Studiegids

nl en

Van Columbus tot Castro. Geschiedenis van het Caraïbisch Gebied

Vak 2016-2017

Toegangseisen

Geen

Beschrijving

Het college biedt een introductie tot de geschiedenis van het Caraïbisch gebied. Aan de hand van de thema’s handel, migratie, etniciteit en dekolonisatie zal een overzicht worden gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen in de afgelopen vijf eeuwen. Daarbij zal onder andere worden ingegaan op verschijnselen als handelsnetwerken en plantagekoloniën, slavernij, slavenhandel en contractarbeid, ras, klasse en etniciteit, en natievorming en onafhankelijkheid. Er zal aandacht zijn voor de Spaanstalige, Franstalige, Engelstalige en Nederlandstalige Caraïben.

Vier colleges over de vroegmoderne Caraïben (Fatah-Black)
De catastrofale gevolgen van de ontmoeting tussen de Europeanen en de inheemse bevolking betekende op de eilanden vrijwel het einde van de oorspronkelijke samenlevingen. Op het vasteland rond de Caraïbische zee hielden deze samenlevingen echter stand en ontwikkelde zich een handel in verfstoffen, tropische producten en edelmetalen. In de verbeelding van de Europeanen was de ‘nieuwe wereld’ een gebied dat beantwoordde aan mythen en profetieën over verloren gewaande stammen van Israël, gevluchte bisschoppen en het einde der tijden. Handel, vestiging en bekering gingen in deze periode hand in hand en er werd een geregelde uitwisseling van goederen op gang gebracht. Vanaf de zeventiende eeuw nam ook de Noord-Europese activiteit in het gebied toe. Door de crisis binnen het Portugees-Spaanse Rijk werd het voor Britten, Fransen en Nederlanders mogelijk om handel te drijven en volksplantingen te stichten. Dit had een ongeregeld karakter en bestond vaak uit roof en plundering van elkaars bezittingen. De ‘suikerrevolutie’ verhoogde de inzet om plantagekoloniën en handelsroutes in handen te krijgen. Begin achttiende eeuw keerde de rust enigszins terug op het internationale strijdtoneel. Het geweld verplaatste zich naar de plantages, waar de snel groeiende slavenhandel een indrukwekkend productiesysteem mogelijk maakte. De menselijke prijs voor deze expansie was ontzagwekkend. De mensen die als slaven op de plantages werden gehouden, verzetten zich aan het eind van de achttiende eeuw in toenemende mate. Een van de vormen van verzet die het Caraïbisch gebied getekend heeft, is marronage: vluchten van plantages om buiten het plantagegebied autonome samenlevingen te vestigen.

In het eerste college wordt ingegaan op de eerste ontmoetingen tussen Europeanen en inheemsen in het Caraibisch gebied en de beeldvorming over het gebied en de ontwikkeling van de handel en kolonisatie in de zestiende eeuw. Het tweede college staat in het teken van de Noord-Europese invasie van de zeventiende eeuw en de ‘suikerrevolutie’ in het Caraïbisch gebied. In het derde college wordt ingezoomd op plantagesamenlevingen en de handelsknooppunten in de Caraïben. Het vierde college zal in het teken staan van marronage.

Vier colleges over migratie en etniciteit (Oostindie)
Migratie is het centrale begrip in de Caraïbische geschiedenis. Een direct gevolg daarvan is de grote etnische heterogeniteit die het gebied tot op heden karakteriseert. Gelijktijdig met, maar vooral na het ‘verdwijnen’ van de Indiaanse bevolking, werden de koloniën opnieuw bevolkt. In wisselende getalsverhoudingen werden Europeanen, Afrikanen en Aziaten de nieuwe bewoners van de Caraïben. ‘Ras’, kleur, juridische status, klasse, prestige en culturele habitus werden alle bepaald door de per kolonie verschillende patronen van deze herbevolking. In sommige koloniën bleven de verschillende etnische groepen nog lang sterk gescheiden, in andere was al snel sprake van vermenging. Dit alles had grote consequenties voor vrijwel alle dimensies van het maatschappelijk leven.

In het eerste college wordt besproken hoe uiteenlopende migratiegolven resulteerden in een sterke etnische heterogeniteit binnen en tussen de Caraïbische koloniën. Besproken wordt welke invloed de Europese kolonisatoren hadden, welk ‘Afrika’ en welk ‘Azië’ in de Caraïben (her)wortelde, en hoe ‘ras’, kleur, klasse en status zich verhielden. In het tweede college wordt gesproken over het ontstaan van nieuwe, creoolse culturen. Aan de hand van het begrip ‘creolisering’ wordt gesproken over de ontwikkeling van unieke Caraïbische talen, religies, verwantschapspatronen en muzikale en orale tradities. In het derde college worden de gevolgen besproken van de migratie binnen de Caraïben en vooral de emigratie naar West-Europa en Noord-Amerika. In het vierde college staat de relatie tussen etniciteit en natievorming centraal.

