Studiegids

nl en

Duitse taal en cultuur

De bachelor Duits taal en cultuur omvat een driejarige opleiding. Naast de intensieve taalverwerving besteedt de opleiding aandacht aan de letterkunde, de taalkunde en de cultuurwetenschappelijke kanten van Duitsland en het Duitse taalgebied. Taal- en letterkunde worden bestudeerd vanuit een breed cultuurwetenschappelijk perspectief, waarin onder andere politiek, film, economie en geschiedenis aan bod komen.
Het eerste jaar bestaat geheel uit verplichte vakken. In je tweede jaar ga je een half jaar naar een buitenlandse universiteit en specialiseer je je in een taal- of letterkundig dan wel in een cultuurwetenschappelijk onderwerp. In het derde jaar is er ruimte (30 ec) voor het volgen van een minor.

Eerste jaar

Voor de gehele propedeuse wordt extra onderwijstijd geprogrammeerd voor 4 uur voor de introductiedag, en 20 uur voor het facultaire mentoraat.

Vak EC Semester 1 Semester 2

Eerste semester

Die deutsche Sprache: Fundament I 10
Kerncurriculum: Inleiding Literatuurwetenschap 5
Kerncurriculum: Inleiding Taalwetenschap 5
Krise und Kritik: Literatur von 1914 bis 2015 5
Deutschland in Bildern 5

Facultair mentoraat

BA1 Mentoraat Duitse taal en cultuur

Tweede semester

Die deutsche Sprache: Fundament II 5
Die Erfindung der deutschen Kultur: Literatur von 1700 bis 1914 5
Das Eigene und das Andere: Kulturen, Medien und Identität 10
Must reads: Leseliste ab 1700 5
Das germanische Sandwich: Deutsch, Niederländisch und Englisch 5

Facultair mentoraat

BA1 Mentoraat Duitse taal en cultuur

Tweede jaar

Vak EC Semester 1 Semester 2

Eerste semester

Die deutsche Sprache: Vertiefung 10
European Cultural Memory of World War I & II 5
Geschichte und Erinnerung in Deutschland 5
Sprache von gestern und heute 5
Kerncurriculum: Wetenschapsfilosofie 5

Tweede semester

Die Erfindung der deutschen Kultur: Literatur von 1700 bis 1914 5
Verplicht buitenlandverblijf 25

Derde jaar

Vak EC Semester 1 Semester 2

Eerste semester

Kies één Akzentprüfung (gebonden keuze):

Akzentprüfung deutsche Sprachwissenschaft 5
Akzentprüfung ältere deutsche Literatur- und Kulturwissenschaft 5
Akzentprüfung neuere deutsche Literatur- und Kulturwissenschaft 5
Verplicht buitenlandverblijf 25
Die Wissenschaft der Wörter 5/10
Lob und Veriss. Literaturkritisches Schreiben vom 19. bis zum 21. Jahrhundert 5/10
Einführung in die Korpuslinguistik 5/10

Tweede semester

Erzählungen der deutschen Romantik 5/10
Universalien und Rarissima 5/10
Jenseits der Menschenwelt? Natur, Kultur und Sprache in den Filmen Werner Herzogs 5/10

Als onderdeel van het BA-eindwerkstuk volgt de student het BA-scriptieseminar

BA-scriptieseminar Duitse taal en cultuur 0
BA-eindwerkstuk Duitse taal en cultuur 10

Meer info

Bachelor eindtermen
Bindend Studieadvies
Het programma
Keuzeruimte
BA-eindwerkstuk en afstudeereisen
Specialisaties
Aansluitende programma’s
Compensatieregeling

2019-2020

Eindtermen van de opleiding

Afgestudeerden van de opleiding hebben de onderstaande eindkwalificaties bereikt, gerangschikt volgens de Dublin-descriptoren:

a) Kennis en inzicht i. een globaal inzicht in de historische ontwikkelingen van en de actuele verschijnselen betreffende de Duitse taal, literatuur en cultuur; ii. kennis van en inzicht in een beperkt, maar representatief corpus van primaire, respectievelijk secundaire bronnen uit elk van de participerende disciplines; iii. globale kennis van en inzicht in relevante theorieën en methodes uit de participerende disciplines (literatuurwetenschap, taalwetenschap en cultuurwetenschap) iv. kennis van en inzicht in maatschappelijke en culturele processen binnen het Duitse taalgebied waarin bovengenoemde teksten en theorieën een rol spelen; v. culturele processen in het Duitse taalgebied vanuit een Nederlandse optiek begrijpen en analyseren (interculturele competentie), voor zover deze in taal worden gerepresenteerd;

b) Toepassen kennis en inzicht i. het vermogen om daarbij, uitgaande van een concrete probleemstelling, bestaande onderzoeksresultaten uit de verschillende disciplines bibliografisch op te sporen, te analyseren en hergroeperen, waarbij gebruik gemaakt wordt van verworven elementaire inzichten in de verschillende methodes;

