Studiegids

nl en

BLOK 5 Biologie van het Organisme / Dier

Vak 2010-2011

Coördinator:

Dr.F.Witte; f.witte@biology.leidenuniv.nl
Het examenonderdeel Biologie van het Organisme (totaal 6 EC) omvat de onderdelen Biologie van het Organisme / Dier (5 EC) en Biologie van het Organisme / Plant (1 EC).

Omschrijving:

Centraal in dit onderdeel staat de samenhang tussen structuren en processen binnen een dierlijk organisme (vakgebieden embryologie, histologie, morfologie, fysiologie). Er wordt een overzicht gegeven van de voornaamste weefseltypen, orgaanstelsels en bouwplannen bij vertebraten. Hierbij wordt niet alleen aandacht geschonken aan de vergelijkende anatomie van volwassen organismen, maar tevens aan de veranderingen in bouwplan die plaats vinden gedurende de ontogenie en fylogenie. Verandering van bouwplan en orgaanstelsels (in het bijzonder de bloedcirculatie, het urogenitale stelsel en het centrale zenuwstelsel) worden functioneel in verband gebracht met de overgang van water- naar landleven. Bij de embryologie worden de vroege stadia in de ontwikkeling van vertebraten vergeleken en de implicaties voor zwangerschap bij de mens behandeld. De anatomie van het kippenembryo wordt bestudeerd als voorbeeld van de lichaamsbouw van vertebraten. De belangrijkste processen die plaats vinden in een organisme komen bij de fysiologie aan de orde, waarbij kennis van structuren onmisbaar is. De celfysiologische processen, zoals behandeld in het eerste trimester worden bekend verondersteld. Die kennis is van belang voor een goed inzicht in het functioneren van het intacte organisme in zijn omgeving.
Een deel van de stof wordt gegeven d.m.v. Computer Ondersteund Onderwijs (COO). De embryologie- en morfologie-COO-practica zijn vooral bedoeld als hulp bij het visualiseren van structuren en processen die behandeld worden tijdens de colleges en als voorbereiding op de dissectiepractica. Verder wordt in een drietal COO-practica de fysiologie van de mens behandeld (Dynamic Human), en in twee COO-practica in detail de nier- en spierfysiologie. Bij de colleges (en de eindtoets) wordt ervan uitgegaan dat de COO-practica zijn bestudeerd.
Tijdens de dissectiepractica worden anatomische aspecten van kippenembryo’s, doornhaaien, karpers en runderharten bestudeerd. Voor studenten met serieuze gewetensbezwaren tegen de dissectieonderdelen van het practicum bestaat de mogelijkheid een alternatief programma te volgen. Degenen die een alternatief programma hebben gevolgd, moeten er rekening mee houden dat een aantal latere studieonderdelen, zoals de cursus Zoölogie en Ontwikkelingsbiologie, voor hen niet toegankelijk zijn.

Onderwijsvormen:

Hoorcolleges (embryologie, morfologie, fysiologie), COO (computer ondersteund onderwijs)-practica vertebraten, dissectiepracticum vertebraten.

Studiemateriaal:

Campbell, Reece “Biology”, 8-th edition, Addison Wesley; CD-rom Dynamic Human; CD-rom Virtual Zoology; syllabi: Diermorfologie, Dierfysiologie, Embryologie

Toetsing:

Diverse practicumtoetsen en een tentamen

Doelstelling:

Inzicht krijgen in samenhang tussen structuren en processen binnen dierlijk organismen