wet- en regelgeving die hierop van toepassing is. In week 4 en 5 zal de procedurele positie van de minderjarige tevens uitgebreid aandacht krijgen.
Tevens zal in het kader van dit vak een gastcollege worden verzorgd door een professional uit de jeugdbeschermingsprakijk en zal een documentaire over jeugdbeschermingszaken aanleiding vormen tot discussie.

Leerdoelen

Doel van het vak:
Het doel van het vak is u bekend te maken met de wet- en regelgeving en jurisprudentie en de juridische knelpunten in de praktijk van de jeugdhulp en jeugdbescherming, inclusief het procesrecht, waarbij de taken en bevoegdheden van de Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde Instellingen en de jeugdhulpaanbieders, de rechten van cliënten en de maatregelen van kinderbescherming vanuit de ontwikkelingen in de huidige samenleving (denk o.a. aan de discussie omtrent sneller of minder snel ingrijpen in het gezin en het centraal stellen van de eigen kracht van gezinnen) worden toegepast. Tevens is het doel om u inzicht te geven in de wijzigingen in het nieuwe jeugdhulp- en jeugdbeschermingsstelsel per 1 januari 2015 en u te leren reflecteren op deze wijzigingen en op maatschappelijke discussies en ethische dilemma’s ten aanzien van jeugdhulp en jeugdbescherming.

Eindkwalificaties (eindtermen van het vak)

Na afronding van het vak hebben studenten de volgende kwalificaties verworven:.

Kennis en inzicht

  • U heeft grondige kennis van en diepgaand inzicht in de wet- en regelgeving omtrent jeugdhulp en jeugdbescherming (IVRK, EVRM) inclusief het procesrecht en het historisch perspectief, alsmede de systematiek (waaronder de grondslagen en dragende beginselen) ervan.

  • U heeft grondige kennis van de rechtspositie van de minderjarige bij jeugdhulp- en jeugdbeschermingszaken en heeft diepgaand inzicht in mogelijkheden voor de minderjarige om voor zijn of haar rechten op te komen.

  • U heeft grondige kennis van en diepgaand inzicht in de keten van organisaties op het terrein van de jeugdbescherming en jeugdhulp.
    U heeft grondige kennis van de belangrijkste wijzigingen die per 1 januari 2015 op het terrein van jeugdhulp en jeugdbescherming in werking zijn getreden.

Toepassen kennis en inzicht

  • U bent in staat een casus op te lossen op het gebied van het opleggen van kinderbeschermingsmaatregelen en het inzetten van jeugdhulp en jeugdbescherming;

  • U bent in staat om een casus op te lossen op het gebied van bescherming van cliëntenrechten in de jeugdhulp en jeugdbescherming;

  • U bent in staat juridische vraagstukken met betrekking tot jeugdbescherming en jeugdhulp aan de hand van de jurisprudentie en huidige en toekomstige wetgeving te begrijpen, te analyseren en juridisch gefundeerd te beantwoorden.

Oordeelsvorming

  • U bent in staat kritisch te reflecteren op gangbare oplossingen en (mogelijke) toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van vraagstukken m.b.t. de wet- en regelgeving omtrent jeugdhulp en jeugdbescherming;

  • U herkent de invloed van maatschappelijke ontwikkelingen op de wet- en regelgeving op het terrein van jeugdhulp en jeugdbescherming en vice versa.

  • U herkent de ethische implicaties van kwesties op het gebied van jeugdhulp en jeugdbescherming.

  • U herkent in welke situaties wetgeving onvoldoende oplossing biedt en er hulp van experts uit andere vakgebieden nodig is.

Communicatie

  • U bent in staat om juridische kwesties op het gebied van jeugdhulp, jeugdbescherming waaronder jurisprudentie en wetgeving, voor juridische en niet-juridische lezers toegankelijk te maken.

Rooster

Kies voor bachelor en master.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges:

  • Aantal à 2 uur: 5
    Vereiste voorbereiding door studenten: de in het werkboek opgegeven literatuur

Interactieve Hoorcolleges:

  • Aantal à 2 uur: 5
    Vereiste voorbereiding door studenten: de in het werkboek opgegeven literatuur

Werkgroepen:

  • Aantal à 2 uur: 5
    Vereiste voorbereiding door studenten: zie Blackboard-omgeving

  • Excursie (onder voorbehoud)
    Aantal: 1

Toetsing

Toetsvorm(en)

  • 30% paper van 2000 – 3000 woorden (2e college week 4)
    NB onderdeel van de paper is een abstract voor de niet-juridische lezer, waarin onderwerp, vraagstelling en conclusies van de paper in max. 500 woorden worden uitgelegd.

  • 70% afsluitend schriftelijk tentamen, dat alleen mag worden gemaakt als voldaan is aan de aanwezigheidsplicht tijdens de werkcolleges.

  • Als u binnen het studiejaar niet voor alle onderdelen van het vak (evt na herkansing) een voldoende heeft behaald, verliezen eventuele voldoendes die deze heeft behaald voor onderdelen hun geldigheid. U dient dan alle onderdelen in een volgend studiejaar te herkansen.

Examenstof
Wordt tijdens de colleges bekend gemaakt.

Regeling mbt deelcijfers en –toetsen
Om het vak te halen moet voor alle onderdelen van het vak een voldoende worden behaald (zowel voor het tentamen als voor de schriftelijke opdracht). Zie voor de uitgebreide regeling met betrekking tot het herkansen van onvoldoende deelcijfers de Regeling met betrekking tot deelcijfers die te vinden is op de algemene Blackboard omgeving van de master Jeugdrecht.

Blackboard

Bij dit vak wordt gebruik gemaakt van Blackboard.

Literatuur

Verplicht studiemateriaal

  • Bruning, Liefaard en Vlaardingerbroek, Jeugdrecht en jeugdhulp, Amsterdam: Elsevier/Reed Business Education 2014.

Reader:
Reader met actuele wetenschappelijke artikelen en jurisprudentie.

Reader:
Reader met actuele wetenschappelijke artikelen en jurisprudentie

Aanbevolen studiemateriaal

  • Asser/de Boer, Personen- en Familierecht, Kluwer 2010

  • Baestiaans ea., Kleine gids pleegzorg, Kluwer 2011

Contact

  • Vakcoördinator: Mw. M.P. de Jong – de Kruijf MSc LL.M

  • Werkadres: Steenschuur 25, kamer B3.34

  • Bereikbaarheid: Per e-mail en tijdens het spreekuur (zie Blackboard)

  • Telefoon: 071 – 5271996

  • E-mail: m.p.de.jong@law.leidenuniv.nl

Instituut/afdeling

  • Instituut: Privaatrecht

  • Afdeling: Jeugdrecht

  • Kamernummer secretariaat: C.202

  • Openingstijden: balie van maandag t/m vrijdag van 09.00 uur – 13.30 uur

  • Telefoon secretariaat: 071-527 6056 / 7235

  • E-mail: jeugdrecht@law.leidenuniv.nl

Opmerkingen

Voor de werkcolleges en de interactieve hoorcolleges geldt een aanwezigheidsplicht en wordt actieve deelname verwacht. Bij vooraf bij de docent aangemelde en onvermijdelijke afwezigheid zal een vervangende opdracht moeten worden gemaakt. Van de studenten wordt actieve participatie verwacht. Dit houdt in dat de daarvoor opgegeven literatuur vooraf grondig wordt bestudeerd.