Studiegids

nl en

Stage Forensische Gezinspedagogiek

Vak
2023-2024

Ingangseisen

Studenten dienen ingeschreven te staan voor de Masterspecialisatie Forensische Gezinspedagogiek. Aanbevolen wordt de vakken (1) Forensische gezinspedagogiek: ontwikkelingspsychopathologie en diagnostiek en (2) Preventie, family mediation en behandeling in de forensische context voorafgaand aan of gelijktijdig met de stage te volgen.

Vakbeschrijving

Studenten gaan zelf op zoek naar een stage. Dit kunnen drie verschillende soorten stages zijn: een klinische praktijkstage, een praktijkstage of een onderzoeksstage.

De klinische praktijkstage
De klinische praktijkstage van de Masterspecialisatie Forensische Gezinspedagogiek biedt studenten een uitgelezen kans kennis te maken met de manier waarop in een forensische context met jeugdigen en gezinnen wordt gewerkt.
Studenten komen in aanraking met verschillende benaderingen en methodieken binnen de forensische gezinspedagogiek (waaronder de benodigde klinische vaardigheden voor diagnostiek en behandeling).

De stageactiviteiten hebben betrekking op het werk van de pedagoog in de forensische en/of gezinssetting, op het snijvlak van opvoeding, recht, preventie en behandeling. In de stage staan de werkzaamheden op de gebieden diagnostiek, indicatiestelling en/of behandeling in een forensische en/of gezinscontext centraal. Een voorwaarde voor de stage voor deze masterspecialisatie specifiek is dat er voldoende aandacht is voor het gezin.
Sommige stages richten zich specifiek op diagnostiek en indicatiestelling, andere stages meer op behandeling of het aansturen van een team als gedragswetenschappermaar een combinatie is ook mogelijk.

Indien op de stageplek verklarende diagnostiek wordt uitgevoerd, bestaat de mogelijkheid om in aanvulling op de stage ook de NVO Basisaantekening Diagnostiek te behalen. Raadpleeg voor gedetailleerde informatie hierover de Wegwijzer Masterstage. Ook op Brightspace is extra informatie te vinden specifiek voor de masterspecialisatie Forensische gezinspedagogiek.

De stageactiviteiten kunnen diverse gebieden betreffen, zoals:

  • Intake, indicatiestelling en (gezins)diagnostiek (waar mogelijk alle stappen binnen de diagnostische cyclus)

  • Training in en uitvoering van diverse vormen van (forensische) gezinsinterventies en bemiddeling

  • Hulpverleningsplanning en teambegeleiding

  • Ontvangen van supervisie, deelname aan intervisie en deskundigheidsbevordering

  • Beleid.

Een praktijkstage is een externe stage waarin de student kennismaakt met het werk in een specifieke forensisch-pedagogische context. De stageactiviteiten zijn gericht op het werk van een forensisch gezinspedagoog, maar kenmerken zich niet door een expliciet klinisch karakter. De student richt zich vooral op training en beleidsmatige activiteiten. Er is in deze stage over het algemeen geen sprake van het direct of indirect diagnosticeren of behandelen van cliënten.

Een onderzoeksstage binnen de Masterspecialisatie Forensische Gezinspedagogiek biedt de student de mogelijkheid bekend te raken met onderzoeksactiviteiten op het gebied van forensische gezinspedagogiek. In de stage wordt de nadruk gelegd op het uitvoeren van verschillende onderzoeksactiviteiten zoals het werven van proefpersonen, het onder supervisie verzamelen en coderen van onderzoeksdata (in het lab, thuis, in de kliniek) en het analyseren van data. Onderzoeksstages worden soms aangeboden in combinatie met een masterproject. De onderzoeksstage kan binnen de universiteit worden vormgegeven, maar er kan ook stage worden gelopen bij een externe organisatie.

NVO-registraties

NVO Basis Orthopedagoog

Voor studenten die zich willen kwalificeren voor de NVO-registratie Basis Orthopedagoog geldt dat zij een klinische praktijkstage moeten lopen. Bovendien moeten zij ook op Bachelorniveau aan de eisen van de NVO voldoen. Studenten die zich niet willen kwalificeren voor deze NVO-registratie kunnen ook een praktijk- of een onderzoeksstage lopen. Dit kan leiden tot een registratie als NVO Basis Pedagoog.

NVO Basisaantekening Diagnostiek

Tijdens een klinische stage is het mogelijk de Basisaantekening Diagnostiek (BaD) te behalen. Voor alle duidelijkheid wijzen wij erop dat het behalen van deze aantekening geen deel uitmaakt van het verplichte curriculum van de Masteropleiding Education and Child Studies; het is dus ook geen verplicht onderdeel van het Masterexamen. Daarbij is het goed te bedenken dat het behalen van de BaD vrijwel altijd zal leiden tot een verlenging van de stage en daarmee van de duur van de Masteropleiding. Het is aan de student om daarvoor te kiezen. Wanneer een student de BaD te behalen in stage betekent dit dat een aanzienlijk deel van de stage-uren aan diagnostiek en aan het schrijven van de casussen moet worden besteed.
De BaD is geen voorwaarde om af te kunnen studeren als orthopedagoog.