c) Oordeelsvorming i. de mogelijkheden om met behulp van theoretische inzichten de subdisciplines aan elkaar te relateren t.b.v. een bescheiden en gerichte vraagstelling; ii. het vermogen om zelfstandig niet-complexe onderzoeksvragen te formuleren en deze daarna zelfstandig op systematische wijze uit te werken;

d) Communicatie i. het vermogen om de verworven kennis en opgedane inzichten voor een algemeen en/of wetenschappelijk publiek in het Duits weer te geven; ii. een taalvaardigheid Duits op het volgende niveau, in termen van het Europees Referentiekader Taalvaardigheid (CEFR):

Propedeuse - Luisteren: B2 - Lezen: C1 - Gesproken interactie: B2 - Gesproken productie: B2 - Schrijven: B2

Bachelor - Luisteren: C2 - Lezen: C2 - Gesproken interactie: C1 - Gesproken productie: C1 - Schrijven: C1

I. Dit betekent op het gebied van de literatuurwetenschap dat alle afgestudeerden:

i. op een elementair wetenschappelijk niveau in staat zijn een geschreven tekst op een literatuurwetenschappelijke manier te analyseren en hiervan op een wetenschappelijke of populairwetenschappelijke manier verslag te doen; ii. de zeggingskracht van een literaire tekst in aanzet kunnen bepalen in een netwerk van gelijk- en andersoortige teksten en hiervan verslag kunnen doen; iii. kennis hebben van en inzicht hebben in een beperkt, maar representatief corpus van primaire teksten, beginnend bij de 21ste eeuw en teruggaand tot de 8e eeuw.

II. Dit betekent op het gebied van de taalwetenschap dat alle afgestudeerden:

i. op een elementair wetenschappelijk niveau in staat zijn gesproken of geschreven taaluitingen op een taalwetenschappelijke manier te analyseren en hiervan op een wetenschappelijke of populairwetenschappelijke manier verslag te doen; ii. globale kennis van en inzicht in verschillende elementaire disciplines binnen de taalkunde hebben.

III. Dit betekent op het gebied van de cultuurwetenschap dat alle afgestudeerden:

i. primaire bronnen in aanzet kunnen plaatsen in de Duitse culturele context en hiervan op een cultuurwetenschappelijk verantwoorde manier verslag kunnen doen; ii. beschikken over een in aanzet gedifferentieerde kennis van en inzicht in culturele verschillen tussen Nederland en de Duitstalige gebieden (interculturele competentie).

Voorts leidt elke Leidse geesteswetenschappelijke opleiding op tot facultair geformuleerde algemene academische vaardigheden. Deze hebben betrekking op de Dublin descriptoren Oordeelsvorming, Communicatie en Leervaardigheden en zijn opgenomen in de facultaire eindtermen.

Bindend studieadvies (BSA)

Voor meer informatie over de BSA-regeling en het bijbehorende studiebegeleidingsplan, zie: www.organisatiegids.universiteitleiden.nl/reglementen/algemeen/regeling-bindend-studieadvies

Het programma

Het studieprogramma is ingedeeld in drie fases: propedeuse (jaar 1), verdieping (jaar 2) en specialisatie (jaar 3). Alle studenten volgen tegelijkertijd vier leerlijnen: een literatuur- en cultuurwetenschappelijke, een taalwetenschappelijke en een leerlijn gericht op taalvaardigheid, plus een leerlijn academische vaardigheden.

Leerlijn literatuur- en cultuurwetenschap

In het eerste jaar wordt een solide inhoudelijke basis gelegd door middel van zes vakken:

  • Krise und Kritik: Literatur von 1914 bis 2015

  • Die Erfindung der deutschen Kultur: Literatur von 1700 bis 1914

  • Kämpfen, beten, schreiben: Literatur von 750 bis 1700

  • Das Eigene und das Andere: Kulturen, Medien und Identität

  • Deutschland in Bildern

  • Must reads: Leseliste ab 1700

  • Kerncurriculum: Inleiding literatuurwetenschap

De opleiding volgt het principe ‘van heden naar verleden’ en introduceert de Duitse literatuur teruglopend in de tijd, van het heden tot in de vroege middeleeuwen. Het vak Das Eigene und das Andere heeft een kernpositie binnen het eerste jaar, want het behandelt het centrale onderwerp van het ontstaan en de ontwikkeling van culturele, sociale en politieke identiteiten. De contrastieve benadering—Duitsland door Nederlandse ogen—neemt hierbij een belangrijke plaats in.

