Studiegids

nl en

Organisatieverandering in de Publieke Sector (Campus Den Haag)

Vak
2009-2010

Organisatieverandering en HRM in de Publieke Sector

Organisaties die tot de publieke sector behoren, maken in Nederland sinds de jaren
tachtig ingrijpende veranderingen door. Reorganisaties zijn bij overheidsorganisaties
en onderwijs-, zorg- en welzijnsinstellingen aan de orde van de dag. Die
veranderingen voltrekken zich niet alleen op het niveau van afzonderlijke organisaties
maar ook op dat van interorganisationele verbanden en koepelorganisaties, ofwel op
het institutionele niveau. Organisatieveranderingen hebben betrekking op de structuur
en cultuur van organisaties maar ook op het regime, dat wil zeggen de wijze waarop
de leidinggevenden de uitvoerenden in het gareel proberen te houden en de manier
waarop de uitvoerenden zich opstellen jegens de leidinggevenden. Uiteraard verschillen de aard en het tempo van de doorgevoerde veranderingen van organisatie tot organisatie en van institutie tot institutie. Toch zijn er gemeenschappelijke elementen in de pogingen tot organisatievernieuwing in de
publieke sector, die onder andere naar voren komen in het gebruikte jargon; of het nu
om thuiszorginstellingen, woningcorporaties of gemeenten gaat, alle proberen ze een
‘klantvriendelijke’, ‘bedrijfsmatige’, ‘cliëntgerichte’, ‘marktconforme’ werkwijze te
realiseren en werken ze aan ‘competentiemanagement’, ‘employability’ en
‘empowerment’. Het bedrijfsleven geldt daarbij als rolmodel. De ratio van veel
reorganisaties en andere vernieuwingen in de publieke sector is de vooronderstelling
dat de toepassing van organisatie- en bedrijfskundige concepten zal leiden tot
vergroting van de doelmatigheid en doeltreffendheid. Zoals echter iedere krantenlezer
weet en zoals vele Nederlanders aan den lijve ondervonden hebben, gaan die
vernieuwingen met veel problemen gepaard en bestaat er vaak een grote discrepantie
tussen de oogmerken van allerlei ‘verbeteringen’ en de feitelijke effecten ervan.

In de cursus staan de volgende zes vragen centraal.
1. Wat zijn de drijfveren van publieke organisaties om zich te vernieuwen, wat zijn de
gestelde doelen en hoe verloopt de besluitvorming over de vernieuwing?
2. Hoe verloopt de vernieuwing, welke weerstanden doen zich voor en welke
conflicten spelen zich af?
3. Tot welke feitelijke veranderingen op het niveau van de structuur, de cultuur en het
regime van afzonderlijke organisaties en op institutioneel niveau leidt de vernieuwing?
4. Welke rol spelen machtsverhoudingen bij organisatieveranderingen?
5. Wat zijn de bedoelde en onbedoelde effecten van de pogingen tot
organisatievernieuwing?
6. Welke factoren bepalen het slagen dan wel falen van organisatievernieuwing?
In een serie werkgroepbijeenkomsten wordt theoretische en empirische literatuur over
organisatievernieuwing, met inbegrip van de machtsaspecten, besproken.
Tevens komen concrete voorbeelden van zich vernieuwende publieke organisaties
aan de orde. In drie opdrachten moeten de deelnemers zelf relevante literatuur
bespreken en aspecten van organisatievernieuwing analyseren.

Coördinator:
Dr. W.J. van Noort

Onderwijsvormen:
Seminar bijeenkomsten.

Studiemateriaal:
Christiane Demers – Organizational Change Theories: A Synthesis. SAGE-publications (ISBN 978-0-7619-2932-1)
David A. Buchanan & Richard J. Badham, Power, Politics, and Organizational Change. Winning the Turf Game. SAGE, 2008.
Daarnaast enkele artikelen (beschikbaar via blackboard)

Toetsing:
Drie opdrachten, die elk voor 33,3% het eindcijfer bepalen.

Rooster:
Dinsdag 1/9 tot en met 13/10 van 20.15-21.45u in de Campus Den Haag, Lange Houtstraat 5, zaal 403 Aula, m.u.v. 22/9: 404/405

Let op! Er kunnen nog wijzigingen optreden in dit rooster
Laatste wijziging: 26 augustus 2009