Studiegids

nl en

Taal en identiteit: schrijversprofiel, taalkenmerken en taalverandering

Vak 2014-2015

Toegangseisen

Een BA-diploma Nederlandse taal en cultuur of een vergelijkbaar diploma; ook mogelijk (bezig met) research-MA Linguistics

Beschrijving

Spreken is zilver, schrijven is goud. Begeerd goud in een samenleving met analfabeten en semi-alfabeten die voor schriftelijke communicatie een beroep op anderen moesten doen. In de zeventiende en achttiende eeuw konden dat meer schrijfvaardige personen in de naaste omgeving zijn (sociale scribenten), of professionele schrijvers die tegen een vergoeding brieven opstelden. Het schrijven van persoonlijke brieven ‘in de naam van’ roept interessante, nog niet eerder onderzochte vragen op. Namen sociale of professionele scribenten als het ware de identiteit van de afzender aan of schreven zij in hun eigen stijl? Zijn er typische kenmerken te vinden voor niet-autografen en op welk taalniveau? Vertonen ze meer of minder dialectkenmerken dan autografen? Wat verandert er op dit vlak door de tijd heen? Deze en andere kwesties zijn te onderzoeken bij scribenten die zowel voor anderen als voor zichzelf brieven schreven. Ook kunnen we corpora vastgestelde autografen en niet-autografen met elkaar te vergelijken (beschikbaar op brievenalsbuit.inl.nl en ander materiaal). We houden ons bezig met intrigerende vragen rond het onderscheid tussen autografen en niet autografen, een onderscheid dat voor de historische sociolinguistiek cruciaal is.
Bij het eindwerkstuk (zie onder leerdoelen) is er ruimte om naar keus zowel op linguïstische als cultuur-historische aspecten in te gaan.

Leerdoelen

  • Je maakt allereerst via de vakliteratuur kennis met actuele historisch-sociolinguistische vraagstukken en de “language history from below”-benadering.
  • Je leert corpusonderzoek te verrichten met geavanceerde hulpmiddelen en analyseert opmerkelijke taalverschijnselen.
  • Je krijgt zicht op de schrijfpraktijk, op het taalgebruik van het verleden en op taalverandering aan de hand van sociaal uiterst divers brievenmateriaal.
  • Je doet ervaring op met het hanteren van relevante onderzoeksmethoden en met het mondeling en schriftelijk rapporten over onderzoeksresultaten.
  • Je bent in staat om voor de eindopdracht een specifieke probleemstelling te formuleren en een beperkt eigen corpus als onderzoeksmateriaal samen te stellen en te onderzoeken.

Rooster

Het rooster is vanaf 1 juni beschikbaar via de website

Onderwijsvorm

  • Werkcollege

Studielast

Totale studielast 280 uur, waarvan

  • college-uren: 26
  • bestuderen literatuur, kleine opdrachten, voorbereiding referaten: 114 uur
  • opzet en uitvoering onderzoek & schrijven afsluitende nota: 140 uur

Toetsing

Afsluitend werkstuk (70%), presentaties en participatie in de werkgroep (30%).

Herkansing
In het geval van een onvoldoende (lager daan een 5,5) kan het werkstuk herkanst worden.

Blackboard

Voor praktische informatie en literatuurverwijzingen.

Literatuur

Ter orientatie vooraf te lezen:
Marijke van der Wal & Gijsbert Rutten (2013), ‘Variatie, conventies en verandering: zeventiende- en achttiende-eeuwse buitgemaakte brieven onder de loep’, Internationale Neerlandistiek 51, 122-138.

Nobels, Judith & Marijke van der Wal. 2009.‘Tackling the Writer-Sender Problem: the newly developed Leiden Identification Procedure (LIP)’. Internet Journal Historical Sociolinguistics and Sociohistorical Linguistics 9. See: http://www.let.leidenuniv.nl/hsl_shl/Nobels-Wal.html.
De verdere literatuur wordt nader bekend gemaakt bij de aanvang van het college.

Aanmelden

Eerstejaars studenten worden aan het begin van het jaar in werkgroepen ingedeeld. Voor reguliere hogerejaars bachelor- en masterstudenten geldt dat zij verplicht zijn zich tijdig in te schrijven via uSis voor de hoorcolleges en de werkgroepen. Voor alle andere studenten geldt dat de inschrijving verloopt via de studiecoördinator:

Contact

Voor inhoudelijk vragen omtrent deze cursus kun je contact opnemen met
Naam docent(en): prof.dr. M.J. van der Wal. M.J. van der Wal

Voor praktische vragen kun je je wenden tot het secretariaat van de Opleiding Nederlandse taal en cultuur/neerlandistiek. Dit valt onder de Onderwijsadministratie P.N. van Eyckhof 4, kamer 101A. Tel. 071 5272 2604. Het e-mail adres is:

Opmerkingen

Deze werkgroep maakt deel uit van het Specialisatietraject Andere taalgeschiedenis en staat ook open voor MA-studenten Oudere Letterkunde, voor MA-studenten Nederlandkunde en voor studenten die de Researchmaster Linguistics volgen.
Het is een onderzoeksgroep waarin taalkundig en meer cultuur-historisch geïnteresseerden vruchtbaar kunnen samenwerken.