Studenten Forensische Gezinspedagogiek mogen beginnen aan hun casussen als zij hebben deelgenomen aan het tentamen en de casus hebben geschreven van het vak Forensische gezinspedagogiek: ontwikkelingspsychopathologie en diagnostiek. Tijdens dit vak verrichten zij al één ‘papieren’ casus.

Als studenten zich tijdens Masteropleiding willen kwalificeren voor de NVO-registratie Basisaantekening Diagnostiek dan kan dat alleen als zij in hun klinische stage twee ‘live’ casussen verrichten. De papieren casus telt na het afstuderen uitsluitend mee voor de Basisaantekening Diagnostiek in combinatie met twee voldoende live casussen die eveneens tijdens de Masteropleiding zijn behaald. Daarna vervalt de geldigheid van de papieren casus voor de NVO-registratie Basisaantekening Diagnostiek. Voordat de student kan starten met de twee live casussen, dient de student eerst 200 uur gevarieerde ervaring op te doen met verklarende diagnostiek wat wordt vastgelegd in een logboek.

Voor alle informatie over en de procedure voor het behalen van de Basisaantekening Diagnostiek verwijzen we naar de wegwijzer voor masterstage studenten FGP op de Brightspace-pagina van de Masterstages. Lees deze nauwkeurig door.

Leerdoelen

De algemene leerdoelen van de stage zijn:
1. Het integreren van eerder in de opleiding aangeleerde kennis en vaardigheden met de (onderzoeks)praktijk, met name in realistische werksituaties
2. Het verwerven van verdere relevante kennis en vaardigheden en inzicht in praktische situaties in het werkveld
3. Intensief kennismaken met een onderzoeks- of pedagogisch werkveld
4. Leren zelfstandig en verantwoordelijk te functioneren in een organisatie (professionele houding)
5. Zicht krijgen op de eigen mogelijkheden en beperkingen in professionele situaties.

Onderwijsvorm

De stage omvat minimaal 560 uur en wordt gedurende een periode van vier tot acht achtereenvolgende maanden uitgevoerd. Een deel hiervan is bestemd voor de verplichte stagebijeenkomsten, de voorbereiding van de bijbehorende opdrachten en het schrijven van de stageverslagen ten behoeve van de stagebeoordeling. De stagebijeenkomsten worden door de stagedocent gepland en kunnen op iedere werkdag plaatsvinden. Het is hierin niet mogelijk om een voorkeur aan te geven voor wanneer de stagegroepen gevolgd worden of bij welke docent de student ingedeeld wordt. De overige uren dienen te worden vastgelegd in het stagecontract en ook te worden bijgehouden in een logboek.

Er zijn in totaal vijf stagebijeenkomsten. Hiervoor geldt een aanwezigheidsplicht. Er mag maximaal één bijeenkomst gemist worden. Afwezigheid moet vooraf per mail gemeld worden bij de stagedocent. Ter vervanging van de gemiste bijeenkomst moet de student een vervangende opdracht inleveren. Als meer dan één stagebijeenkomst wordt gemist, kunnen de leerdoelen van het vak niet behaald worden en kan de stage niet worden afgesloten.

Toetsvorm

Tussentijdse evaluatie

Halverwege je stage vindt een tussentijdse evaluatie plaats. Het doel van de tussentijdse evaluatie is na te gaan hoe ver je bent met het behalen van je persoonlijke leerdoelen en vaststellen of er aanpassingen nodig zijn in de werkzaamheden die je doet. Eventuele knelpunten komen aan de orde en er wordt gezamenlijk gezocht naar een oplossing of volgende stap in je leerproces.

In de Wegwijzer Masterstage staan richtlijnen voor het maken van een tussentijds reflectieverslag ten behoeve van de tussentijdse evaluatie. Daarnaast vult je stagebegeleider een tussentijds beoordelingsformulier in (zie Wegwijzer).

De evaluatiegesprekken vinden in principe online plaats. In geval van problemen bij het lopen van stage kan er in onderling overleg worden besloten om de evaluatie op locatie te plannen.

Eindbeoordeling

Aan het einde van je stageperiode bepaalt de stagedocent het eindcijfer. Dit cijfer is gebaseerd op:
1. Het beoordelingsadvies van de stagebegeleider
2. De kwaliteit van de door de student ingeleverde opdrachten en de participatie in stagebijeenkomsten
3. De kwaliteit van het stageverslag en/of eindproduct.

Beoordelingsformulieren staan in de Wegwijzer. De beoordeling wordt besproken met de student tijdens het eindgesprek.

Brightspace

Tijdens de cursus wordt gebruik gemaakt van Brightspace.

Literatuur

Afhankelijk van de stage.

Inschrijven voor vakken

Aanmelden voor de stage is verplicht. Studenten kunnen hiervoor contact opnemen met het Stagebureau Pedagogische Wetenschappen

Contactpersoon

Coördinator van de Stage Forensische Gezinspedagogiek is Jeanine Baartmans

Met algemene vragen over de stage kun je terecht bij het Stagebureau Pedagogische Wetenschappen