Vier colleges over dekolonisatie (Meel)
De dekolonisatie van het Caraïbisch gebied kent een geschiedenis van ruim twee eeuwen en geldt nog altijd als onvoltooid. Het dekolonisatieproces startte in 1804 met een slavenrevolutie, waarmee Haïti zich vrijmaakte van Frankrijk. De stichting van deze ‘eerste zwarte republiek’ – die vooral een sociale revolutie impliceerde – werd in de 19e eeuw gevolgd door de niet minder gewelddadige losmaking van de Dominicaanse Republiek en Cuba van Spanje. De meeste Caraïbische landen verkregen hun (in de regel vreedzaam overeengekomen) onafhankelijkheid echter na de Tweede Wereldoorlog, te beginnen bij Jamaica en Trinidad & Tobago in 1962. Het laatste Caraïbische land dat zichzelf tot een onafhankelijke staat constitueerde, was St. Kitts and Nevis in 1983. Sindsdien is in het Caraïbisch gebied het denken over dekolonisatie steeds meer beïnvloed door de wisselende ervaringen die werden opgedaan met onafhankelijkheid en de discussies over en ontwikkelingen richting globalisering. In dit verband kan de vraag worden gesteld of dekolonisatie en globalisering tegengestelde dan wel elkaar versterkende en complementaire processen zijn.

In het eerste college zal worden ingegaan op de typen dekolonisatie die in het Caraïbisch gebied kunnen worden onderscheiden. De aandacht zal daarbij uitgaan naar de politieke, sociaal-economische en culturele aspecten van dekolonisatie, meer in het bijzonder naar de gehanteerde staatkundige modellen en de obstakels waarmee landen worstelden in hun streven naar natievorming in de periode volgend op de formele beëindiging van de koloniale verhoudingen. Het tweede college richt zich op Haïti. Hierin zal de onafhankelijkheidswording centraal staan, maar ook de doorwerking van de ontwikkelingen die toen in gang werden gezet, in het bijzonder onder de Duvalier-dynastie. Het derde college behandelt de stadia van ‘vrijmaking’ die Cuba doorliep, beginnend bij de 19e-eeuwse onafhankelijkheidsoorlogen en eindigend bij het Castro-regime dat sinds 1959 de politieke koers op het eiland heeft bepaald. Het vierde college zal gewijd zijn aan de dekolonisatie van Suriname. Daarbij zal in het bijzonder worden ingegaan op de achtergronden van de soevereiniteitsoverdracht en op de relaties die Suriname sinds 1975 met Nederland heeft onderhouden.

Leerdoelen

Algemene Leerdoelen

  1. De student kan relatief grote hoeveelheden informatie organiseren en verwerken.
  2. De student kan kritisch reflecteren op kennis en inzichten uit vakwetenschappelijke literatuur.

Leerdoelen, specifiek voor de afstudeerrichting

  1. De student heeft kennis opgedaan van de afstudeerrichting(en) waartoe het BA-Hoorcollege behoort; bij de afstudeerrichting Algemene Geschiedenis voor de plaatsing van de Europese geschiedenis van na 1500 in een mondiaal perspectief; in het bijzonder de ontwikkeling en rol van politieke instituties; bij de track Geschiedenis van de Europese Expansie en globalisering; voor het ontstaan van wereldomvattende netwerken die een steeds intensievere circulatie van mensen, dieren, gewassen, goederen en ideeën bewerkstelligen, en de centrale rol van de Europese expansie daarin vanaf circa 1500.

Leerdoelen, specifiek voor dit BA-Hoorcollege

  1. De student heeft kennis opgedaan van de hoofdlijnen van de Caraïbische geschiedenis vanaf 1500;
  2. De student heeft inzicht verworven in de hierbij behorende concepten;
  3. De student kan hedendaagse ontwikkelingen in het Caraïbisch gebied plaatsen in een historisch perspectief.

Rooster

Zie Rooster Geschiedenis

Onderwijsvorm

  • Hoorcollege

Studielast

Totale studielast 5 EC x 28 uur = 140 uur

  • Bijwonen college: 24 uur
  • Voorbereiden college: 36 uur
  • Voorbereiding voor toetsing: 76 uur
  • Toetsing: 4 uur

Toetsing

Alle leerdoelen van het BA-Hoorcollege worden getoetst door middel van twee deeltoetsen:
Deeltoets 1: schriftelijk tentamen
Deeltoets 2: schriftelijk tentamen

Weging

Deeltoets 1: 50%
Deeltoets 2: 50%

Het eindcijfer voor de cursus komt tot stand door bepaling van het gewogen gemiddelde op basis van twee deelcijfers.

Herkansing

  • De herkansing vindt plaats op één tentamenmoment, waarop beide deeltoetsen worden aangeboden. Voor het hertentamen is drie uur gereserveerd zodat, indien nodig, beide toetsen kunnen worden afgelegd.
  • Aan het hertentamen kan alleen worden deelgenomen indien het eindcijfer onvoldoende is.

Blackboard

Blackboard wordt gebruikt voor het beschikbaar stellen van de PowerPoint sheets die bij de colleges worden gebruikt.

Literatuur

B.W. Higman, A Concise History of the Caribbean. Cambridge: Cambridge University Press, 2011. 347p.

Daarnaast zullen de docenten aanvullende literatuur opgeven die online te raadplegen is.

Studenten dienen het boek van Higman ruim vóór aanvang van het college te hebben aangeschaft. Delen uit dit boek zullen steeds voorafgaande aan het college moeten worden bestudeerd.

Aanmelden

Inschrijven via uSis is verplicht.

Aanmelden Studeren à la carte en Contractonderwijs

Informatie voor belangstellenden die deze cursus in het kader van Studeren à la carte willen volgen (zonder tentamen), oa. over kosten, inschrijving en voorwaarden.

Informatie voor belangstellenden die deze cursus in het kader van Contractonderwijs willen volgen (met tentamen), oa. over kosten, inschrijving en voorwaarden.

Contact

Dr. K.J. Fatah-Black
Prof. dr. G.J. Oostindie
Dr. P.J.J. Meel

Opmerkingen