In het tweede jaar worden de eerder opgedane vaardigheden verder verdiept. Het hoorcollege European Cultural Memory of World War I&II, waarbij de opleiding samenwerkt met docenten van andere opleidingen, bouwt voort op het eerstejaarsvak Das Eigene und das Andere. Het college behandelt vanuit een vergelijkend perspectief hoe Europese samenlevingen met het 20ste-eeuwse oorlogsverleden omgaan. De studenten onderzoeken zelfstandig een eigen casus van collectieve herinnering, waarbij zij de in het college geoefende onderzoeksmethodes toepassen.

In het derde jaar worden wisselende keuzevakken aangeboden die, volgens het principe van onderzoekend leren, aansluiten bij de onderzoeksexpertise van de docent.

Leerlijn taalwetenschap

De leerlijn taalwetenschap begint met een algemeen kerncurriculumvak, Inleiding taalwetenschap. Hierop volgt het werkcollege Das germanische Sandwich: Deutsch, Niederländisch und Englisch, waarin de taalkundige kennis wordt toespitst op het Duits. Er wordt contrastief te werk gegaan: het Duits wordt systematisch vergeleken met zijn zustertalen Nederlands en Engels. Door de makkelijke toegang tot primaire taaldata leent dit college zich voor eerste kleine linguïstische onderzoeksopdrachten.

In het tweede jaar volgt het werkcollege Sprache von gestern und heute, waarin de geschiedenis van de Duitse taal wordt belicht. Hier leren de studenten het verleden te begrijpen door middel van het heden, en andersom.

Ook in de taalkunde variëren de derdejaars-keuzevakken binnen de opleiding regelmatig. De inhoudelijke bandbreedte is groot, van traditionele taalkundige thema’s zoals de morfologie tot onderwerpen die elders zelden aan bod komen, bijvoorbeeld het schrift.

Leerlijn taalvaardigheid

Het taalvaardigheidsonderwijs is geclusterd in de eerste twee jaar van de studie. Er zijn drie intensieve taalcursussen, oplopend in niveau:

  • Fundament I (jaar 1)

  • Fundament II (jaar 1)

  • Verdieping (jaar 2)

De eindkwalificaties zijn per jaar gespecificeerd met behulp van het Europees Referentiekader Taalvaardigheid (CEFR).

In het eerste jaar ligt de focus op de verwerving van een stabiele grammaticakennis en het opbouwen van een brede woordenschat voor het algemene taalgebruik. In intensieve practica oefenen de studenten met taal in diverse formaten (audio, video, geschreven tekst) en verschillende genres (verhalen, essays, interviews, informele en formele gesprekken etc.).

Het tweede jaar staat in het teken van het registerspecifieke taalgebruik, Dit betekent dat de studenten zich in verschillende communicatieve situaties mondeling en schriftelijk adequaat leren uitdrukken.

De werkwijze in beide jaren volgt dezelfde methodologische richtlijnen en is gebaseerd op nieuwe taaldidactische inzichten, met een grote nadruk op het intensieve en coöperatieve oefenen van woorden, collocaties en grammaticale patronen. Door middel van tweewekelijkse toetsen en het bijhouden van een portfolio wordt de voortgang inzichtelijk gemaakt.

Leerlijn academische vaardigheden

Het trainen en toetsen van academische vaardigheden is een onlosmakelijk onderdeel van iedere onderwijsmodule binnen de opleiding. In het eerste jaar volgen de studenten bovendien specifieke modules over vier kernvaardigheden—studievaardigheden, onderzoeksvaardigheden, schriftelijke presentatievaardigheden en mondelinge presentatievaardigheden—bij het Expertisecentrum Academische Vaardigheden.

Keuzeruimte

In het derde jaar van de bacheloropleiding is er een keuzeruimte van 30 ec (15 ec per semester). Voor meer informatie over de mogelijkheden voor invulling van deze keuzeruimte zie www.universiteitleiden.nl/onderwijs/bachelors/waarom-universiteit-leiden/extra-uitdagingen/minoren.

BA-eindwerkstuk en afstudeereisen

Men is gerechtigd het bachelordiploma in ontvangst te nemen als alle onderdelen van het studieprogramma (180 ec) met een voldoende zijn afgesloten en het BA-eindwerkstuk als voldoende is beoordeeld.
Het BA-eindwerkstuk is een werkstuk van 10 ec dat wordt geschreven over een onderwerp waarover vooraf met de begeleider overeenstemming is bereikt. Vaak bestaat er samenhang met een derdejaarswerkcollege. De opleiding hanteert een begeleidingsplan voor het BA-eindwerkstuk. Hierin staan alle stappen van het begeleidingstraject beschreven. Verder dient het als basis voor de te maken afspraken tussen de beoogde werkstukbegeleider en de student. Daarnaast is er een verplicht scriptieseminar.
De facultaire regeling van het BA-eindwerkstuk is te vinden op: https://www.student.universiteitleiden.nl/organisatie/reglementen/facultaire-en-opleidingsreglementen/facultaire-en-opleidingsreglementen/geesteswetenschappen/duitse-taal-en-cultuur-ba?cf=geesteswetenschappen&cd=duitse-taal-en-cultuur-ba#tab-2

Specialisaties

In het derde jaar kunnen de studenten zich specialiseren in taalkundige of in literatuur-/cultuurwetenschappelijke richting.

Aansluitende programma’s

Een afgeronde bacheloropleiding Duitse taal en cultuur geeft rechtstreeks toegang tot de eenjarige masteropleiding Linguistics, track Modern Languages of de eenjarige masteropleiding Literary Studies, track German Literature and Culture. Studenten kunnen, afhankelijk van hun resultaten, ook toegang krijgen tot een tweejarige onderzoeksmasteropleiding, bijvoorbeeld ‘Literary Studies’ of ‘Linguistics’. Na het afronden van de eenjarige masteropleiding kunnen studenten, die zich willen voorbereiden op een loopbaan in het voortgezet onderwijs, de lerarenopleiding bij het ICLON gaan doen (een jaar voltijd, twee jaar deeltijd) en daarmee een eerstegraads lesbevoegdheid verwerven. Als je binnen je bachelor de educatieve minor volgt en je reeds je masterdiploma hebt behaald, dan kun je met een verkort traject de lerarenopleiding volgen (30 ec in plaats van 60 ec).

Voor meer informatie over de verschillende masteropleidingen en de inschrijvingsprocedure, zie www.mastersinleiden.nl.

Compensatieregeling

Compensatie van onvoldoendes is mogelijk indien:
a. het gewogen gemiddelde in het betrokken cluster ten minste 6.0 bedraagt;
b. geen van de behaalde resultaten binnen een cluster lager is dan een 5.0.
Indien een student aan deze voorwaarde voldoet wordt hij geacht voldaan te hebben aan de eisen voor het examen waarop hij zich voorbereidt met dit cluster van onderwijseenheden.

Met het oog op de hiervoor omschreven compensatieregeling zijn er de volgende clusters van onderwijseenheden binnen de opleiding:

In de propedeuse kan compensatie plaatsvinden tussen de cursussen binnen het volgende cluster:

Cluster 1
Kerncurriculum: Inleiding literatuurwetenschap kan worden gecompenseerd met een 8.0 voor Must reads: Leseliste ab 1700;
en/of tussen de cursussen binnen het volgende cluster:
Cluster 2
Kerncurriculum: Talen van de wereld kan worden gecompenseerd met een 8.0 voor BA 1 Das Germanische Sandwich.
en/of tussen de cursussen binnen het volgende cluster:
Cluster 3
De Duitse taal: Fundament I kan worden gecompenseerd met een 7.0 voor De Duitse taal: Fundament II.

In de postpropedeuse is compensatie niet mogelijk.

Aanwezigheidsplicht

Tijdens (werk)colleges geldt een aanwezigheidsplicht. Studenten mogen per college maximaal twee van de dertien bijeenkomsten missen (met een geldige reden, te melden aan de docent voorafgaand aan het te verzuimen college). Studenten die meer dan twee keer afwezig zijn geweest dienen contact op te nemen met de studieadviseur. Als er naar diens oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden, kan van de regel om maximaal twee bijeenkomsten te mogen missen worden afgeweken. De studieadviseur neemt zijn/haar besluit in overleg met de docent(en) en maakt de uitkomst kenbaar aan de student en de betrokken docent(en).

Herkansingen tentamens

Bij elk vak staat de wijze van toetsing beschreven alsmede de wijze waarop er herkanst kan worden.
Onvoldoendes (d.w.z. lager dan een 5,5) van (schriftelijke) tentamens moeten in principe altijd herkanst worden.
Voldoendes mogen in principe niet herkanst worden, met de volgende nadere bepaling:

  • De student maakt hiertoe gebruik van de tweede tentamengelegenheid in hetzelfde academisch jaar.*
    
  • Herkansing van tentamens of deeltoetsen die bestaan uit werkstukken, scripties, presentaties en/of stages is niet toegestaan.
    
  • Indien de student het tentamen pas bij de tweede gelegenheid behaalt kan hij voor die onderwijseenheid dus geen gebruik maken van de regeling om een voldoende te herkansen.

  • Indien de tweede tentamengelegenheid zo is ingericht dat de student een of meer deeltoetsen aflegt die samen niet het volledige tentamen beslaan, behouden deze hun oorspronkelijke wegingsfactor bij het bepalen van de uitslag. De uitslag van de herkansing wordt in dat geval mede bepaald door het behaalde cijfer op de niet-herkanste deeltoets(en).
    
  • Binnen een bacheloropleiding mag een student voor maximaal drie onderwijseenheden gebruik maken van deze mogelijkheid.